Bij de beslissing werd 1 van de 10 aangevraagde studentenkamers uitgesloten van de stedenbouwkundige vergunning. Maar hiermee werd geen rekening gehouden bij de berekening van de parkeerparagraaf, met als gevolg dat de aanvrager 2 parkeerplaatsen moet afkopen in plaats van 1.
Na een controle ter plaatse bevestigt pandtoezicht dat slechts 9 studentenkamers zijn gerealiseerd.
Om deze materiële vergissing recht te zetten wordt best een aanvullend collegebesluit genomen waarmee de oorspronkelijke 'parkeerparagraaf' in de motivatie onder de rubriek 'mobiliteitsimpact' door een nieuwe wordt vervangen, die luidt als volgt:
"Parkeerparagraaf van toepassing
Het algemene principe is dat elke bouwaanvraag een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, is het de bedoeling om parkeren maximaal op eigen terrein te voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeernormen uit de bouwcode (tabel in artikel 30 als bijlage) worden de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen en vermeerderen en functiewijzigingen. Waar mogelijk om parking te bouwen dient dit maximaal te gebeuren. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 1 parkeerplaats. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de functiewijziging van handelshuis naar 9 studentenkamers. Voor studentenkamers is de parkeernorm 0.15 parkeerplaatsen/kamer wat neerkomt op een parkeerbehoefte van (9 x 0.15 = 1.25) 1 parkeerplaats. |
De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen. |
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0. De voorliggende aanvraag heeft betrekking op een gebouw dat is opgenomen in de inventaris van bouwkundig erfgoed. Indien het aantal te realiseren plaatsen op het perceel moet gerealiseerd worden, zou de erfgoedwaarde van het gebouw teniet worden gedaan. Daarom mogen geen parkeerplaatsen voorzien worden. |
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 1. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen. Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 1 plaats. |
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
In zitting van 27 januari 2017 (jaarnummer 2017_CBS_00408) werd beslist een stedenbouwkundige vergunning (dossiernummer AN1/B/STU/20162393) af te leveren aan Jacques Léonard, Boudewijnsstraat 46, 2018 Antwerpen, voor het regulariseren van studentenhuisvesting in de Prekersstraat 38.
De aanvraag omvatte 10 studentenkamers maar in de vergunning werden slechts 9 studentenkamers toegestaan.
De parkeerparagraaf in het verslag van de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar hield hiermee geen rekening.
Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.
Het college beslist goed te keuren dat wordt afgeweken van het verslag van de GSA voor wat betreft de 'parkeerparagraaf'. Deze wordt in de motivatie onder de rubriek 'mobiliteitsimpact' vervangen door een nieuwe, die luidt als volgt:
"Parkeerparagraaf van toepassing
Het algemene principe is dat elke bouwaanvraag een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, is het de bedoeling om parkeren maximaal op eigen terrein te voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeernormen uit de bouwcode (tabel in artikel 30 als bijlage) worden de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen en vermeerderen en functiewijzigingen. Waar mogelijk om parking te bouwen dient dit maximaal te gebeuren. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 1 parkeerplaats. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de functiewijziging van handelshuis naar 9 studentenkamers. Voor studentenkamers is de parkeernorm 0.15 parkeerplaatsen/kamer wat neerkomt op een parkeerbehoefte van (9 x 0.15 = 1.25) 1 parkeerplaats. |
De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen. |
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0. De voorliggende aanvraag heeft betrekking op een gebouw dat is opgenomen in de inventaris van bouwkundig erfgoed. Indien het aantal te realiseren plaatsen op het perceel moet gerealiseerd worden, zou de erfgoedwaarde van het gebouw teniet worden gedaan. Daarom mogen geen parkeerplaatsen voorzien worden. |
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 1. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen. Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 1 plaats. |
Het college beslist aan Jacques Léonard, Boudewijnsstraat 46, 2018 Antwerpen, mee te delen dat dit collegebesluit aan de afgeleverde stedenbouwkundige vergunning van 27 januari 2017 met dossiernummer 20162393 dient gehecht en er integraal deel van uitmaakt, zonder dat dit een invloed heeft op de beroepstermijnen.