Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Inzake de parkeerparagraaf stelt ze vast dat de bestaande functie , handel, die verdwijnt in functie van de nieuwe dansstudio, niet in rekening is gebracht bij de berekening van de parkeerbalans. Dit wordt als volgt aangepast in de parkeerparagraaf:
|
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 10 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de functiewijziging. We hanteren de kencijfers van 1.5/100m² uit CROW voor een dansschool / dansstudio in sterk stedelijk gebied. 637m² x 1.5/100m² = 9.55 à 10 De bestaande functie handel verdwijnt. Volgens de bouwcode had deze volgende parkeerbehoefte: 637m³ x 3.3/100m² = 21 . Dit kan verrekend worden met de parkeerbehoefte voor de nieuwe functie.
De werkelijke parkeerbehoefte is 0 |
|
De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen. |
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0. |
|
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen. Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 0 plaatsen. |
Inzake het fietsparkeren stelt het college vast dat voor een dansstudio, volgens de CROW kengetallen inzake fietsstallen, er voor de dansstudie kan afgeleid worden dat een norm van 3 plaatsen per 100m²bvo toereikend moet zijn: 637m² x 3/100m²= 19.11 à 20 fietsparkeerplaatsen moeten voorzien worden. Voor het personeel valt het tevens aan te bevelen dat minstens 4 fietsstalplaatsen voorzien worden, bij voorkeur fysiek afgescheiden van de publieke fietsoparkeerplaatsen.
Deze 24 fietsparkeerplaatsen dienen maximaal gerealiseerd te worden , inpandig, aan de straatzijde van het gebouw. Bij voorkeur aansluitend bij de voorliggende functie, of elders op eigen terrein, bv in de ondergrondse parking. Het college stelt vast dat er in het voorliggende ontwerp een “polyvalente ruimte voorzien is naast de inkomzone. Deze ruimte kan geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor de inrichting van een fietsenruimte. De toegang tot deze ruimte dient met een zachte helling uitgevoerd te worden ipv. de trappen die nu tussen de voorgevel en deze ruimte zit. Ook dient de toegang/deur voldoende breedt, of geen deur te kennen om zo de toegankelijkheid met de fiets maximaal confortabel te kunnen laten gebeuren.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.
Nee
| Aanvragers: | Sarah Dries |
| De aanvraag omvat: | wijzigen van de functie |
| Dossiernummer: | AN1/B/20171774 |
Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.