Terug
Gepubliceerd op 10/02/2025

2025_CBS_00742 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Voorwaardelijk gunstig advies - OMV_2024159253. Scheldelaan 600. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 07/02/2025 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, waarnemend burgemeester; Patrick Janssens, schepen; Elisabeth van Doesburg, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Lien Van de Kelder, schepen; Johan Klaps, schepen; Ken Casier, schepen; Karim Bachar, schepen; Stijn De Rooster, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Koen Kennis, waarnemend burgemeester
2025_CBS_00742 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Voorwaardelijk gunstig advies - OMV_2024159253. Scheldelaan 600. District Antwerpen - Goedkeuring 2025_CBS_00742 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Voorwaardelijk gunstig advies - OMV_2024159253. Scheldelaan 600. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd bij de deputatie een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. De aanvraag wordt behandeld volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

De deputatie verzoekt het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar om:

- een openbaar onderzoek te houden;

- advies uit te brengen.

 

Projectnummer:

OMV_2024159253

Gegevens van de aanvrager:

NV AIR LIQUIDE LARGE INDUSTRY met als adres Scheldelaan 600 te 2040 Antwerpen

Gegevens van de exploitant:

NV AIR LIQUIDE LARGE INDUSTRY (0471356949) met als adres Scheldelaan 600 te 2040 Antwerpen

Ligging van het project:

Scheldelaan 600 te 2040 Antwerpen

Kadastrale percelen:

afdeling 20 sectie A nrs. 1Y, 5W2 en 5X2

waarvan:

 

-          20240917-0015

afdeling 20 sectie A nr. 1Y (Air Liquide Large Industry nv)

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Voorwerp van de aanvraag:

Het bouwen en exploiteren van een nieuwe installatie voor het afvangen van CO2, met aanhorigheden.

 

Omschrijving stedenbouwkundige handelingen

Relevante voorgeschiedenis

-      6/07/2023: omgevingsvergunning (OMV_2022122153) voor de bouw en exploitatie van liqueficatie- en exportterminal voor CO2;

-      15/12/2022: omgevingsvergunning (OMV_2022126639) voor het verhogen van een bestaande leidingstraat, nieuwe leidingstraat en dempen van een gracht;

-      7/07/2022: omgevingsvergunning (OMV_2022054473) voor het bouwen van een nieuwe schakelkamer;

-      10/06/2021: omgevingsvergunning (OMV_2021060242) voor het bouwen van een leidingenbrug;

-      20/05/2020: omgevingsvergunning (OMV_2020015681) voor het plaatsen van bijkomende industriële installaties (Post Reformer Project Jupiter 1);

-      31/01/2020: omgevingsvergunning (OMV_2019142212) voor de uitbreiding van een technische installatie voor de productie van gassen;

-      9/07/2004: stedenbouwkundige vergunning (HV/2003/B/0129 – 20033774) voor de nieuwbouw van industriële gebouwen voor de aanmaak van waterstof en CO (fase 2);

-      11/12/2002: stedenbouwkundige vergunning (HV/2002/B/0067 – 20021386) voor de nieuwbouw van industriële gebouwen voor de aanmaak van waterstof en CO;

-      5/09/2001: stedenbouwkundige vergunning (HV/2001/B/0113 - 20011610) voor as-built van bestaande leidingenbrug F800 - F700-straat + bouwen van een tweede leidingenniveau.

 

Bestaande toestand

Blokveld G700 bevindt zich in de noordwestelijke hoek van een grootschalige industriële site en is nog grotendeels onontwikkeld. In het zuiden van het blokveld zijn reeds vergunningen verleend voor leidingenbruggen en een schakelkamer.

 

Blokveld G600 (gelegen ten oosten van blokveld G700) is gekenmerkt door installaties voor de productie van waterstof (Jupiter 1 en Jupiter 2). Voorliggende aanvraag zal de rookgassen die deze installaties uitstoten, opvangen en behandelen.

 

Nieuwe toestand

* functie: 

  > industrie en bedrijvigheid;

  > installatie voor het afvangen van CO2 (= Kairos Cryocap Project).

 

* bouwvolume:

  > de installatie bestaat uit verschillende onderdelen waarbij de totale footprint 1,47 hectare bedraagt. De maximale hoogte bedraagt 36,51 meter.

 

* inrichting:

  > de installatie wordt gebouwd op het zuidoostelijk deel van blokveld G700 waarbij via pijpleidingen verbinding gemaakt wordt met de installaties op blokveld G600;

  > bepaalde technische installaties worden geplaatst op een betonnen funderingsplaat. De overige onderdelen worden geplaatst op een waterdoorlatende grindverharding. Tussen en naast deze installaties wordt eveneens wegenis in asfalt voorzien voor de bereikbaarheid.

 

Inhoud van de aanvraag

-          Bouwen van verschillende (al dan niet overdekte) technische installaties en onderdelen;

-          Bouwen van leidingenbruggen;

-          Aanleggen van verharding;

-          Plaatsen van een tent (voor bepaalde duur).

 

De aanvraag omvat tevens het plaatsen van een draadomheining met een hoogte van 1,50 meter. In afgebakend zeehavengebied is de plaatsing van open afsluitingen en toegangspoorten tot een hoogte van 3 meter echter vrijgesteld van stedenbouwkundige vergunningsplicht volgens artikel 3.1.7°/1 van het Vrijstellingenbesluit. Deze handeling valt dus zonder voorwerp.

 

Opgemerkt wordt dat de aanvrager de plaatsing van een tijdelijke tent wenst te regulariseren, maar eveneens aangeeft dat deze vóór 31 maart 2025 verwijderd zal worden. Gezien de uiterste beslissingsdatum voor dit dossier later ligt, valt deze handeling mogelijk eveneens zonder voorwerp.

 

Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Voorgeschiedenis

Het betreft een nieuwe ingedeelde inrichting of activiteit.

 

Inhoud van de aanvraag

Het voorwerp van de aanvraag betreft een nieuwe ingedeelde inrichting of activiteit voor het afvangen van CO2 met tevens een tijdelijke lozing van bemalingswater.

 

Aangevraagde rubrieken

Rubriek

Omschrijving

Gevraagd voor

3.4.2°

het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, met een debiet van meer dan 2 m³/uur tot en met 100 m³/uur;

36,30 m³/uur

3.6.3.2°

afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van bedrijfsafvalwater met een effluent van meer dan 5 m³/uur tot en met 50 m³/uur;

36,30 m³/uur

16.12.2°

installaties voor het afvangen van koolstofdioxide: het afvangen van koolstofdioxidestromen, afkomstig van installaties die met een X zijn aangeduid in de vierde kolom van de indelingslijst, met het oog op de geologische opslag overeenkomstig het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond;

220.000 Nm³/u

16.12.3°

installaties voor het afvangen van koolstofdioxide: het afvangen van broeikasgassen, inclusief bijhorende installaties voor de zuivering van koolstofdioxide, afkomstig van installaties die met een Y zijn aangeduid in de vierde kolom van de indelingslijst, met het oog op de geologische opslag overeenkomstig het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond;

220.000 Nm³/jaar

16.3.2°b)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW;

29.590 kW

17.3.4.2°a)

opslagplaatsen voor bijtende vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS05) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 100 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied;

82,78 ton

17.3.6.1°a)

opslagplaatsen voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied;

6,82 ton

17.3.8.2°

opslagplaatsen voor het aquatisch milieugevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS09) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 200 ton;

7,56 ton

39.2.1°

stoomvaten, met inbegrip van warmtewisselaars waarvan de primaire ruimte als stoomvat wordt beschouwd, met een individuele inhoud van 300 liter tot en met 5.000 liter;

3.450 liter

53.2.2°b)1°

bemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, beide met inbegrip van terug in de ondergrond brengen van bemalingswater in dezelfde watervoerende laag en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar. Dit voor bemalingen niet gelegen in beschermde duingebieden, in een groengebied, een natuurontwikkelingsgebied, een parkgebied of een bosgebied met een debiet van meer dan 30.000 m³ per jaar en een verlaging van het grondwaterpeil wordt beperkt tot maximaal 4 meter onder maaiveld.

49.808 m³/jaar


 

Aangevraagde bijstelling bijzondere milieuvoorwaarden in afwijking van algemene of sectorale voorwaarden

1.

 

Bij te stellen voorwaarde:

  1. Art. 4.2.5.1.1. §1 van VLAREM II: Controle-inrichting: meetgoot.
  2. Art.4.2.3.1.3°: Lozingsnormen.

 

Voorgesteld alternatief/aanvulling:

  1. Het plaatsen van een controleput.
  2. Aangepaste lozingsnormen.

 

 

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 24 en 42 van het Omgevingsvergunningsdecreet heeft het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar de bevoegdheid advies uit te brengen voor de vergunningsaanvragen op haar grondgebied waarvoor de deputatie, de Vlaamse regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar de bevoegde overheid is, tenzij:

 

  1. de aanvraag ingediend is door het betrokken college;
  2. de aanvraag louter betrekking heeft op mobiele of verplaatsbare ingedeelde inrichtingen of activiteiten.

 

Het college heeft op 17 november 2017 (jaarnummer 2017_CBS_08858) beslist om de adviesbevoegdheid op te nemen.

Argumentatie

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Elia Contact Center Noord

26 december 2024

27 december 2024

Voorwaardelijk gunstig

Fluxys

26 december 2024

13 januari 2025

Geen bezwaar

Haven van Antwerpen-Brugge, subadvies milieu

 

21 januari 2025

Gunstig

Wingass26 december 202425 januari 2025Geen bezwaar

 

 

Interne adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies

Stadsontwikkeling/ Onroerend Erfgoed/ Archeologie

26 december 2024

23 januari 2025

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het goed is gelegen in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening zeehavengebied Antwerpen (Besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013), binnen de afbakeningslijn.

De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het zeehavengebied Antwerpen.

Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing.

 

Het goed is volgens voornoemd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan bestemd als Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven.

Zulk gebied is bestemd om te functioneren als Vlaams havengebied als onderdeel van de haven van Antwerpen. Het is bestemd voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerde industriële en logistieke activiteiten en distributie-, opslag- en overslagactiviteiten die gebruikmaken van en aangewezen zijn op de zeehaveninfrastructuur.

Alle handelingen die nodig of nuttig zijn voor de realisatie van de bestemming en voor de exploitatie van de haven en de bedrijven zijn toegelaten.

Daartoe worden ook de volgende werken, handelingen, voorzieningen, en wijzigingen gerekend:

- de aanleg en het onderhoud van infrastructuur die nodig is voor de toegankelijkheid of voor verbindingen langs de waterzijde en langs de landszijde;

- het laguneren of op een andere wijze bergen of verwerken van baggerspecie.

Daarnaast is de ontwikkeling, het herstel en de instandhouding van tijdelijke ecologische infrastructuur toegelaten.

In het gebied zijn eveneens gebouwen of lokalen voor bewakingspersoneel toegelaten.

In het gebied zijn kantoorgebouwen niet toegelaten, tenzij ze noodzakelijk zijn voor en een inherent onderdeel zijn van de exploitatie van haven- en industriële activiteiten. De bestaande kantoorgebouwen kunnen behouden blijven binnen het bestaande bouwvolume op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Uitbreidingen zijn niet toegelaten.

 

De aanvraag dient beoordeeld te worden aan de hand van de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan.

De aanvraag is in overeenstemming met de bestemming en de voorschriften van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Voor een straal van 500 meter rond de aanvraag is het voormelde GRUP tevens van toepassing. Hier geldt tevens het bestemmingsvoorschrift Gebied voor Zeehaven- en watergebonden bedrijven.

 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De verordening hemelwater is van toepassing op de aanvraag. Een aantal technische installaties worden (deels) overdekt. De aanvrager vraagt een afwijking op het aspect hergebruik voor het hemelwater dat op deze daken valt, daar er geen hergebruikmogelijkheden aanwezig zijn. Deze afwijking kan gunstig geadviseerd worden.

 

Het hemelwater dat op de (niet-waterdoorlatende) asfaltverhardingen en funderingen van de installaties alsook op de daken van de overdekte installaties valt, kan op natuurlijke wijze infiltreren in de braakliggende zones en waterdoorlatende grindverharding met open poriën rondom. De aanvrager toont via een rekennota aan dat het infiltratie- en buffervolume van deze grindzones volstaat om dit hemelwater op te vangen, tijdelijk te bufferen en vertraagd te laten infiltreren. Er wordt geen riolering voorzien. De aanvraag voldoet aan de uitgangsprincipes van de gewestelijke hemelwaterverordening.

 

Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.

 

Overige regelgeving

Archeologienota: overeenkomstig artikel 5.4.1 wordt bij bepaalde aanvragen van een omgevingsvergunning met ingreep in de bodem een archeologienota gevoegd. 

In voorliggende aanvraag, die niet door een publiekrechtelijke instantie is ingediend, bedraagt de ingreep in de bodem meer dan 5.000 m² en is het project gelegen in industriegebied, buiten beschermde archeologische sites en buiten geïnventariseerde archeologische zones, waardoor de aanvrager verplicht is een archeologienota toe te voegen aan de aanvraag. Deze nota maakt deel uit van het aanvraagdossier. De nota toont gemotiveerd aan dat er geen verder archeologisch onderzoek moet plaatsvinden. Op 13 november 2024 heeft het Agentschap Onroerend Erfgoed hiervan akte genomen.

 

Omgevingstoets

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

Functionele inpasbaarheid

De aanvraag betreft het bouwen van een nieuwe installatie voor het behandelen (afvangen) van rookgassen van de bestaande waterstofproductie-installatie op het naastgelegen blokveld. De actueel geëmitteerde gassen afkomstig van de waterstofproductie zullen via nieuwe pijpleidingen getransporteerd worden naar de nieuwe installatie die bestaat uit verschillende onderdelen.

 

De werken omvatten:

-          de aanleg van funderingsmassieven voor het plaatsen van de installaties en constructies;

-          de plaatsing van staalstructuren voor pijpleidingen;

-          de aanleg van niet-waterdoorlatende en waterdoorlatende verhardingen.

 

Er wordt een stedenbouwkundige handeling aangevraagd voor de regularisatie van een tent met een oppervlakte van 300 m². Om de nieuwe installatie te kunnen bouwen, dient deze verwijderd te worden.

 

Voorliggende aanvraag kadert in een grootschaliger project (Antwerp@C) waarin oplossingen gezocht worden om CO2-emissies aanzienlijk te reduceren door middel van ‘carbon capture and storage’. De nieuwe installatie draagt daardoor bij tot de verdere exploitatie van het bedrijf waardoor de aanvraag functioneel inpasbaar is.

 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

De werken worden uitgevoegd op een grotendeels braakliggend blokveld maar binnen de grenzen van een groot industrieterrein. Het terrein wordt ontwikkeld volgens de bestemming die van toepassing is op dit gebied.

 

Visueel-vormelijke elementen

De installaties worden geplaatst op betonnen funderingsplaten en bestaan voornamelijk uit staalstructuren waarin toestellen geplaatst worden. Deze materialen zijn neutraal en aanvaardbaar binnen deze industriële omgeving.

 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

De vergunningverlenende overheid heeft het advies ingewonnen van de Brandweerzone Antwerpen. Op moment van opmaak van dit verslag was dit advies nog niet uitgebracht. Ook het college hecht belang aan dit advies.

 

Wegens de situering van de aanvraag in de directe nabijheid van pijpleidingen werd door het college het advies ingewonnen van de beheerders van deze leidingen. De uitgebrachte adviezen zijn gunstig of voorwaardelijk gunstig. De voorwaarden uit deze adviezen, gericht op het vrijwaren van de integriteit van omgevende infrastructuren, met het oog op de beperking van de hinder van de geplande werkzaamheden en met het oog op de veiligheid, kunnen integraal worden overgenomen.

 

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Er is geen permanente aanwezigheid van personeel op de site. De monitoring van de nieuwe installaties gebeurt vanuit de controlekamer op het naastliggende perceel. De aanvraag genereert aldus geen bijkomende parkeerbehoefte noch verkeersbewegingen.

 


Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen en activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu

Het voorwerp van de aanvraag betreft de exploitatie van een CO2-afvangsinstallatie (CO2-Cryocap) door Air Liquide. Het betreft een nieuwe inrichting op het terrein van BASF Antwerpen.

 

Dit project kadert in het grotere ‘Kairos Cryocap project’. Het doel van dit project is om CO2 af te vangen uit de rookgassen van de nabijgelegen waterstofproductiefaciliteiten van BASF (Jupiter 1 en 2). Dit project kadert dan op zich in het grotere Antwerp@C-project. Waarbij de afgevangen CO2 via een gemeenschappelijke leiding wordt getransporteerd naar de CO2-Hub, vanwaar het kan worden hergebruikt of opgeslagen. Het doel van het Antwerp@C-project is om faciliteiten te voorzien voor het inzamelen, vloeibaar maken, alsook de bufferopslag en verlading op schepen van CO2 van verschillende bedrijven.

 

Huidige aanvraag betreft echter enkel de bouw van de nieuwe CO2-Cryocap-installatie op het zuidoostelijke gedeelte van blokveld G700, in samenhang met de waterstofinstallatie van Air Liquide op blokveld G600.

 

Voorliggende project is onderhevig aan bijlage II, rubriek 3j) van het MER-besluit (waardoor een MER-ontheffing mogelijk is):

-      Installaties voor het afvangen van koolstofdioxidestromen met het oog op geologische opslag overeenkomstig het decreet van 8 mei 2009 betreft de diepe ondergrond, afkomstig van installaties die niet onder bijlage I vallen.

Het dossier voor de ontheffing van het MER werd ingediend op 23 mei 2024 bij het Team omgevingseffecten. De goedkeuring van deze ontheffing werd bekomen op 29 oktober 2024. Voor het totaalproject op de site van BASF werd reeds een milieueffectenrapport opgesteld onder het project met titel ‘Project-MER BASF Antwerpen – Carbon Capture and storage – BASF en Air Liquide‘. Dit project-MER met referentie PR3482, werd goedgekeurd op 4 mei 2023.

 

De aanvraag omvat enkele werken in de aanlegfase en enkele ingedeelde inrichtingen in de exploitatiefase.

 

Tijdelijke fase (werf)

Voor de realisatie van funderingen voor de nieuwe technische installatie zullen verschillende uitgravingen plaatsvinden. Om de werken in het droge te kunnen uitvoeren is een bemaling noodzakelijk. Het gaat over een bemalingsdiepte van 1,5 meter onder het maaiveld en het oppompen en het lozen van 36,3 m³/uur bemalingswater. Indien nodig wordt het water geloosd na zuivering door een mobiele waterzuiveringsinstallatie. De totale duur van de bemaling zal naar schatting 140 dagen zijn. Over de bemalingsduur zal een 49.808 m³ aan grondwater worden onttrokken.

 

Het bedrijf vraagt volgende lozingsnormen aan:

-          50 µg/l voor arseen, wat 10 keer het indelingscriterium (IC) is;

-          100 ng/l voor PFAS individueel;

-          50 ng/l voor PFO.

Een monitoring van het bemalingswater (of effluent indien een WZI ingeschakeld is) wordt uitgevoerd op geregelde tijdstippen: wekelijks gedurende de eerste maand en maandelijks na de eerste maand. Een aftoetsing van de impact op de ontvangende waterloop met de WEZER-tool is niet van toepassing aangezien de bemaling minder dan 6 maanden duurt en het dagdebiet lager is dan 2.500 m³/dag. Het havenbedrijf wijst er in haar subadvies op dat er in de bemalingsstudie verwezen werd naar de verkeerde WAC en dat er in theorie zoveel mogelijk moet gezuiverd worden naar de lozingsnormen toe. Echter, voor het beperkte debiet en tijdsduur van de aanvraag kunnen de aangevraagde lozingsnormen gunstig geadviseerd worden.

 

Het is finaal aan de Vlaamse Milieumaatschappij om een gemotiveerd advies te leveren op deze lozingsnormen.

 

Gezien de bemaling tijdelijk van aard is worden de bijhorende rubrieken aangevraagd voor 5 jaar. De stad begrijpt niet goed dat de bemaling voor 5 jaar aangevraagd wordt, aangezien de duurtijd van de bemaling zelf maar 140 dagen is. De vergunningsduur kan ingeperkt worden om te voorkomen dat er onnodig lang bemaald zal worden. Dit dient opgelegd te worden als voorwaarde.

 

Exploitatie onbepaalde duur

Het proces voor het afvangen van CO2 gaat als volgt: eerst wordt het rookgas afgekoeld in een scrubber eenheid, waardoor hitte verdwijnt en water condenseert uit het gas. Vervolgens wordt het afgekoelde gas samengeperst tot ongeveer 9 bar. Daarna ondergaat het gas een droogproces om het watergehalte te verlagen. Dit is belangrijk om te voorkomen dat het gas bevriest in het cryogene gedeelte en om te voldoen aan de specificaties voor het eindproduct.

Het gedroogde gas gaat dan naar de PSA-eenheid, waar CO2 wordt gescheiden van andere gassen. Hier wordt CO2 geconcentreerd in een lagedrukstroom, terwijl stikstofrijke afvalgassen worden verwijderd. Deze CO2-rijke stroom wordt verder gecomprimeerd om klaar te zijn voor de cryogene behandeling. In deze fase wordt de CO2-vloeistof gezuiverd en eventuele bijproducten zoals stikstof en lichte onzuiverheden worden gerecycleerd.

Uiteindelijk wordt het gezuiverde CO2-eindproduct opnieuw samengeperst en geleverd aan een CO2-pijpleiding voor transport en opslag.

 

Om dit proces uit te voeren, beschikt de aanvrager over 29.590 kW aan compressoren. De verwerking van 220.000 Nm³/uur aan rookgassen wordt aangevraagd. Ook worden enkele stoomvaten aangevraagd met een totale inhoud van 3.450 liter. Verder zullen er volgende gevaarlijke stoffen opgeslagen worden:

Opslag in bovengrondse houders:

-          Natriumhydroxide 68,40 ton (60 m³);

-          Natriumhypochloriet 7,56 ton (6 m³);

Opslag in verplaatsbare recipiënten:

-          Waterstofchloride 2,32 ton;

-          Natriummetabisulfiet 4,5 ton.

 

Volgende afvalwaters worden gecreëerd in het proces: procescondensaten die vrijkomen bij afgas- en natte CO2-koeling, teruggewonnen water door regeneratie van de drogers en water van de natte CO2-compressie. Deze waters worden vervolgens gemengd afgevoerd.

Er wordt hiervoor een eerste waterzuivering voorzien binnen het project, bestaande uit volgende stappen:

-          Water buffering;

-          Filtratie;

-          Neutralisatie;

-          Ontgassen;

-          Omgekeerde osmose;

-          Bed polishing eenheid.

De uitgaande stromen van de afvalwaterbehandeling (het gezuiverde water en het geconcentreerde afvalwater) worden afgeleid naar de BASF-waterzuivering voor verdere behandeling.

 

In het proces wordt energie op verschillende plaatsen uitgewisseld om zo efficiënt mogelijk te produceren. De warmte die vrijkomt bij het comprimeren van gassen in de compressoren wordt via een warmwatercircuit rondgepompt en hergebruikt voor het regenereren van de drogers. Daarnaast wordt de koude die ontstaat bij het ontspannen van de stikstofrijke afvalgasstroom gebruikt om koud water te maken, dat vervolgens de inkomende gasstroom afkoelt tot 10°C.

 

Door CO2 af te vangen en op te slaan of te hergebruiken, wordt de hoeveelheid CO2 die in de atmosfeer terechtkomt, beperkt. Het bedrijf zet op die manier actief in op mitigatie, wat bijdraagt aan het tegengaan van klimaatverandering en het halen van klimaatdoelstellingen. Voorliggend project wordt aldus gunstig geadviseerd.

 

Het is aan de vergunningverlenende overheid om, op basis van alle onafhankelijk uitgebrachte deskundige adviezen, tot een gemotiveerde en integrale beslissing te komen.

 


Advies van het college

Gunstig advies te verlenen voor de aanvraag tot omgevingsvergunning onder voorwaarden en voor zover het advies van de Brandweerzone Antwerpen gunstig is of voorwaardelijk gunstig met uitvoerbare voorwaarden.

 

Dit advies werd opgemaakt op basis van PIV 2.

 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

1. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit het advies van Elia Asset nv.

 

Geadviseerde rubrieken

Rubriek

Omschrijving

Geadviseerd voor

3.4.2°

het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, met een debiet van meer dan 2 m³/uur tot en met 100 m³/uur;

36,30 m³/uur

3.6.3.2°

afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van bedrijfsafvalwater met een effluent van meer dan 5 m³/uur tot en met 50 m³/uur;

36,30 m³/uur

16.12.2°

installaties voor het afvangen van koolstofdioxide: het afvangen van koolstofdioxidestromen, afkomstig van installaties die met een X zijn aangeduid in de vierde kolom van de indelingslijst, met het oog op de geologische opslag overeenkomstig het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond;

220.000 Nm³/u

16.12.3°

installaties voor het afvangen van koolstofdioxide: het afvangen van broeikasgassen, inclusief bijhorende installaties voor de zuivering van koolstofdioxide, afkomstig van installaties die met een Y zijn aangeduid in de vierde kolom van de indelingslijst, met het oog op de geologische opslag overeenkomstig het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond;

220.000 Nm³/jaar

16.3.2°b)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW;

29.590 kW

17.3.4.2°a)

opslagplaatsen voor bijtende vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS05) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 100 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied;

82,78 ton

17.3.6.1°a)

opslagplaatsen voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied;

6,82 ton

17.3.8.2°

opslagplaatsen voor het aquatisch milieugevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS09) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 200 ton;

7,56 ton

39.2.1°

stoomvaten, met inbegrip van warmtewisselaars waarvan de primaire ruimte als stoomvat wordt beschouwd, met een individuele inhoud van 300 liter tot en met 5.000 liter;

3.450 liter

53.2.2°b)1°

bemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, beide met inbegrip van terug in de ondergrond brengen van bemalingswater in dezelfde watervoerende laag en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar. Dit voor bemalingen niet gelegen in beschermde duingebieden, in een groengebied, een natuurontwikkelingsgebied, een parkgebied of een bosgebied met een debiet van meer dan 30.000 m³ per jaar en een verlaging van het grondwaterpeil wordt beperkt tot maximaal 4 meter onder maaiveld.

49.808 m³/jaar

 

 

Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden

1. De bemaling dient beperkt te worden tot een duur van 140 dagen.

 

Fasering

Procedurestap

Datum

Ontvangst adviesvraag

23 december 2024

Start openbaar onderzoek

1 januari 2025

Einde openbaar onderzoek

30 januari 2025

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste adviesdatum

11 februari 2025

 

Onderzoek

De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.

 

Informatievergadering

Een informatievergadering was niet vereist en werd niet gehouden.

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een gunstig advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, te geven op de aanvraag, onder volgende voorwaarden en voor zover het advies van de Brandweerzone Antwerpen gunstig is of voorwaardelijk gunstig met uitvoerbare voorwaarden.

 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

1. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit het advies van Elia Asset nv.

 

Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden

1. De bemaling dient beperkt te worden tot een duur van 140 dagen.

 

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.