Er werd bij de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. De aanvraag wordt behandeld volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
De gewestelijke omgevingsvergunningscommissie verzoekt het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar om:
- een openbaar onderzoek te houden;
- het dossier aan de gemeenteraad voor te leggen voor beslissing over de zaak van de wegen.
bouwen van een voetgangers- en fietsbrug Oude Landen en aanleggen bijhorende infrastructuur te Ekeren
Projectnummer: | OMV_2024153403 |
Gegevens van de aanvrager: | Antwerpen met als adres Grote Markt 1 te 2000 Antwerpen |
Ligging van het project: | Donkweg en Prinshoeveweg ZN te 2180 Antwerpen |
Kadastrale percelen: | afdeling 17 sectie E nrs. 281G, 281H, 384B, afdeling 34 sectie E nrs. 85/2A, 273B, 274B, 275_, 276E, 278C, 279G en 362A |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen |
Voorwerp van de aanvraag: | bouwen van een voetgangers- en fietsbrug Oude Landen
en aanleggen bijhorende infrastructuur te Ekeren |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
Vergunde/ bestaande toestand
Nieuwe toestand
Inhoud van de aanvraag
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Artikel 31 en 32 van het Omgevingsvergunningsdecreet stellen dat als de vergunningsaanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, de gemeenteraad een beslissing over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein, neemt voor de bevoegde overheid een beslissing neemt over de aanvraag.
De aanvraag bevat het (gedeeltelijke) afschaffing en wijziging van de gemeentewegen (voormalige of bestaande buurt- en voetwegen) die gelegen zijn binnen het projectgebied van de fiets- en voetgangersbrug te Ekeren.
Het project interfereert met verschillende gemeentewegen, voor de opbouw van de wegen wordt verwezen naar de inplantingsplannen bestaande en nieuwe toestand (BA_OUDE LANDEN_I_N_1_Inplantingsplan NT en BA_OUDE LANDEN_I_B_1_Inplantingsplan BT):
Voor het overzicht van de wijzigingen en afschaffing wordt verwezen naar het toegevoegde rooilijnplan (OMV_2024153403_Prinshoeveweg_Fietsbrug_Rooilijnplan.pdf).
Motivatie voor het wijzigen, verplaatsen of afschaffen van een gemeenteweg
Deze nieuwe fiets- en voetgangersbrug kadert in de gemeentelijk aanleg van bijkomende trage wegen en de aansluiting van verschillende fietsnetwerken met elkaar. Het kadert in de visie om meer ruimte voor fietser en voetgangers te verschaffen.
Trage wegen zijn paden die bedoeld zijn voor niet-gemotoriseerd verkeer. Wandelaar, fietsers en ruiters zijn de belangrijkste gebruikers. Door het projectgebied lopen enkele toegankelijke trage wegen alsook een niet-toegankelijke trage weg.
Het Vlaams fietsnetwerk wordt gevormd door het Bovenlokaal Functioneel Fietsroutenetwerk (BFF), een netwerk van gemeentegrensoverschrijdende fietsinfrastructuur dat woonkernen en attractiepolen verbindt. Het BFF bestaat uit hoofdroutes, functionele routes en alternatieve routes. Op dit netwerk sluiten ook lokale fietsroutes aan.
Het projectgebied wordt doorkruist door de fietssnelweg F14 die Antwerpen met Roosendaal verbindt. Fietssnelwegen bieden de mogelijkheid om een functionele verplaatsing snel te maken, ze worden veelal gebruikt voor grote afstanden af te leggen.
De voorgestelde nieuwe rooilijn doet geen afbreuk aan de doelstelling om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoefte aan zachte mobiliteit te voldoen.
De aanpassing van de gemeentewegen doet geen afbreuk aan de samenhang en toegankelijkheid van de gemeentewegen. De gemeenteweg welk werd aangepast is vandaag al in gebruik en betreft de Donkweg. In het kader van de veiligheid voor fietser en voetgangers over de waterweg en de spoorweg wordt hierbij de aanleg van de nieuwe fiets- en voetgangersbrug aangevraagd.
De rooilijnen die worden afgeschaft zijn vandaag nog niet in gebruik genomen als weg.
Door de realisatie van deze verbinding wordt de kruising met de gemeentewegen Donkweg, Prinshoeveweg en Leerhoekstraat een stuk veiliger voor het langzaam verkeer. Er is hiervoor een lichte aanpassing op de Donkweg en Prinshoeveweg voor nodig. Al deze aanpassingen brengen slechts in beperkte mate wijzigingen mee voor de aangelanden.
De voorgestelde nieuwe rooilijn kadert in een geïntegreerd beleid van de gemeente dat onder meer gericht is op de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau.
De aanpassing van de gemeentewegen binnen het projectgebied kadert in een geïntegreerd beleid op bovenlokaal en lokaal niveau waarbij de doorstroming en de verkeersveiligheid op de oversteek van de spoorweg en waterweg wordt verhoogd door deze nieuwe fiets- en voetgangersbrug.
De voorgestelde nieuwe rooilijn kadert in een geïntegreerd beleid van de gemeente dat onder meer gericht is op de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen, zowel op recreatief als op functioneel vlak.
Het langzaam-verkeersnetwerk wordt aangepast aan het huidige en toekomstige netwerk van langzaam verkeerswegen dat zal uitgebouwd worden door zowel de provincie Antwerpen als de stad Antwerpen.
Deze aan te leggen fiets- en voetgangersweg hebben een functionele verbinding tussen verschillende aangesloten fietswegen en met de woonwijken die ter hoogte van de Donkweg en de Prinshoeveweg liggen.
Deze nieuwe fiets- en voetgangersbrug sluit zowel functioneel als ook recreatief aan op bestaande voetgangers en fietswegen.
De voorgestelde nieuwe rooilijn staat ten dienste van het algemeen belang.
Het betreft een aanpassing van gemeentewegen die het bestaand of nieuw openbaar gewestelijk en gemeentelijk domein doorkruisen of er parallel mee lopen. De meeste percelen zijn in eigendom van Infrabel, stad Antwerpen of Aquafin.
Het betreft allemaal werken van algemeen belang, zoals opgesomd in art. 2 1°, art. 2 2° en art. 3 1° van het Besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5°, artikel 4.4.7, § 2, en artikel 4.7.1, § 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
De voorgestelde nieuwe rooilijn is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd.
De afschaffing van de gemeentewegen doet geen afbreuk aan de samenhang en toegankelijkheid van de gemeentewegen. De meeste gemeentewegen die worden afgeschaft zijn vandaag nog niet bestaand.
De verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen.
Bij de aanleg van deze nieuwe fiets- en voetgangersbrug, waarbij de hellingen zo gekozen zijn dat de verkeersveiligheid niet in het gedrang komt, wordt de nodige ontsluiting naar de percelen van de verschillende woningen voorzien.
De voorgestelde nieuwe rooilijn moet zo nodig beoordeeld worden in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief.
De buurtwegen zijn volledig gelegen op het grondgebied van de stad Antwerpen, meer specifiek op de deelgemeente Ekeren. Er is geen gemeentegrensoverschrijdende beoordeling nodig.
Bij de afweging voor de wijziging aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.
Het betreft de afschaffing van bestaande, grotendeels reeds in onbruik zijnde en niet fysiek bestaande rooilijnen. De nieuwe fiets- en voetgangersbrug past binnen het actueel en toekomstig langzaam verkeersnetwerk.
Procedurestap | Datum |
Start openbaar onderzoek | 24 januari 2025 |
Einde openbaar onderzoek | 22 februari 2025 |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | 31 maart 2025 |
De aanvraag werd onderworpen aan 1 openbaar onderzoek. Er werden standpunten, opmerkingen en/of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.
Bespreking van de bezwaren
De bij opmaak van dit verslag en binnen de looptijd van het openbare onderzoek ingediende bezwaarschriften, laten zich als volgt samenvatten:
1. Inbreuk op de privacy: door de plaatsing van de brug vlak naast (en rond) de woning van bezwaarindiener zal er, door de specifieke architectuur van laatstgenoemde (met grote ramen), onaanvaardbare inkijk ontstaan naar de woning in kwestie toe.
Beoordeling:
Het betreft hier duidelijk een foute lezing van de plannen, dit aangezien de brug en zijn aanloophellingen onder geen beding rondom de woning worden voorzien maar er geheel naast – bovendien kan de afstand ten aanzien van het pand, ruim 40 m, bezwaarlijk als er “vlak naast” worden bestempeld (de woningen aan de overzijde van de straat bevinden zich, ter vergelijking, op een afstand van ongeveer 24 m; iets meer dan de helft van de effectieve maatvoering). Gelet op laatstgenoemde afstand en het feit dat de helling op die locatie een hoogte bereikt van slechts iets minder dan 6 m, is er dan ook nagenoeg geen sprake van enige vorm van hinderlijke inkijk, mede door het feit dat de gebruikers van de brug hun aandacht in se dienen te richten op een verkeerstechnisch correcte verplaatsing, met voornamelijk zicht naar voren toe (en niet zijdelings, waar de woning in kwestie zich bevindt).
Het bezwaar is ongegrond.
2. Onlogische situering project: er zijn op minder dan 900 m afstand van deze locatie reeds 2 spoorwegoversteken beschikbaar, waardoor het creëren van een bijkomende kruising onvoldoende gegrond is (zeker niet indien duurzame verplaatsingen en dus gezond bewegen gepromoot worden). Bijkomend is er aan de oostzijde onvoldoende degelijke fietsinfrastructuur aanwezig om op aan te takken.
Beoordeling:
De aangehaalde kruisingen en afstanden zijn correct doch de meest dichtbij gesitueerde overgang (op ± 490 m, aan het station van Ekeren/Veltwijcklaan) bestaat in se uit een autobrug, dewelke initieel niet ontworpen werd voor fietsgebruik en niet op een degelijke/directe wijze aantakt aan de aanwezige fietsostrade langsheen de spoorweginfrastructuur (optie 1, omrijden naar de basis van de brug, houdt een surplus van ± 320 m in/optie 2 is het bestijgen van de trappen vlak naast de fietsostrade maar deze zijn niet op een degelijke wijze te beklimmen met een fiets, dit mede door het ontbreken van een fietsgoot). Bijkomend houdt de meest noordelijke kruising (op een afstand van ± 900 m) eveneens een omweg in voor wie in de richting van de stad rijdt, dit aangezien hiervoor deels eerst in noordelijke richting dient gereden te worden door de aanwezigheid van de spoorwegberm (voor goederenverkeer naar de haven).
In het kader van een meer duurzame mobiliteit en een verbinding met het oostelijke deel van Ekeren is de gekozen locatie dan ook een doorgedreven oplossing, dewelke beide zijden ten goede komt.
Het ontbreken van een gestructureerde fietsinfrastructuur aan de oostzijde van de spoorweg is dienaangaande geen degelijk ruimtelijk argument, dit aangezien in eerste instantie het niet verboden is zich op een correcte verkeerstechnische wijze met de fiets te verplaatsen op de openbare, ook indien er geen afzonderlijk fietspad aanwezig is, terwijl er anderzijds wel degelijk, zij het in beperkte mate, dergelijke aanwezig is (aan de zijde van de wijk van de Weegbreelaan) en bijkomend gepland is (in de ontwikkeling van de tweede spoorwegontwikkeling op de aangrenzende terreinen).
Het bezwaar is ongegrond.
3. Mogelijke schade: om eventuele schade aan de woning in kwestie, ten gevolge van de geplande werken, te catalogeren, zal een voorafgaandelijke plaatsbeschrijving plaatsvinden.
Beoordeling:
Vermeld aspect is geheel van burgerrechterlijke aard en niet onderworpen aan een ruimtelijke of stedenbouwkundige beoordeling maar louter te regelen tussen burgers of betrokken instanties onderling.
Het bezwaar is ongegrond.
4. Ingrepen op groenbestand: de aanvraag voorziet het rooien van bomen maar vermeldt niet op welke manier dit gecompenseerd zal worden noch op welke wijze de werken de stabiliteit van naburige en te behouden bomen zouden kunnen beïnvloeden.
Beoordeling:
Er wordt inderdaad voorzien in het rooien van 15 (al dan niet hoogstammige) bomen, waarvan slechts 2 aan de oostzijde van de spoorwegzone, maar er is in deze naar alle waarschijnlijkheid sprake van een foute lezing van de plannen, dit aangezien er in nieuwe toestand, zowel aan oost- als aan westzijde, gezorgd wordt voor de heraanplant van in totaal 66 nieuwe bomen. Bovendien zijn de standaardvoorwaarden inzake het beschermen van groen tijdens dergelijke werkzaamheden, zoals die zijn opgenomen in artikel 24 van de Antwerpse bouwcode, van kracht.
Het bezwaar is ongegrond.
5. Onvoldoende onderzoek milieueffecten: de aanvraag bevat dienaangaande onvoldoende motivering noch gevolgtrekking of mogelijks compenserende maatregelen, ook inzake de stikstofimpact tijdens de uitvoering van de werken of het aan- en afrijden van zwaar verkeer.
Beoordeling:
De aanvraag valt volgens het M.E.R.-besluit onder bijlage III, rubriek 10. e) aanleg van wegen. Er is dus een M.E.R.-screening noodzakelijk en deze is ook aan de aanvraag toegevoegd. Ondanks het feit dat wordt aangehaald dat de screening enkel focust op de periode van de grondverzetswerken, blijkt dat echter wel de gehele werken mee in beschouwing worden genomen.
Het bezwaar is ongegrond.
6. Wateroverlast: de recent gegraven grachten, ter voorkoming van dergelijke overlast en ten behoeve van afvoer van overtollig water naar de overstromingszone, worden in het voorstel opnieuw gedicht, met de nodige risico’s tot gevolg.
Beoordeling:
De aanloophelling heeft aan westelijke zijde geen impact op de overstromingscontouren; de aldaar aanwezige en niet-geklasseerde waterloop valt onder het beheer van de stad Antwerpen (waarbij het onderhoud is uitbesteed aan Aquafin/Water-Link) maar wordt in se ongewijzigd gelaten. Het grachtdeel, parallel aan de Donkse Beek, wordt effectief gedempt maar in de plaats daarvan komen verschillende uitgravingen; uit de hemelwaterstudie van Tractebel blijkt dat de voorziene infiltratieoppervlakte en -volume (voldoende) beschikbaar zijn, evenals dat, uit doorrekening met Sirio, blijkt dat er geen overstorten (vereist) zouden zijn.
Aan de andere, oostelijke, zijde is er wel impact op de overstromingscontouren maar dit wordt eenduidig opgevangen in een groter bekken aan de deze zijde van de spoorweg (zoals beschreven in de aangeleverde nota).
Het bezwaar is ongegrond.
7. Onvoldoende gemotiveerde afwijking: de plaatsing van dergelijke infrastructuur in parkgebied wordt als afwijking in de beschrijvende nota onvoldoende gemotiveerd.
Beoordeling:
Het is de verantwoordelijkheid van de vergunningverlenende overheid te oordelen of de argumentatie voldoende inhoudelijk gestoffeerd is. Er wordt in deze alvast geoordeeld dat de maatschappelijke voordelen van de geplande oversteek wel degelijk terdege afwegen tegenover de minimale impact dewelke louter het oostelijke deel van de aanloophelling heeft in vermelde parkzone. Er wordt dienaangaande bijkomend onderschreven dat de totale impact, voornamelijk door het gebruik door niet-gemotoriseerd verkeer, de algemene balans reguleert en deze dus voldoende verantwoordt om beperkt af te wijken van vermelde regelgeving.
Het bezwaar is ongegrond.
8. Veiligheid: op deze wijze wordt voor de aanliggende inbraakgevoelige wijk een bijkomende vluchtweg gerealiseerd voor potentiële daders.
Beoordeling:
Betreffend aspect is in se niet van stedenbouwkundige aard doch eerder een politioneel aspect; er worden vanuit ruimtelijk oogpunt echter geen ingrepen voorzien die de wijk en zijn individuele woningen op vermeld gebied specifiek vatbaarder maken voor inbraken. Aanvullend kan dit facet niet worden onderworpen aan een ruimtelijke beoordeling en is er eerder sprake van een burgerrechtelijk aspect.
Het bezwaar is ongegrond.
9. Lichtschade aan natuur: door het verlichten van het brugspoor zal er onaanvaardbare verstoring ontstaan van de aanpalende natuur (natuurreservaat) tijdens nachtelijke periodes.
Beoordeling:
De stad heeft het betreffende bezwaar grondig doorgenomen, net als het advies van het Agentschap Natuur en Bos dat deels bovenvermelde stelling volgt. Het project bevindt zich niet in beschermingszones en men kan mits correcte plaatsing en voorwaarden vermijden dat er licht instraalt in het nabijgelegen VEN gebied alsook dat de verlichting straalt richting de bewoning, en niet naar de omliggende groenzones en landbouwgebieden.
Het bezwaar is ongegrond
Informatievergadering
Een informatievergadering was niet vereist en werd niet gehouden.
De gemeenteraad neemt kennis van het volledig aanvraagdossier en de bijhorende plannen voor wat betreft de ‘aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg’.
De gemeenteraad beslist de ongegronde bezwaren over de ‘aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg’ te verwerpen.
De gemeenteraad beslist zijn goedkeuring te hechten aan de bijgevoegde rooilijnplannen/ opheffingsplannen: 'OMV_2024153403_Prinshoeveweg_Fietsbrug_Rooilijnplan.pdf'.