Geachte voorzitter,
De premetro op het grondgebied van het district Antwerpen is een cruciale schakel in de stedelijke mobiliteit. Stations zoals Groenplaats, Meir, Opera en Astrid verwerken dagelijks grote reizigersstromen en fungeren als toegangspoorten tot de binnenstad, zowel voor pendelaars als voor toeristen en bezoekers.
Op deze zitting ligt het projectdossier voor premetro Groenplaats ter beslissing voor. In de projecttoelichting aan de raadsleden is daarbij onder meer meegedeeld:
dat de finale realisatie en oplevering van het project pas richting 2027 wordt verwacht;
dat de werken dus over een langere periode zullen lopen, met een aanzienlijke overgangsfase waarin reizigers en bezoekers met tijdelijke situaties worden geconfronteerd;
dat de betrokken projectleiding, althans in het huidige stadium niet op de hoogte is van een duidelijke beleidsbeslissing of opdracht om in dit project toegangspoortjes te integreren, ondanks eerdere publieke communicatie op Vlaams niveau door Minister van Mobiliteit De Ridder over de komst van poortjes in de Antwerpse premetro, waarbij zelfs sprake was van een budget van 15.000.000 EUR.
Uit dezelfde toelichting bleek ook dat:
de communicatie en aansturing tussen Stad Antwerpen, De Lijn en de projectleiding niet volledig transparant of uitgeklaard zijn, althans wat betreft de vraag of en hoe toekomstige maatregelen zoals toegangspoortjes in dit project al dan niet moeten worden ingepast.
Voor alle duidelijkheid:
het district is niet bevoegd voor het veiligheidsbeleid in en rond de premetro. Dat neemt niet weg dat het district wél een rol en verantwoordelijkheid heeft in het kader van de openbare werken, de inrichting van de publieke ruimte en het mee beoordelen van grote infrastructurele projecten op zijn grondgebied. Vanuit die rol mag en moet het district erover waken dat:
bij ontwerp, fasering en uitvoering rekening wordt gehouden met onveiligheid in enge zin (incidenten, risico’s, overlast);
maar ook met evacuatie en toegankelijkheid, zowel in de eindsituatie als in de lange tussenperiode van de werken.
Concreet rijzen er vanuit die invalshoek een aantal vragen:
Hoe wordt tijdens de jarenlange overgangsperiode gegarandeerd dat alle bezoekers – inclusief mensen die niet of moeilijk van roltrappen gebruik kunnen maken (personen met een beperking, minder mobiele senioren, ouders met kinderwagens, enz.) – het station op een veilige en toegankelijke manier kunnen bereiken en verlaten? Of zal dit premetrostations überhaupt gedurende een bepaalde periode niet bediend worden en welk flankerende maatregelen worden er voorzien.
Hoe worden de risico’s bij een eventuele evacuatie tijdens de werken beheerst? Uit bepaalde rapporten zou blijken dat hier problemen rijzen. Het verdient aanbeveling dit soort waarschuwingen ernstig te nemen.
En hoe wordt vermeden dat de stad en het district binnen enkele jaren geconfronteerd worden met eventuele bijkomende werken en kosten omdat eventuele beleidskeuzes rond bijvoorbeeld die toegangspoortjes pas achteraf worden doorgeduwd?
Daarbovenop speelt nog de vraag naar de beleidslijn:
De Vlaamse minister van Mobiliteit heeft in het publieke debat herhaaldelijk verwezen naar de invoering van toegangspoortjes in de Antwerpse premetro.
Het Antwerps stadsbestuur heeft zich in eerdere dossiers (o.m. rond probleemstations, zoals bijvoorbeeld Schijnpoort) positief uitgelaten over dergelijke poortjes als onderdeel van de veiligheidsaanpak.
De projectleiding van Groenplaats is echter vooralsnog niet op de hoogte van een opdracht in die zin, zo bleek uit de toelichting.
Voor de raadsleden is het belangrijk te weten waar het districtscollege zich precies positioneert in dit verhaal, zowel ten aanzien van de stad als ten aanzien van De Lijn en de Vlaamse overheid.
In dat kader heb ik volgende vragen aan het districtscollege:
Hoe beoordeelt het districtscollege de huidige veiligheids-, evacuatie- én toegankelijkheidssituatie in premetrostation Groenplaats en in de andere premetrostations op het grondgebied van het district Antwerpen (o.m. Meir, Opera, Astrid e.a.)?
Beschikt het college over recente analyses, signalen of dossiers inzake brandveiligheid, evacuatiemogelijkheden, defecte infrastructuur (liften, roltrappen) en sociale onveiligheid?
Acht het college bijkomende maatregelen noodzakelijk om de veiligheid en evacuatiemogelijkheden in Groenplaats en de andere betrokken stations op een aanvaardbaar niveau te brengen?
Hoe ziet het districtscollege, vanuit zijn bevoegdheid inzake openbare werken en inrichting van de publieke ruimte, zijn rol bij dit project?
Op welke manier en op welke momenten heeft het district input gegeven of zal het nog input kunnen geven over de manier waarop met veiligheid, evacuatie en toegankelijkheid wordt omgegaan, zowel tijdens de werken als in de eindsituatie?
Hoe wordt erop toegezien dat de lange overgangsperiode tot circa 2027 niet leidt tot onaanvaardbare risico’s of tot de facto uitsluiting van bepaalde groepen gebruikers?
Welk standpunt neemt het districtscollege in over de invoering van toegangspoortjes in de Antwerpse premetro in het algemeen, en in station Groenplaats en de andere stations op het grondgebied van het district in het bijzonder?
Beschouwt het college toegangspoortjes als een wenselijke maatregel binnen een breder pakket rond veiligheid en fraudebestrijding, op voorwaarde dat evacuatie en toegankelijkheid structureel zijn aangepakt?
Bevestigt het districtscollege dat het in deze materie op dezelfde lijn zit als het Antwerps stadsbestuur, dat zich eerder positief heeft uitgesproken over de invoering van poortjes als onderdeel van de veiligheidsaanpak? Zo ja, hoe wordt dat concreet gemaakt richting De Lijn en de Vlaamse overheid? Zo neen, op welke punten wijkt het district af?
Is het districtscollege bereid om, in overleg met het stadsbestuur, zich formeel te richten tot De Lijn en de Vlaamse minister van Mobiliteit met de vraag om:
duidelijke en tijdige bevestiging te geven of het plan om toegangspoortjes in de Antwerpse premetro te installeren al dan niet wordt doorgezet;
expliciet aan te geven of en wanneer Groenplaats en de andere premetrostations op het grondgebied van het district in die plannen worden opgenomen;
ervoor te zorgen dat deze beleidskeuzes tijdig worden gecommuniceerd aan de projectleiding, zodat het huidige project niet achteraf opnieuw moet worden opengebroken.
Zal het districtscollege er bij De Lijn en de Vlaamse overheid uitdrukkelijk op aandringen dat:
bij de verdere uitwerking van het project premetro Groenplaats de veilige evacuatie, de algemene veiligheid én de toegankelijkheid voor alle gebruikers expliciet als topprioriteit worden meegenomen, zowel tijdens de werken als in de eindsituatie;
in de mate van het mogelijke nu reeds rekening wordt gehouden met eventuele toekomstige toegangspoortjes, zodat dubbele werken, desinvesteringen en inefficiënties maximaal worden vermeden;
er in de overgangsperiode tot 2027 voldoende overgangsmaatregelen worden voorzien (alternatieve liften, tijdelijke oplossingen, signalisatie, begeleiding) om de bereikbaarheid en veiligheid voor minder mobiele personen te garanderen?