Terug

2015_CBS_08493 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Accucentrale bvba, Bredabaan 224, 2170 Merksem-Antwerpen. Dossiernummer MV2015/280/PV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 16/10/2015 - 09:00 collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Glenn Verspeet, waarnemend korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_08493 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Accucentrale bvba, Bredabaan 224, 2170 Merksem-Antwerpen. Dossiernummer MV2015/280/PV - Goedkeuring 2015_CBS_08493 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Accucentrale bvba, Bredabaan 224, 2170 Merksem-Antwerpen. Dossiernummer MV2015/280/PV - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager(s): Accucentrale bvba - Bredabaan 224 - 2170 Merksem-Antwerpen. De aanvraag omvat een klein- en groothandel in batterijen.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd, en sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist de milieuvergunning klasse 2, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Accucentrale bvba, Bredabaan 224-226, 2710 Merksem-Antwerpen, voor het verder exploiteren van een klein- en groothandel in batterijen gelegen op het zelfde adres.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

algemene milieuvoorwaarden – licht

hoofdstuk 4.6.

 

elektriciteit

hoofdstuk 5.12;

garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen

hoofdstuk 5.15;

opslag van gevaarlijke producten – gemeenschappelijke bepalingen

hoofdstuk 5.17.1;

gevaarlijke vaste stoffen en vloeistoffen – algemene bepalingen

hoofdstuk 5.17.4.1;

gevaarlijke vloeistoffen – opslag in ondergrondse houders

hoofdstuk 5.17.4.2;

gevaarlijke vloeistoffen – opslag in bovengrondse houders

hoofdstuk 5.17.4.3;

beheersing uitstoot VOS vluchtige vloeistoffen exclusief benzine

hoofdstuk 4.17.4.4.3.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende brandweervoorwaarden dient na te leven:

Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiernavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:

Snelblustoestellen

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort. In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Muurhaspels

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) + muurhydrant (volgens de norm NBN 571 en voorzien van vaste koppelstukken doormeter 45 mm volgens KB van 30 januari 1975) met gemeenschappelijke watertoevoer met een binnendiameter van tenminste 70 mm dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.

De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.

Bovengrondse hydrant

Eén bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm doormeter dient voorzien. De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt. De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant. De kosten voor de installatie, het onderhoud en de signalering van de BH100 is en blijft ten laste van de bouwheer/eigenaar en dit gedurende de levensduur van de inrichting.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 16 oktober 2015 en eindigt op 16 oktober 2035.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.