Het college is bevoegd in het kader van de opmaak van het vergunningenregister en de actieve onderzoeksplicht (artikel 5.1.3 §§1 en 2, en artikel 7.6.2. §1, 5de en 6de lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening).
Op datum van 27 mei 2015 vraagt Marnik Verdonck, Geuzenstraat 31, 2000 Antwerpen per e-mail om zijn eigendom, gelegen Schulstraat 13A, district Antwerpen, op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning. Hij voegt hierbij de volgende documenten ter staving toe:
1. Bestaande juridische toestand
Het pand, Schulstraat 13A te Antwerpen, is kadastraal gekend als ‘Huis’ met gegevens 10e afdeling, sectie K, nummer 1599/X/5. Volgens het kadaster bevat het perceel vier woongelegenheden.
In het archief van de stad Antwerpen zijn volgende bouwdossiers terug te vinden voor het huidige gebouw:
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestplan.
Het goed is volgens het laatstgenoemde plan gelegen in een woongebied.
2.Bestaande feitelijke toestand
Het gebouw telt drie bouwlagen en een souterrain onder zadeldak. In het gebouw zijn vier woongelegenheden ingericht.
Er zijn geen handhavingsdossiers gekend bij de stad Antwerpen.
Het voorwerp
Uit de bijgevoegde bewijsmaterialen blijkt dat het gebouw in aanmerking komt voor opname in het vergunningenregister als vergund geacht.
De bewijsvoering
De bouwdossiers van uit het archief tonen aan dat het gebouw voor 22 april 1962 werd opgericht.
De huidige gevelopbouw en het fysieke volume komen overeen met die volgens de bouwdossiers uit het archief.
Het oudste bouwdossier uit 1911 voor het bouwen van het gebouw geeft geen aantal woongelegenheden weer, net zomin als dat van 1973. De uittreksels uit het bevolkingsregister bewijzen voldoende dat er vier woongelegenheden voorhanden waren. Dit aantal woongelegenheden wordt bevestigd door het kadaster en de aanwezigheid van voldoende nutsmeters, (oude) deurbellen en brievenbussen. Het aantal appartementen is ook vandaag nog aanwezig, om deze redenen kunnen in alle redelijkheid de vier woongelegenheden als vergund geacht worden beschouwd.
Voorgaande bewijst voldoende dat de huidige toestand dateert van voor de inwerkingtreding van de Wet op de Stedenbouw (22 april 1962). Voorgaande bewijst ook voldoende dat de huidige indeling in vier woonentiteiten dateert van voor de inwerkingtreding van de Wet op de Stedenbouw (22 april 1962) ofwel van na de inwerkingtreding van de Wet op de Stedenbouw (22 april 1962) maar van voor de inwerkingtreding van het van kracht zijnde gewestplan (9 november 1979).
Conclusie
Aan het college wordt voorgesteld om, gelet op de aangehaalde argumenten, het gebouw op te nemen in het vergunningenregister als geacht vergund.
Iedere constructie waarvan bewezen is dat ze gebouwd werd voor 22 april 1962 (inwerkingtreding Wet op de Stedebouw) ofwel na die datum en voor de eerste inwerkingtreding van het gewestplan (vastgesteld op 3 oktober 1979, van kracht op 9 november 1979), dient te worden opgenomen in het vergunningenregister wegens een vermoeden van vergunning in toepassing van artikel 5.1.3. §1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
Het college neemt kennis van het feit dat het pand Schulstraat 13A, district Antwerpen, in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning, wordt opgenomen als gebouwd voor 22 april 1962.
Het college beslist dat in het gebouw vier woonentiteiten vergund geacht zijn.