De bedrijfseenheid stadsontwikkeling zal de nodige signalisatie zelf plaatsen met materiaal uit eigen voorraad. Er zijn dus geen rechtstreekse financiële gevolgen.
Met de collegebeslissing van 6 maart 2015 (jaarnummer 1794) werden de principes en werkkaders bevestigd, die van toepassing zijn op de districtscolleges en districtsraden voor de uitvoering van hun bevoegdheden. Het college besliste om bij de goedkeuring van een aanvullend verkeersreglement, voorafgaandelijk aan de beslissing, telkens advies te vragen aan het betrokken district.
De Blancefloerlaan in het district Antwerpen:
In het najaar 2014 werden ter hoogte van de Blancefloerlaan nummers 38 - 40 twee parkeerplaatsen, voorbehouden aan personen met een handicap, verwijderd doordat op die plaats een sorteerstraat werd voorzien. De seniorenraad van het district Antwerpen en het kabinet, onder meer bevoegd voor mobiliteit, vragen naar alternatieve parkeerplaatsen voorbehouden voor personen met een handicap ter hoogte van de bestaande bus- en tramhaltes.
Op de middenberm, ter hoogte van de Hugues C. Pernathlaan (Regattawijk), werd de verbindingsweg tussen de parallellopende rijbanen heraangelegd om de verkeersveiligheid en circulatie te verbeteren.
Een aangepast aanvullend reglement wordt opgesteld:
De parkeerbalans blijft ongewijzigd.
In artikel 12 ontbreekt de signalisatie.
Artikel 30 moet niet opgenomen worden in het AVR. De rijstrookverminderingspijlen leggen op zich geen verplichting op.
De dienst Mobiliteit heeft het AVR onder artikel 12 aangevuld met de vermelding: "De verkeersborden D7 worden aangebracht". Artikel 30 werd opgesteld conform de artikelsgewijze opmaak van de aanvullende reglementen, maar na advies van MOW verwijderd omdat het betrekking heeft op het deel als gewestweg dat geregeld wordt door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.
Het advies werd niet binnen de gestelde termijn van één maand ontvangen en wordt aldus als gunstig beschouwd.