Terug

2015_CBS_08815 - Functioneringstoelage - Uitvoeringsmodaliteiten functioneringscyclus 2015 - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 23/10/2015 - 09:00 collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_08815 - Functioneringstoelage - Uitvoeringsmodaliteiten functioneringscyclus 2015 - Goedkeuring 2015_CBS_08815 - Functioneringstoelage - Uitvoeringsmodaliteiten functioneringscyclus 2015 - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Volgens artikel 57 van het Gemeentedecreet bereidt het college de besluiten van de gemeenteraad voor en voert het deze besluiten uit.

Aanleiding en context

Het bestuursakkoord 2013-2018 bepaalt onder resolutie 428 dat de stad Antwerpen er naar streeft om de competente medewerkers die ze al heeft te behouden en hen verder te laten groeien in de organisatie. Om dit te realiseren zal de stad Antwerpen verder blijven inzetten op de professionalisering van de functioneringscyclus en wenst ze in navolging hiervan medewerkers die goed presteren te belonen met een functioneringstoelage.

Bijkomend bepaalt het lokaal akkoord van 2014-2019 voor de stad Antwerpen en het OCMW Antwerpen een aantal kwalitatieve wijzingen op vlak van het huidige waarderingssysteem:

  • naast de aanpassing van de formulering ‘ongunstig-onvoldoende-voldoende-goed-zeer goed’ naar ‘ongunstig-onvoldoende-goed-zeer goed-uitstekend’, wordt er geen differentiatie van de functioneringstoelage doorgevoerd op deze resultaten;
  • C (of 3) = score ‘goed’;
  • het resultaat ‘uitstekend’ wordt gekoppeld aan de versnelde loopbaan;
  • de functioneringstoelage wordt (door)betaald tijdens proeftijd.

Voor de uitvoering van de functioneringstoelage werden door het college op 30 april 2010 (jaarnummer 5529), 25 juni 2010 (jaarnummer 8025), 9 juli 2010 (jaarnummer 8647), 1 april 2011 (jaarnummer 3564), 2 maart 2012 (jaarnummer 2089), 26 april 2013 (jaarnummer 4164), 4 juli 2014 (jaarnummer 7123) en 6 februari 2015 (jaarnummer 1004) de uitvoeringsmodaliteiten voor de voorbije functioneringscycli vastgelegd.

Met deze beslissing worden de data van de prestatie- en waarderingsperiode voor de huidige functioneringscyclus vastgelegd en worden de uitvoeringsmodaliteiten van 4 juli 2014 (jaarnummer 7123) aangepast in overeenstemming met het lokaal akkoord voor de stad Antwerpen en het OCMW Antwerpen.

Argumentatie

In de collegebeslissing van 4 juli 2014 (jaarnummer 7123) werden de uitvoeringsmodaliteiten als volgt samengevat:

 Waarderen

  • Leidinggevenden leveren kwalitatief beschrijvende waarderingen af. Ze motiveren grondig het eindresultaat. Vanaf 2015 zijn de eindresultaten aangepast conform het lokaal akkoord 2014 -2019 van de stad en het OCMW Antwerpen. De eindresultaten zijn als volgt: ongunstig –onvoldoende – gunstig goed – gunstig zeer goed – gunstig uitstekend.  Aan een gunstig waarderingsresultaat zal naast de voorziene doorstroom in de functionele loopbaan een functioneringstoelage van 2,00% gekoppeld worden. De mogelijke gevolgen van een negatieve waardering opgenomen in de rechtspositieregeling (geen recht op de volgende salarisschaal van de functionele loopbaan, verbetertermijn met een nieuwe waardering na zes maanden) blijven behouden.
  • Om in aanmerking te komen voor een waardering moet de medewerker in de gestelde prestatieperiode minstens 6 maanden effectief gepresteerd hebben in eenzelfde functie.
    Zes maanden effectieve prestaties hebben geleverd, wil zeggen dat de medewerker minstens 180 kalenderdagen aanwezig moet zijn geweest. Met aanwezigheid wordt gelijkgesteld: jaarlijks verlof, verlof voor compensatie van meerprestaties, weekends of soortgelijke dagen waarop men niet ingepland was en afwezigheid wegens structurele verminderde prestaties.
    Verfijningen op deze regel: verlof voor compensatie van meerprestaties in de vorm van overuren van vòòr 2009 worden niet met aanwezigheid gelijkgesteld (collegebeslissing 2 maart 2012, jaarnummer 2089). Prestaties van medewerkers die in een rooster werken van deeltijds werken/ deeltijds ziek, worden voltijds gelijkgesteld met aanwezigheid (collegebeslissing 2 maart 2012, jaarnummer 2089).
    Conform het lokaal akkoord 2014-2019 komen prestaties geleverd tijdens proeftijd ook in aanmerking voor een functioneringstoelage. Medewerkers die een proeftijd opstarten na 1 januari 2015, krijgen gelijktijdig een basiswaardering zodat zij ook in aanmerking komen voor een waardering en een functioneringstoelage als aan de modaliteiten zoals in deze beslissing bepaald, voldaan zijn. Medewerkers waarvan de proeftijd opgestart is voor 1 januari 2015, daarvan tellen de prestaties tijdens proeftijd niet mee, ook al loopt deze proeftijd nog verder in 2015.

 Toekenning functioneringstoelage

  • De functioneringstoelage wordt enkel toegekend voor een gunstige basiswaardering. Er wordt geen toelage toegekend voor wie een onvoldoende of ongunstige basiswaardering krijgt in de lopende functioneringscyclus, ook niet retro-actief wanneer de verbetertermijn die op de negatieve waardering volgt gunstig wordt afgerond.
  • Medewerkers die een eerste verbetertermijn gunstig hebben afgerond die volgt uit de negatieve waardering van een vorige functioneringsronde hebben recht op een functioneringstoelage van de nieuwe functioneringsronde als deze gunstige verbetertermijn niet gevolgd wordt door een negatieve basiswaardering (collegebeslissing van 1 april 2011, jaarnummer 3564).
  • Medewerkers die een tweede verbetertermijn hebben lopen komen niet in aanmerking voor een functioneringstoelage voor die functie waarvoor ze een tweede verbetertermijn hebben lopen.
  • Medewerkers die effectief uit dienst gaan voor de start van de waarderingsperiode kunnen geen formele waardering meer krijgen en dus ook geen functioneringstoelage. Dit geldt niet voor medewerkers die met pensioen gaan en nog 180 effectieve of gelijkgestelde kalenderdagen gepresteerd hebben. Zij kunnen gewaardeerd worden in de maand dat ze met pensioen gaan en komen bij een gunstige waardering in aanmerking voor een functioneringstoelage pro-rata het aantal maanden dat ze nog gewerkt hebben.
  • Medewerkers die ontslagen worden door de werkgever, komen niet in aanmerking voor een basiswaardering en hebben bijgevolg geen recht op een functioneringstoelage (collegebeslissing 2 maart 2012, jaarnummer 2089).
    Medewerkers die aansluitend op hun ontslag door de werkgever terug door de werkgever in dienst worden genomen komen in aanmerking voor een basiswaardering als zij voldoen aan de voorwaarden zoals opgenomen in dit uitvoeringsbesluit (collegebeslissing 26 april 2013, jaarnummer 4164).
  • Kabinets- en fractiepersoneel en werkervaringsklanten met een contract wep+, gesco wep+ of BIO-contract komen niet in aanmerking voor de functioneringstoelage.

 Berekeningsbasis voor de functioneringstoelage

  • De basis waarop het percentage van de functioneringstoelage wordt berekend is het geïndexeerde brutoloon (volgens weddentrap) van de maand volgend op de functioneringscyclus waarop gewaardeerd werd, vermenigvuldigd met twaalf (brutojaarsalaris) voor een normale duur van de functioneringscyclus. Vanaf 2015 is deze refertemaand de maand januari volgend op de voorbije functioneringscyclus (collegebeslissing 6 februari 2015, jaarnummer 1004). Hierbij wordt rekening gehouden met periodes van structurele afwezigheid, periodes van schorsing bij wijze van tuchtstraf en preventieve schorsing in de gestelde functioneringsperiode, met uitzondering van palliatief verlof en verlof voor bijstand van een zwaar ziek kind. De proefperiode aangegaan voor 1 januari 2015 wordt pro rata in mindering gebracht voor de berekening van een functioneringstoelage.
  • Als uitzondering op het vorige punt wordt, voor een medewerker die gewaardeerd werd op prestaties die geheel vóór een bevordering vielen, als berekeningsbasis voor de functioneringstoelage de weddentrap genomen waarin de medewerker stond op de laatste volle maand voor de start van de bevordering.

Uitbetaling van de functioneringstoelage

  • De stadssecretaris beslist na overleg met het managementteam en op advies van de leidinggevende en de directiecomités per bedrijfseenheid tot uitbetaling van een functioneringstoelage van 2,00% voor alle personeelsleden met een gunstige waardering, rekening houdende met de bepalingen en uitzonderingen in dit besluit.

De uitbetaling van de functioneringstoelage gebeurt voor alle betrokkenen op hetzelfde moment. Omwille van de verschuiving van de functioneringscyclus zal de uitbetaling plaatsvinden in de maand mei volgend op de functioneringscyclus.

Vanaf 2015 hebben we voor het eerst een jaarlijkse functioneringscyclus die gelijk loopt met de beleids- en beheerscyclus. De aanpassingen die in de beslissing van 4 juli 2014 werden genomen naar aanleiding van de verlengde functioneringscyclus zijn niet meer van toepassing.

Juridische grond

De rechtspositieregeling van het stadspersoneel zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 30 januari 2012 (jaarnummer 70) en gewijzigd op 24 september 2012 (jaarnummer 881), 19 november 2012 (jaarnummer 1267), 24 juni 2013 (jaarnummer 471) en 16 december 2013 (jaarnummer 758), 26 mei 2014 (jaarnummer 439), 23 juni 2014 (jaarnummer 509), 22 september 2014 (jaarnummer 704) en 26 mei 2015 (jaarnummer 293).

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college handhaaft de uitvoeringsmodaliteiten 4 juli 2014 (jaarnummer 7123) voor de functioneringscyclus 2015.

 Voor de huidige functioneringscyclus zijn volgende periodes van toepassing:

  • prestatieperiode: 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015;
  • waarderingsperiode: 1 januari 2016 tot en met 31 maart 2016.

Artikel 2

Het college beslist dat de uitvoeringsmodaliteiten als volgt worden aangepast zodat ze conform zijn met het lokaal akkoord 2014 van de stad Antwerpen en het OCMW Antwerpen:

  • leidinggevenden motiveren grondig het eindresultaat. Vanaf 2015 zijn de eindresultaten: ongunstig – onvoldoende – gunstig goed – gunstig zeer goed – gunstig uitstekend;
  • prestaties geleverd tijdens proeftijd komen ook in aanmerking voor een functioneringstoelage. Medewerkers die een proeftijd opstarten na 1 januari 2015, krijgen gelijktijdig een basiswaardering zodat zij ook in aanmerking komen voor een waardering en een functioneringstoelage als aan de modaliteiten zoals in deze beslissing bepaald, voldaan zijn. Medewerkers waarvan de proeftijd opgestart is voor 1 januari 2015, daarvan tellen de prestaties tijdens proeftijd niet mee, ook al loopt deze proeftijd nog verder in 2015;
  • de uitbetaling van de functioneringstoelage vindt plaats in de maand mei volgend op de waarderingsperiode.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.