Bij Besluit van 16 maart 2012 stelde de Vlaamse regering per district het aantal te begeven mandaten in de districtscolleges vast.
Artikel 274 §1 van het Gemeentedecreet bepaalt dat de voorzitter van de districtsraad en de leden van het districtscollege gekozen worden onder de leden van de districtsraad.
Deze worden verkozen op basis van een gedagtekende akte van voordracht ondertekend door ten minste een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst werden verkozen en door de kandidaten die op de voordrachtlijst voor het districtscollege voorkomen. Er moeten eveneens zoveel kandidaten op voorkomen als er mandaten te begeven zijn.
De voorzitter van de districtsraad en de leden van het districtscollege worden verkozen door goedkeuring van de lijst van kandidaten. De verkiezing gebeurt bij geheime stemming en bij volstrekte meerderheid.
Als er slechts één lijst werd voorgedragen, verloopt de stemming in één ronde. In elk ander geval en als na twee stemmingen geen enkele lijst de meerderheid heeft verkregen, dan wordt er opnieuw gestemd over de twee lijsten die de meeste stemmen hebben gehaald. Staken de stemmen bij herstemming, dan is de lijst die de jongste kandidaat bevat, verkozen.
De eerste op de voordrachtlijst vermelde kandidaat wordt bij verkiezing automatisch voorzitter van de districtsraad.
De rangorde van de leden van het districtscollege stemt overeen met de rangorde waarin de lijst werd opgemaakt.
Artikel 274 §3 van het Gemeentedecreet bepaalt dat de districtsraad kan beslissen dat de voorzitter van de districtsraad geen deel uitmaakt van het districtscollege en het college niet voorzit. In dat geval kiest
het districtscollege in zijn midden een afzonderlijke voorzitter van het districtscollege.
Artikel 274, §6 van het Gemeentedecreet bepaalt dat de voorzitter van de districtsraad en de leden van het schepencollege, alvorens ze hun mandaat aanvaarden, in openbare vergadering van de districtsraad
de volgende eed afleggen:
"Ik zweer de verplichtingen van mijn ambt trouw na te komen."
Artikel 274, §5 van het Gemeentedecreet bepaalt dat de wedde van de leden van het districtscollege wordt bepaald door de Vlaamse regering.