Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Aanvrager(s): Sint-Ludgardisschool Merksem vzw - Du Chastellei 48 - 2170 Merksem-Antwerpen. De aanvraag omvat de exploitatie van een school voor lager en secundair onderwijs.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.
Het college beslist een milieuvergunning, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Sint-Ludgardisschool Merksem vzw, Du Chastellei 48, 2170 Merksem-Antwerpen voor de inrichting gelegen te 2170 Merksem-Antwerpen, Bredabaan 814A. De vergunning heeft als voorwerp: het exploiteren van een school voor lager en secundair onderwijs.
Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
|
algemene milieuvoorwaarden – algemeen |
hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8; |
|
algemene milieuvoorwaarden – geluid |
hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6; |
|
algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater |
hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4; |
|
algemene milieuvoorwaarden – lucht |
hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10; |
|
algemene milieuvoorwaarden – licht |
hoofdstuk 4.6. |
|
elektriciteit |
hoofdstuk 5.12; |
|
laboratoria |
hoofdstuk 5.24 en bijlage 5.3.2 sector 21; |
|
schouwspelzalen |
hoofdstuk 5.32.3, 5.32.4 en 5.32.5; |
|
niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - algemene bepalingen en immissiecontroleprocedures |
hoofdstuk 5.43.1 en 5.43.4; |
|
niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - stookinstallaties, met uitzondering van gasturbines en stoom- en gasturbine-installaties – kleine stookinstallaties (300 kW – 5 MW) |
hoofdstuk 5.43.2.3. |
Het college wijst erop dat de volgende bijzondere voorwaarde en brandweervoorwaarden van toepassing zijn:
1. Bijzondere voorwaarde:
2. Brandweervoorwaarden:
C1
Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht op volgende plaatsen:
- In nabijheid van iedere haspel 1 stuk
- In nabijheid van ieder risicolokaal 1 stuk
Verder dient men de overige snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - doelmatig te verdelen over de inrichting tot men in totaal over 1 toestel per 150 m² beschikt.
C2
Onafhankelijk van de totale oppervlakte van de inrichting dienen muurhaspels met axiale voeding geplaatst te worden (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem. Deze muurhaspels dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Het aantal muurhaspels wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 l/min. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.
C3
Onverminderd de bepalingen van artikel 52.10.1 t/m 52.10.5 van het ARAB, dient steeds een alarminrichting te worden voorzien waarmee de ganse inrichting kan worden ontruimd. Het alarmsignaal mag geen verwarring kunnen stichten met andere signalen. Ze moeten door alle aanwezigen kunnen waargenomen worden. Er moet een voldoende aantal alarmposten voorzien zijn. Ze moeten gemakkelijk bereikbaar en in goede staat van werking en onderhoud verkeren. Ze moeten oordeelkundig verdeeld zijn en doeltreffend aangeduid zijn.
C4
Onverminderd de bepalingen van artikel 63bis van het ARAB, moet de inrichting voorzien worden van veiligheidsverlichting, die onmiddellijk en automatisch in dienst treedt bij het uitvallen van de stroom. Minimaal dienen armaturen aangebracht te worden boven elke uitgangsdeur van lokalen die gebruikt worden door meer dan 50 personen, in alle evacuatiewegen (gangen en trappen), en in de lokalen met menselijke activiteit die uitsluitend door kunstlicht bediend worden. De veiligheidsverlichting dient verder uitgebreid te worden zodanig dat de plaatsing en de verlichtingssterkte voldoende is om een gemakkelijke ontruiming te waarborgen. De veiligheidsverlichting moet tenminste gedurende 1 uur zonder onderbreking kunnen functioneren.
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 23 december 2015 en eindigt op 23 december 2035.