Artikel 170 §4 van de Grondwet bepaalt de fiscale autonomie van de gemeente.
De artikelen 42 §3 en 43 §2 van het Gemeentedecreet bepalen de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad voor het goedkeuren van een belastingreglement.
De gemeenteraad keurde in zitting van 20 oktober 2014 (jaarnummer 824) de belasting op de vertoningen, voorstellingen en vermakelijkheden goed voor de aanslagjaren 2015 tot en met 2019.
De gemeenteraad keurde in zitting van 19 november 2013 (jaarnummer 700) de belasting op de slijterijen en de belasting op de brandstofverdelingsapparaten goed voor de aanslagjaren 2014 tot en met 2019.
In het bestuursakkoord 2013-2018 wordt een vereenvoudiging en vermindering van de stedelijke belastingreglementen vooropgesteld. De belastingen op ondernemingen worden op een realistische, eenvoudige en rechtvaardige basis geheroriënteerd.
In dit kader worden de belastingen op vertoningen, voorstellingen en vermakelijkheden, op slijterijen en op brandstofapparaten opgeheven met ingang vanaf 1 januari 2016.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
De omzendbrief BB 2011/01 van 10 juni 2011 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Artikel 464/1 WIB'92 (Wetboek Inkomstenbelasting).
De gemeenteraad keurt de opheffing van de volgende belastingreglementen goed met ingang vanaf 1 januari 2016:
De financieel beheerder regelt de financiële aspecten als volgt:
|
Omschrijving |
Bedrag |
Boekingsadres |
Bestelbon |
|
Belasting op vertoningen, voorstellingen en vermakelijkheden |
-967.420,00 EUR per jaar |
budgetplaats: 5173000000 |
n.v.t. |
|
Belasting op slijterijen |
-134.193,00 EUR per jaar |
budgetplaats: 5173000000 |
n.v.t. |
|
Belasting op brandstofverdelingsapparaten |
-195.000,00 EUR per jaar |
budgetplaats: 5173000000 |
n.v.t. |