De stad Antwerpen streeft naar het behalen van de Barcelonanorm tegen het einde van de legislatuur. Deze norm stelt dat er per 100 kinderen van 0 tot en met 3 jaar, 33 opvangplaatsen moeten zijn. Momenteel haalt de stad Antwerpen 28%. Om deze groei te realiseren rekent de stad Antwerpen mede op de Vlaamse overheid.
De Vlaamse regering stelt nieuwe middelen ter beschikking voor subsidies voor kinderopvang van baby’s en peuters. Kind en Gezin organiseert een uitbreidingsronde en lanceerde op 16 juli 2015 een oproep. Kandidaten konden een subsidieaanvraag indienen tot en met 30 september 2015.
De Vlaamse regering kan via deze uitbreidingsronde onderstaand aantal plaatsen realiseren of additioneel subsidiëren in de stad Antwerpen:
| aantal nieuwe opvangplaatsen | aantal plaatsen die in een hogere schijf gesubsidieerd worden of 'omschakelen' |
|
| basissubsidie trap 1 |
66 | 332 |
| subsidie inkomenstarief trap 2B |
83 | 83 |
| plussubsidie trap 3 |
/ | 202 |
Kind en Gezin erkent de rol van het lokaal bestuur als regisseur en vraagt het lokaal bestuur een advies over de aanvragen tot subsidiëring door Kind en Gezin. Idealiter gebeurt dit via het Lokaal Overleg Kinderopvang (LOK). Het LOK is een adviesraad waarin naast het beleid, vertegenwoordigers en gebruikers van de verschillende kinderopvangvormen vertegenwoordigd zijn. De statuten van het LOK werden goedgekeurd in de gemeenteraad van 17 december 2007 (jaarnummer 263).
Het lokaal bestuur mag alle aanvragen quoteren op 8 punten.
Het lokaal bestuur kan een gemotiveerd positief of negatief advies uitbrengen. Een positief advies is een quotering tussen 0/8 en 8/8.
Het Lokaal Overlegplatform Kinderopvang kwam samen op 15 oktober 2015 om alle subsidieaanvragen te bespreken. Het LOK formuleerde een advies voor de aanvragen trap 1, aanvragen trap 2B en aanvragen trap 3.
Trap 1: Basissubsidie
Het Lokaal Overlegplatform Kinderopvang meent dat elke organisator van kinderopvang recht heeft op basissubsidies. Daarom geeft het LOK alle aanvragen 7 punten.
Het Lokaal Overleg Kinderopvang geeft (toekomstige) projecten gelegen in een cluster met een tekort van 50 plaatsen of meer tov de Barcelonanorm een extra punt (8 punten).
Trap 2B: Subsidie Inkomenstarief
Organisatoren die trap 2B subsidies krijgen van Kind en Gezin kunnen aan hun klanten een inkomensgerelateerde prijs vragen. Inkomensgerelateerde opvang is qua prijssetting een toegankelijke vorm van opvang.
Het Lokaal Overlegplatform Kinderopvang geeft punten naargelang de ligging van het project. Hiervoor hanteert het LOK het clustersysteem.
De wijken in de stad Antwerpen werden samengevoegd, of geclusterd, in clusters. Elke cluster kent ongeveer 1000 kinderen van 0-3 jaar. De tekorten aan kinderopvang 0-3 jaar ten opzichte van de Barcelonanorm, de gemiddelde tewerkstelling en de gemiddelde inkomens worden in rekening gebracht om een clustervolgorde te bepalen. Aan elke cluster werd een punt toegekend, waar een cluster met 8 punten een grotere nood aan nieuwe inkomensgerelateerde opvangplaatsen kent dan een cluster met 7 punten.
De cluster waarin het project gelegen is, bepaalt het aantal punten dat het LOK geeft: aanvragen in de 2 bovenste clusters krijgen 8 punten, aanvragen in de 2 volgende clusters krijgen 7 punten, enzovoort …
Ook deelde het LOK de aanvragen op, waardoor een project met een snellere realisatiedatum meer kansen op subsidie krijgt dan een project met een latere realisatiedatum.
Trap 3: Plussubsidies
De plussubsidie is de subsidie voor kinderopvang die kwetsbare gezinnen ondersteunt, waar kinderen van deze gezinnen voorrang krijgen en minstens 30% van de opgevangen kinderen uitmaken.
Het Lokaal Overlegplatform Kinderopvang geeft 8 punten aan aanvragen van OKiDO's (occasionele kinderopvanglocaties) voor dat aantal opvangplaatsen dat betoelaagd wordt door de stad Antwerpen.
Een OKiDO richt zich expliciet op kwetsbare gezinnen en gezinnen die dringend opvang nodig hebben. Een OKiDO biedt laagdrempelige, betaalbare en kwalitatieve opvang aan. De OKiDO organisatoren hebben een samenwerkingsovereenkomst met de stad Antwerpen, en hebben het OKiDOcharter ondertekend.
De aanvragen voor extra plaatsen van een OKiDO-organisator, maar die niet betoelaagd worden door de stad Antwerpen, krijgen 4 punten.
Alle overige aanvragen (van niet-OKiDO organisatoren) krijgen 6 punten. Gezien het inhoudelijke aspect van de beoordeling kiest het LOK ervoor de feitelijke beslissing bij Kind en Gezin en haar jury van medewerkers van Kind en Gezin met expertise in kinderopvang en doelgroepenbeleid te leggen.
Het lokaal bestuur moet haar advies overmaken aan Kind en Gezin, uiterlijk op 23 oktober 2015. De dienst cultuur, sport, jeugd en onderwijs/ jeugd - regie kinderopvang vraagt aan het college dit advies te bekrachtigen.
Artikel 4, lid 7 van het Besluit van de Vlaamse regering van 4 mei 2007 houdende het lokaal beleid kinderopvang stelt dat het lokaal bestuur Kind en Gezin kan adviseren over de uitbreiding van de kinderopvang binnen het eigen grondgebied.
Het college bekrachtigt het advies van het Lokaal Overleg Kinderopvang (LOK) aan Kind en Gezin over de uitbreiding van subsidies voor kinderopvang van baby’s en peuters.