OVAM vraagt advies aan het college over een bodemsaneringsproject met als opdrachtgever Total Polymers Antwerp nv - Scheldelaan 4 - 2030 Antwerpen.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.
Het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming; het besluit van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering en bodembescherming.
Het college beslist het gunstige advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren onder volgende voorwaarden:
Algemene en sectorale voorwaarden
|
algemene milieuvoorwaarden – algemeen |
hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8; |
|
algemene milieuvoorwaarden – geluid |
hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6; |
|
algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater |
hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4; |
|
algemene milieuvoorwaarden – lucht |
hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10; |
|
algemene milieuvoorwaarden – licht |
hoofdstuk 4.6. |
|
verwerking van afvalstoffen – algemeen |
hoofdstuk 5.2.1; |
|
opslag en behandeling van bepaalde ongevaarlijke vaste afvalstoffen |
hoofdstuk 5.2.2.4; |
|
bedrijfsafvalwaters |
hoofdstuk 5.3.2 + bijlage 5.3.2; |
|
winning van grondwater |
hoofdstuk 5.53 en bijlage 5.53.1. |
Bijzondere voorwaarden
|
1 |
bij onttrekking van grondwater mag, in afwijking van de algemene en sectorale bepalingen, de concentratie voor de volgende verontreinigende gevaarlijke stoffen in het geloosde afvalwater niet hoger zijn dan: Minerale olie: 500 microgram/liter BTEX, individueel: 10 microgram/liter BTEX-totaal: 20 microgram/liter Styreen: 10 microgram/liter; |
|
2 |
het afvalwater moet worden geloosd via een controle-inrichting die alle waarborgen biedt om de kwaliteit van het werkelijk geloosde water te controleren; |
|
3 |
het debiet van het opgevangen grondwater moet worden geregistreerd; |
|
4 |
indien er afvalgassen vrijkomen, moeten deze worden geleid over een adequate luchtbehandelingsinstallatie die uitmondt in open lucht en die voldoet aan de bepalingen van hoofdstuk 4.4. van het Vlarem; |
|
5 |
de installaties voor het bodemsaneringsproject moeten ontoegankelijk zijn voor onbevoegden; |
|
6 |
het aansluiten op de openbare riolering dient te gebeuren na overleg en met het akkoord van de bevoegde diensten; |
|
7 |
alle voorzieningen worden getroffen teneinde bevuiling van de openbare weg door het transport van de vuile grond te voorkomen. De wielen en buitenzijde van de vrachtwagens en van het werfmateriaal dienen indien nodig ter plaatse gereinigd te worden. De vervuilde grond wordt onmiddellijk afgevoerd naar een erkend verwerker. De vrachtwagens dienen te beschikken over vloeistofdichte en afdekbare laadruimtes; |
|
8 |
de zuiveringsinstallaties dienen op de bronpercelen geplaatst te worden; |
|
9 |
indien buiten de bodemsaneringszone abnormale hinderlijke geuren worden waargenomen, worden onmiddellijk corrigerende maatregelen getroffen om de emissies te beperken; |
|
10 |
indien tijdens de werken de stofconcentraties in de lucht hinderlijk zijn voor de omgeving, zullen onmiddellijk corrigerende maatregelen getroffen worden om de stofontwikkeling te verminderen; |
|
11 |
de saneringsverantwoordelijke nodigt op de eerste voorbereidende werfvergadering de betrokken diensten van het havenbedrijf uit om de nodige praktische afspraken te maken rond werfinrichting, het gebruik van het openbaar domein en dergelijke. U neemt hiervoor contact op met milieu@portofantwerp.com of telefonisch op het nummer 03 205 24 04; |
|
12 |
de aanvangsdatum en einddatum van de saneringswerken moeten worden meegedeeld aan de dienst milieuvergunningen (milieuvergunningen@stad.antwerpen.be) met vermelding van de naam en telefoonnummer van de saneringsverantwoordelijke; |
|
13 |
na afloop van de saneringswerken dient een exemplaar van het evaluatierapport worden overgemaakt aan de dienst milieuvergunningen van de stad Antwerpen (milieuvergunningen@stad.antwerpen.be) en aan de dienst milieu van het gemeentelijk havenbedrijf Antwerpen (milieu@portofantwerp.com); |
|
14 |
gezien de risico’s die uitgaan van de verontreiniging, dient de sanering opgestart te worden binnen de maximale termijn van 3 jaar naar analogie met de Vlarem-wetgeving waarin gesteld wordt dat een vergunde inrichting in gebruik moet worden genomen binnen deze maximale termijn, op straffe van verval van de vergunning. Bovendien zorgt deze voorwaarde voor een aanvaardbare periode tussen de bekendmaking van de noodzaak tot bodemsanering en de werkelijke uitvoering hiervan; |
|
15 |
de beschermende maatregelen, opgelijst in hoofdstuk 6.8 van het dossier, dienen strikt gevolgd te worden; |
|
16 |
een kopie van eventuele tussentijdse rapporten dient eveneens bezorgd te worden aan de dienst milieu van het gemeentelijk havenbedrijf Antwerpen (milieu@portofantwerp.com). |
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| Stadsontwikkeling/vergunningen/milieuvergunningen | het advies te maken aan OVAM |