Terug

2015_DRBO_00094 - Bovenlokaal groenplan 'Levendig Landschap' - Voorontwerp. Advies - Goedkeuring

districtsraad Borgerhout
ma 23/11/2015 - 20:00 districtshuis Borgerhout
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Omar Al Jattari, voorzitter districtsraad; Roger Koreman, districtsschepen; Luc Moerkerke, districtsschepen; Marc De Meyer, districtsraadslid; Patrick Paredaens, districtsraadslid; Marij Preneel, voorzitter districtscollege; Hendrik Roelandt, districtsraadslid; Kristine Matheussen, districtsraadslid; Maria Balemans, districtsraadslid; Zohra Othman, districtsschepen; Alain Herremans, districtsraadslid; Nahima Lanjri, districtsraadslid; Stephanie Van Houtven, districtsschepen; Nadia Bachgada, districtsraadslid; Aotman El Gazuani, districtsraadslid; Tom Claessens, districtsraadslid; Patrick Van den Abbeele, districtsraadslid; Els Roes, districtsraadslid; Danny Van Looy, districtsraadslid; Inge Jooris, districtsraadslid; Seppe Geerts, districtsraadslid; Mieke De Backer, districtsraadslid; Christophe De Wachter, districtsraadslid; Stefan Nieuwinckel, districtssecretaris; Davy Mahieu, plaatsvervangend districtssecretaris

Afwezig

Thomas Heiremans, districtsraadslid; Hans Gooris, districtsraadslid

Secretaris

Davy Mahieu, plaatsvervangend districtssecretaris

Voorzitter

Omar Al Jattari, voorzitter districtsraad
2015_DRBO_00094 - Bovenlokaal groenplan 'Levendig Landschap' - Voorontwerp. Advies - Goedkeuring 2015_DRBO_00094 - Bovenlokaal groenplan 'Levendig Landschap' - Voorontwerp. Advies - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Art. 285 van het Gemeentedecreet dat bepaalt dat de districtsraad een algemene adviesbevoegdheid heeft voor alle aangelegenheden die betrekking hebben op het district.

Aanleiding en context

Op 30 oktober 2009 (jaarnummer 15377) keurde het college de opmaak van groenplannen goed. De opdracht omvat de opmaak van elf groenplannen, waaronder één (bovenlokaal) groenplan op stadsniveau en tien (lokale) groenplannen op niveau van de districten (negen districten en de haven apart). Het bovenlokaal groenplan focust op de districtsoverschrijdende sleutelkwesties en vormt een globaal stadsbreed beleidskader. De lokale groenplannen zijn hiervan een verfijning en omvatten richtlijnen voor groenprojecten.

De opmaak van het bovenlokaal groenplan startte in 2010. De eerste stap was een globale analyse van de situatie van het groenaanbod in Antwerpen. Dit resulteerde in zes thematische nota's (methodiek, ecologie, milieu, historiek, gebruik en flankerend groen) die op 19 april 2013 (jaarnummer 3880) door het college goedgekeurd werden.

Op 8 november 2013 (jaarnummer 11334) keurde het college de visienota voor het bovenlokaal groenplan goed. Daarin werd een basisambitie (streven naar maximale continuïteit) en vier concepten (beleefbaar en avontuurlijk, gezellige rust, biodiversiteit kan overal, structurerende accenten) vastgelegd. Deze vormen de bouwstenen waarmee de gewenste groenstructuur uitgewerkt wordt in het voorontwerp.

Op 26 juni 2015 (jaarnummer 5542) keurde het college het voorontwerp bovenlokaal groenplan 'Levendig Landschap' goed. Ook het informatie- en participatietraject werd goedgekeurd. Het college gaf ook de opdracht om de adviezen in te winnen over het voorontwerp.

Argumentatie

Het voorontwerp bovenlokaal groenplan bestaat uit twee delen:

1) Selecties: In dit deel worden de groenelementen geselecteerd die op bovenlokaal stadsniveau een rol vervullen:

  • robuuste ruimten;
  • groene linten;
  • thematische gebieden (Schelde-estuarium, waterrijke gebieden, relictenrijke gebieden, historische groengebieden en nieuwe groengebieden);
  • kerngebieden en ecologische verbindingen;
  • recreatieclusters.

Deze elementen vormen samen de basiskaart voor de uitwerking van een gewenste groenstructuur. Per element worden een ambitie, doelstellingen en enkele generieke richtlijnen meegegeven.

2) Beelden: In dit deel wordt de basiskaart doorvertaald in een gebiedsgericht kader dat 14 landschappen omvat:

  • Scheldeland;
  • Zandvlakte_Linkeroever;
  • Zuidelijke kamers;
  • Struisbeekvallei;
  • Kasteelparken;
  • Schijnvallei;
  • Glacis van Ertbrugge;
  • Laagland;
  • Polders van Stabroek;
  • Wetlands;
  • Opstalvallei;
  • Scheldepolders;
  • Noordelijk heideland;
  • Groene bedding.

Elk landschap wordt gesitueerd in de stadsstructuur. Er wordt voor elk landschap aangegeven welke typische kenmerken het heeft en welke rol het vandaag in de stad opneemt. Aan de hand van concepten wordt uitgelegd hoe een landschap functioneert. Op basis daarvan wordt een focus bepaald, dit is een aantal typische problemen en potenties waarvoor het groenplan vervolgens strategieën en een leidraad voor interventies aanreikt. Deze zijn gekoppeld aan een gewenste groenstructuur per landschap.

Verspreid over de verschillende landschappen werden 10 onderzoekscases opgenomen. De cases zijn plekken die op dit ogenblik een strategisch belang hebben voor de versterking van de stedelijke groenstructuur. Elke case spitst zich tevens toe op een welbepaalde kwestie:

  • Jachthavenslinger: vegetatie;
  • Groenstraat: ontsnippering;
  • Terbeke: geo-logica;
  • Bloemenveld: klimaat;
  • Hoekakker-Laar: water;
  • Puihoek-Leugenberg: structuren;
  • Molenakker: beleving;
  • Hoefblad: edu-creatie;
  • SchijnSchelde-verbinding: reconversie;
  • Spoor-Oost: her-gebruik.

De cases zijn illustratief voor deze kwesties en geven suggesties van mogelijke landschappelijke oplossingen. Vanuit elke case wordt aangegeven waar in de stad dezelfde kwesties optreden en dus een gelijkaardige benadering wenselijk is.

De 14 landschappen en alle casekwesties vormen samen een hypothesekaart voor de gewenste groenstructuur: het levendig landschap. Deze hypothesekaart wordt tijdens de zomer van 2015 aan een ruime consultatieronde onderworpen:

  1. adviezen stadsdiensten;
  2. adviezen districtsbesturen;
  3. adviezen hogere overheid (Provincie en Vlaanderen);
  4. adviezen GECORO en Adoma;
  5. advies Natuurpunt;
  6. adviezen randgemeenten;
  7. informatie- en participatietraject bewoners/groengebruikers.

Voor het informatie- en participatietraject werd een voorstel uitgewerkt in samenwerking met Antwerpen aan het Woord, Stedelijk Wijkoverleg en Natuurpunt.
De samenwerking met Antwerpen aan het Woord kadert in de uitvoeringsovereenkomst 2015, tussen de vzw Antwerpen aan het Woord en de stad Antwerpen, goedgekeurd door het college op 13 februari 2015 (jaarnummer 1258).

Het informatieluik bestaat uit 14 infototems (één per landschap) die in de landschappen geplaatst worden tijdens de maanden juli, augustus en september. Elke totem geeft uitleg over het groenplan (als plandocument) en het betreffende landschap (vandaag en wensbeeld).

Het participatieluik bestaat enerzijds uit 14 begeleide wandelingen (één per landschap) tijdens de maand augustus en anderzijds een debatmoment begin oktober. Tijdens elke wandeling wordt niet alleen de uitleg vanuit het groenplan over het betreffende landschap gegeven, maar wordt door Antwerpen aan het Woord op een aantal plekken een mogelijkheid voorzien om mee na te denken over bepaalde problematieken en oplossingen. Antwerpen aan het Woord bundelt de reacties tijdens deze momenten en bereidt vervolgens daarmee een debatmoment voor. Op dit debatmoment buigen bevoorrechte wandelaars en enkele externe groenexperten zich over de input die uit de wandelingen komt en wordt een aanbeveling gemaakt hoe hiermee in het groenplan kan omgesprongen worden.

Besluit

Stemming over het amendement:

De districtsraad keurt bij monde van fractievoorzitters het besluit goed met 15 stemmen voor, 7 stemmen tegen en 1 onthouding.
Stemden ja: sp.a-Groen, PVDA+, Moerkerke Luc, Danny Van Looy
Stemden nee: N-VA, Vlaams Belang
Hebben zich onthouden: CD&V

Stemming over het aangepaste besluit:

De districtsraad keurt bij monde van fractievoorzitters het besluit goed met 15 stemmen voor, 7 stemmen tegen en 1 onthouding.
Stemden ja: sp.a-Groen, PVDA+, Moerkerke Luc, Danny Van Looy
Stemden nee: N-VA, Vlaams Belang
Hebben zich onthouden: CD&V

De districtsraad borgerhout beslist:

Artikel 1

De districtsraad geeft volgend advies op het voorontwerp bovenlokaal groenplan 'Levendig Landschap':
Bevoegdheid en samenwerking:
De districten zijn bevoegd voor lokaal publiek domein en het lokale groenbeleid. Bij de opmaak van dit bovenlokaal groenplan is het district Borgerhout op geen enkel moment betrokken. Enkel deze adviesronde volstaat niet om van samenwerking te kunnen spreken. Dit bovenlokaal groenplan doet nochtans wel uitspraken over lokaal publiek domein en dus ook lokaal groenbeleid dat volledig onder de bevoegdheid van het district valt.
1. De delen van dit bovenlokaal groenplan die handelen over districtsbevoegdheden kunnen dan ook louter als adviserend worden beschouwd.
2. Voor die delen van dit groenplan die handelen over districtsbevoegdheden, wordt alsnog een concrete samenwerking met het district opgezet alvorens tot een definitief groenplan te komen.
3. De opmaak van het lokaal groenplan voor het district Borgerhout volgt zo snel als mogelijk en gebeurt in nauwe samenwerking met het district.
4. Binnen het participatietraject moet ook worden overlegd met burgerinitiatieven die werken rond bovenlokale groenverbindingen, zoals Ringland.
5. Bij de opmaak van dit Groenplan werd onvoldoende rekening gehouden met de bestaande plannen, zoals het Klimaatplan van de stad Antwerpen en de plannen en studies van de Vlaamse Milieumaatschappij. De verschillende stadsdiensten, districten en bestuursniveaus moeten veel beter samenwerken om een wezenlijke vooruitgang te kunnen boeken.
Algemene doelstellingen
6. Het Groenplan is veel te weinig ambitieus. Het Groenplan beperkt zich tot het behoud van het groen dat er nog is. Een dichtbebouwde en -bewoonde stad heeft echter nood aan een ambitieuze visie op het groen in de stad en streeft naar maximale uitbreiding.
7. Het actieplan is onvoldoende concreet, en er zijn geen middelen voorzien voor de uitvoering. Het groenplan heeft onder meer als uitgangspunt het realiseren van de Vlaamse groennormen, waaronder 30m2 groen per inwoner. In het huidige voorontwerp wordt op geen enkele manier gestaafd hoe die ambitie wordt waargemaakt. In de definitieve versie van het groenplan moet daarom een grondbalans worden opgenomen. Meer algemeen moet het Groenplan omgezet worden in een concreet en ambitieus actieplan dat de groene ruimte stelselmatig uitbreidt, en aan voldoende middelen om dit alles te realiseren.
8. De facto wordt er, onder meer voor de realisatie van het BAM-tracé, nu al geknaagd aan het bestaande groen. Een ambitieus Groenplan dat in alle beleidsdomeinen wordt toegepast en zo een halt toeroept aan het inperken van de groene ruimte in deze stad, is de enige manier om de leefkwaliteit in Antwerpen te verbeteren.
9. Het aantal evenementen in groenzones neemt toe en ook de omvang van die evenementen groeit. Er is dringend nood aan een visie op evenementen in groenzones (afbakening van zones, bescherming van fauna en flora, draagkracht, inrichting …) als alternatief voor het huidige ad hoc beleid.
10. Natuur- en recreatiezones horen voorzien te worden van toegankelijk sanitair, educatieve bezoekersinformatie en vuilniscontainers.

Landschappen en cases:
11. Case Spoor Oost. Spoor Oost blijkt volgens dit Groenplan de enige kans om het groentekort in Borgerhout enigszins aan te vullen. Het Bestuursakkoord van Antwerpen wil van Spoor Oost op termijn een ‘groen bedrijvenpark’ maken. Momenteel zijn de werken volop aan de gang om Spoor Oost op korte termijn in te richten als parking/evenemententerrein/buurtterrein. Spoor Oost moet zo snel mogelijk worden omgevormd tot Park Spoor Oost voor de buurt, zonder evenementen en zonder parking. Er is een concrete timing en een budget nodig om Park Spoor Oost te realiseren. Alleen op die manier kan dit Groenplan (een deel van) zijn ambitie waarmaken.
12. Case Schijn-Scheldeverbinding. Uit het Groenplan spreekt geen coherente visie omtrent de loop van de rivier het Schijn. Het is nochtans cruciaal om te anticiperen op de gevolgen van de klimaatopwarming: de hitte en de overstromingen in deze stad. De loop van de rivier het Schijn moet daarom bekeken worden in functie van de klimaatadaptatiedoelstellingen uit het Klimaatplan van de stad Antwerpen.
13. Voor Borgerhout werd enkel Spoor Oost als locatie geselecteerd om het groentekort te compenseren. Gezien het groot gebrek aan groene ruimte in Borgerhout, moet zo snel als mogelijk een concreet actieplan worden uitgewerkt, met lokale en bovenlokale budgetten, om ook buiten Spoor Oost in Borgerhout maximale groene ruimte te creëren om aan de Vlaamse groennorm van 30m² per inwoner tegemoet te komen.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.