Artikel 36, 4° van Vlarem I bepaalt dat het college akte neemt van een mededeling van een kleine verandering van een milieuvergunning klasse 2.
Katoen Natie Amsterdam bv - Luithagen - Haven 9; 2030 Antwerpen. De aanvraag omvat de mededeling van een kleine verandering van een vergunde klasse 2-inrichting voor het verwijderen van een brandstoftank met bijhorende brandstofverdeelinstallatie, het schrappen van het lozen van huishoudelijk afvalwater en het toevoegen van een doorvoeropslagplaats voor andere dan IMDG-goederen.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Het college neemt akte van de mededeling van een kleine verandering, zoals geformuleerd in de argumentatie, ingediend door Katoen Natie Amsterdam bv, Luithagen – Haven 9, 2030 Antwerpen, voor het verwijderen van een brandstoftank met bijhorende brandstofverdeelinstallatie, het schrappen van het lozen van huishoudelijk afvalwater en het toevoegen van een doorvoeropslagplaats voor andere dan IMDG-goederen, gelegen op het adres: Luithagen - Haven 11 te 2030 Antwerpen, kadastraal gekend als afdeling 15, sectie D, perceelnummers 261b en 261c.
Het college wijst erop dat de exploitant de vergunningsvoorwaarden van de lopende vergunning AN2006/091/PV dient na te leven.
Het college beslist dat de exploitant de brandweervoorwaarden opgelegd in het besluit AN2006/091/PV dient na te leven:
B1
Zoals bepaald in Vlarem II dient de aanvrager overleg te plegen met de brandweer voor de brandbestrijdingsmiddelen (blusmiddelen binnen en buiten) en dit onafhankelijk van de vergunning.
Desalniettemin dient de exploitant reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen.
S1
Er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens 6 kg poeder type ABC te worden aangebracht. Er mogen snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaats waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de hogervermelde.
S2
Snelblustoestellen van minstens 6 kg poeder type ABC dienen goed verdeeld aangebracht arato van 1 per 150 m² (binnenruimte). Voor de oppervlakten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn. Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de hogervermelde.
S23
Snelblustoestellen van minstens 6 kg poeder type ABC dienen goed verdeeld aangebracht a rato van 1 per 150 m² (binnenruimte) en tevens bij elk punt met verhoogd risico zoals bijvoorbeeld pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enz. In de inrichting moeten in elk geval minstens 2 toestellen aanwezig zijn.
Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de hogervermelde.
H1
Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN S 21.023) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf op het even welk punt tot het dichtstbijgelegen toestel niet meer bedraagt dan: 20 m naar een haspel van het type DMH 20/19 of 30 m naar een haspel van het type DMH 30/25.
De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel minimum 24 liter per minuut bedraagt (met opgerolde slang).
De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.
De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 20 november 2015 en eindigt op 9 juni 2026.