Artikel 37, §1 b) van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een tijdelijke milieuvergunningsaanvraag klasse 1 of 2.
Aanvrager(s): Diamur nv - Zwarteweg 47-haven 367 - 2030 Antwerpen. De aanvraag omvat de tijdelijke verwerking van steenpuin en mortelafval.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit bij deze motivatie aan.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Het college beslist een tijdelijke milieuvergunning klasse 1, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Diamur nv, Zwarteweg 47 haven 367, 2030 Antwerpen, om op de locatie gelegen te Kastelweg 29, 2030 Antwerpen een inrichting voor verwerking van steenpuin en mortelafval te exploiteren.
Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
|
algemene milieuvoorwaarden – algemeen |
hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8; |
|
algemene milieuvoorwaarden – geluid |
hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6; |
|
algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater |
hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4; |
|
algemene milieuvoorwaarden – lucht |
hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10; |
|
algemene milieuvoorwaarden – licht |
hoofdstuk 4.6. |
|
verwerking van afvalstoffen – algemeen |
hoofdstuk 5.2.1; |
|
opslag en behandeling van bepaalde ongevaarlijke vaste afvalstoffen |
hoofdstuk 5.2.2.4; |
|
elektriciteit |
hoofdstuk 5.12; |
|
opslag van gevaarlijke producten – gemeenschappelijke bepalingen |
afdeling 5.17.1; |
|
gevaarlijke vaste stoffen en vloeistoffen – algemene bepalingen |
afdeling 5.17.4.1; |
|
gevaarlijke vloeistoffen – opslag in ondergrondse houders |
afdeling 5.17.4.2; |
|
gevaarlijke vloeistoffen – opslag in bovengrondse houders |
afdeling 5.17.4.3. |
Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere voorwaarde dient na te leven:
vermits het materiaal dat ter plaatse ligt, deels productie-uitval, productresten en overschotten mortel betreft, wordt de exploitant aangeraden navraag te doen bij de OVAM naar een eventuele grondstofverklaring (conform artikel 2.2.3. Vlarema).
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 11 december 2015 en eindigt op 11 maart 2016.