Op 2 maart 2015 keurde de gemeenteraad de wijzigingen goed van de maatregelen om brand in studentenhuisvesting en in gebouwen met kamers te voorkomen en te bestrijden (jaarnummer 122). De gemeenteraad bepaalde dat deze wijzingen in werking treden op een door het college van burgemeester en schepenen te bepalen datum.
Op 2 maart 2015 keurde de gemeenteraad (jaarnummer 122) de wijzigingen goed van de maatregelen om brand in studentenhuisvesting en in gebouwen met kamers te voorkomen en te bestrijden.
De stad Antwerpen maakte gebruik van de mogelijkheid voorzien in het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, om strengere kwaliteitsnormen voor niet-zelfstandige woningen in de brandveiligheidsnormen te voorzien, ongeacht of ze bestemd zijn voor studenten of anderen. Zo werd onder meer de meldingsplicht voor studentenhuisvesting ingevoerd om een beter beeld van de bestaande studentenhuisvesting te krijgen en de controles gerichter te kunnen uitvoeren. Het werd verplicht om een beheerder aan te stellen voor studentenhuisvesting die het aanspreekpunt is voor studenten en die dagelijks nauwgezet de verplichtingen die op de eigenaar rusten, kan opvolgen.
Deze strengere normen gelden pas vanaf de goedkeuring door de Vlaamse regering.
Daarom bepaalde de gemeenteraad dat de wijzigingen die goedgekeurd werden door de gemeenteraad op 2 maart 2015 (jaarnummer 122), pas in werking treden op een door het college te bepalen datum.
Met een ministerieel besluit van 10 november 2015 keurde de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en armoedebestrijding de wijzigingen aan het brandveiligheidsreglement voor studentenhuisvesting van de stad Antwerpen, goedgekeurd door de gemeenteraad op 2 maart 2015 (jaarnummer 122), goed.
In haar advies was de minister van oordeel dat, gelet op het brandveiligheidsbeleid van de stad Antwerpen, het verantwoord is om een meldingsplicht te voorzien voor studentenhuisvesting. Zo kan de stad in kaart brengen waar studenten wonen en gericht optreden naar aanleiding van controles en crisissituaties. Ook de bepalingen met betrekking tot het aanduiden van een beheerder zijn te motiveren vanuit het brandveiligheidsbeleid. De bijkomende normen met betrekking tot de trappen (breedtenorm, verplichte verluchtingsmogelijkheid in het trappenhuis, stevige leuningen en slipvrije trappen), zijn voorzien in functie van snelle en veilige evacuatie bij brand en passen bijgevolg in het brandveiligheidsbeleid van de stad Antwerpen. Ook de vereisten in verband met verwarming en brandstof (strengere vereisten voor stookinstallaties en –plaatsen, voor rookkanalen en schoorstenen, luchtaanvoer en -afvoer, de gasmeter en gastoevoerleiding) hebben een duidelijke relevantie voor brandpreventie.
Nu de minister deze strengere normen heeft goedgekeurd, is het gepast om deze wijzingen in werking te doen treden. De datum van inwerkingtreding wordt bepaald op 1 januari 2016.
Artikel 43 van het Gemeentedecreet: De gemeenteraad kan bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.
Het college beslist dat de wijzigingen van artikel 565 tot en met 600 van de code van politiereglementen, goedgekeurd door de gemeenteraad op 2 maart 2015 (jaarnummer 122), in werking treden op 1 januari 2016.