Art. 2.3.2. §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening zegt dat het college is belast met het opmaken van gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen en de nodige maatregelen neemt tot opmaak.
In zitting van 14 oktober 2011 (jaarnummer 6561) keurde het college de richtlijn rond studentenhuisvesting goed.
Dit besluit gaf goedkeuring aan een aantal principes die als basis dienen voor het beoordelen van bouwaanvragen voor studentenhuisvesting. Het college gaf opdracht de visie studentenhuisvesting in een stedenbouwkundig instrument uit te werken.
De stad Antwerpen telt circa 7500 kotstudenten, op een totaal van 45.000 studenten. Minder dan 20% van de studenten zit op kot. Dit heeft onder andere te maken met de goede bereikbaarheid van de stad Antwerpen met haar omgeving waar de meeste studenten vandaan komen. De stad Antwerpen is geen typische kotstudentenstad.
De buurt rond de universiteit in de binnenstad heeft een hoge clustering van studentenhuisvesting. De verschillende functies (wonen, faciliteiten,..) die hiermee gekoppeld zijn hebben een negatieve impact op het ruimtelijk draagvlak en de leefbaarheid van de buurt. De kotdichtheid in deze buurt (kotdichtheid is de verhouding tussen het aantal studentenkamers en het aantal inwoners) bedraagt meer dan 40%.
Het totaal aan studentenhuisvesting wordt geschat op 9.000. Sinds enkele jaren is er een licht overschot aan studentenhuisvesting. Vooral degene die verder verwijderd zijn van de campussen en/of slechte kwaliteit-prijs verhouding hebben staan vaker leeg. Sinds 2012 is er bovendien een sterke kwaliteitsverbetering aan de gang bij bestaande panden. De meeste oudere panden blijven dus bestaan als kwalitatieve studentenhuisvesting.
Aanvragen voor stedenbouwkundige vergunningen voor studentenhuisvesting worden vandaag geadviseerd op basis van de richtlijn van 2011.
Een richtlijn is geen bindend juridisch instrument. Het is geen sinecure om per bouwaanvraag een juridisch sluitende motivering uit te schrijven.
Om duidelijke richtlijnen juridisch afdwingbaar te kunnen maken, worden deze verankerd in een stedenbouwkundige verordening die werd opgemaakt in nauw overleg met de betrokken partners.
Om voor heel het grondgebied van de stad Antwerpen de vestiging van studentenkamers te kunnen sturen is het noodzakelijk om een specifieke stedenbouwkundige verordening op te stellen en goed te keuren, volgens de procedure van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
De uitgangspunten voor de stedenbouwkundige verordening zijn:
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), in het bijzonder de artikelen 2.3.1. en volgende leggen de procedure vast voor de opmaak van stedenbouwkundige verordeningen.
Het college neemt kennis van het ontwerp van gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Studentenhuisvesting’.
Het college geeft opdracht aan:
|
Dienst |
Taak |
|
SW/R |
om adviezen in te winnen van:
|