Op 1 juli 2014 trad de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties in werking (Belgisch Staatsblad, 1 juli 2013). Huidig artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet bepaalt dat de gemeenteraad gemeentelijke administratieve straffen en sancties kan opleggen overeenkomstig de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Bepaalde administratieve sancties kunnen door het college worden opgelegd:
Oud artikel 119bis § 4 van de Nieuwe Gemeentewet, bepaalde dat het college slechts een administratieve sanctie (schorsing, intrekking van een vergunning en sluiting van een inrichting) kan opleggen nadat het de overtreder heeft gewaarschuwd. Deze waarschuwing bevat een uittreksel van het overtreden reglement of de overtreden verordening.
Artikel 45 van de wet van 24 juni 2013 bepaalt dat het college slechts administratieve sancties kan opleggen nadat de overtreder een voorafgaande verwittiging heeft gekregen. Deze verwittiging bevat een uittreksel van het overtreden reglement of van de overtreden verordening.
Het college gaf op 7 oktober 2011 opdracht aan de dienst samen leven/bestuurlijke handhaving om namens het college een waarschuwingsbrief te verzenden, bij ontvangst van een vaststelling van een inbreuk op het politiereglement. En om bij een nieuwe vaststelling van een inbreuk de overtreder te horen (jaarnummer 14170). Dit gebeurde met het oog op de vereenvoudiging van de procedure.
Deze werkwijze kan momenteel op volgende politiereglementen en hun wijzigingen worden toegepast:
De inhoud van het (oude) artikel 119bis, §4 van de nieuwe gemeentewet werd overgenomen in artikel 45 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Waar oud artikel 119bis, §4 bepaalde dat het college sancties kan opleggen nadat de overtreder werd gewaarschuwd, bepaalt huidig artikel 45 van de wet van 24 juni 2013 dat de overtreder moet worden verwittigd vooraleer een administratieve sanctie door het college kan worden opgelegd.
In het besluit van 7 oktober 2011 (jaarnummer 14170) besliste het college dat de dienst samen leven/bestuurlijke handhaving, de betrokkene namens het college mag verwittigen naar aanleiding van inbreuk op een politiereglement en dat ze na een volgende vaststelling de betrokken overtreder moet horen.
Het komt gepast voor deze opdracht in het kader van de toepassing van artikel 45 van de wet van 24 juni 3013, te bestendigen, met het oog op de vereenvoudiging van de procedure.
Deze vereenvoudiging maakt het mogelijk voor de dienst samen leven/bestuurlijke handhaving om namens het college een overtreder een verwittiging te verzenden na ontvangst van een vaststelling van één of meerdere overtredingen en betrokkene te horen bij een gebeurlijke nieuwe vaststelling van een inbreuk.
Overeenkomstig artikel 45 van de Wet van 24 juni 2013 en artikel 57, §3, 11° van het gemeentedecreet is het college van burgemeester en schepenen bevoegd om administratieve sancties op te leggen, met name de schorsing, intrekking van een door de gemeente verleende toestemming of vergunning en/of de tijdelijke of definitieve sluiting van een inrichting. Zij kunnen slechts worden opgelegd nadat de overtreder een voorafgaande verwittiging heeft gekregen. Deze verwittiging bevat een uittreksel van het overtreden politiereglement of van de overtreden verordening.
Het college beslist om de opdracht aan de dienst samen leven/bestuurlijke handhaving, te bestendigen om bij ontvangst van een vaststelling van een inbreuk op een politiereglement namens het college een verwittigingsbrief te verzenden aan de overtreder, zoals bedoeld in artikel 45 van de wet van 24 juni 2013. Deze verwittigingsbrief bevat de vermelding dat het college de mogelijkheid heeft om bij een nieuwe vaststelling van een inbreuk op één van de sancties voorzien in het artikel 4 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, op te leggen.
Het college beslist om de opdracht aan de dienst samen leven/bestuurlijke handhaving, te bestendigen om de overtreder te horen, na verzenden van de verwittigingsbrief, en na ontvangst van een nieuwe vaststelling van een inbreuk zoals bedoeld in artikel 1.