Op 8 december 2015 ontving de stad Antwerpen een brief van de toezichthoudende overheid, waarbij een klacht wordt overgemaakt uitgaande van het districtscollege Borgerhout over de investeringstoelage voor tuinstraten aan districten Berchem en Antwerpen. De gouverneur vraagt aan het stadsbestuur om binnen de 10 dagen het volledige dossier terzake en een omstandige toelichting van het stadsbestuur over te maken.
Het districtscollege meldt in zijn schrijven aan het Agentschap Binnenlands Bestuur het volgende:
Op 27 oktober 2015 nam het districtscollege van Borgerhout kennis van het verslag (inclusief de presentatie) van de Conferentie van Voorzitters van 7 oktober 2015. In deze presentatie is een tabel opgenomen over het ‘proefproject Tuinstraten’. Hierin wordt aangekondigd dat de districten Antwerpen en Berchem in 2017 en 2018 een investeringsdotatie van telkens 500.000 euro (in totaal 1 miljoen euro per district) krijgen voor de realisatie van een proefproject.
Dit betekent een substantiële verhoging van de investeringsdotatie voor deze districten. Voor Berchem betekent dit in 2017 en 2018 een verhoging van de investeringsdotatie met ongeveer 32%. Voor het district Antwerpen betekent het in beide jaren een verhoging van de investeringsdotatie met 6,5%.
Deze handelswijze houdt een schending in van het Gemeentedecreet.
Artikel 288 van het Gemeentedecreet stipuleert: ‘De gemeenteraad bepaalt de criteria op grond waarvan jaarlijks een algemene dotatie of specifieke dotaties uit de gemeentebegroting worden verstrekt aan de districten.’
Verder bepaalt art. 282 §6 van het Gemeentedecreet dat: ‘Bij de toewijzing van de bevoegdheden moeten alle districten op een gelijke wijze behandeld worden. De gemeentelijke overheden zorgen ervoor dat het personeel en de financiële middelen die aan de districten op grond van artikelen 287 en 288 van deze wet ter beschikking gesteld worden, in overeenstemming zijn met de bevoegdheden die hen toevertrouwd worden.’
Op een vraag van een gemeenteraadslid naar de criteria die de keuze voor deze twee districten objectiveren, antwoordde de bevoegde Schepen: ‘De keuze voor deze projecten is heel eenvoudig geweest: twee districten hebben tijdens een van de bilaterale overlegmomenten (die wij houden met alle districten) een vraag/voorstel voor een tuinstraatproject naar voren geschoven.’
Dit antwoord houdt een duidelijke schending in van het Gemeentedecreet.
In casu werden er niet alleen geen criteria bepaald door de gemeenteraad, de districten werden manifest niet op een gelijke wijze behandeld bij de toekenning van bovenstaande financiële middelen. Niet alle districten hebben op gelijke wijze de kans gekregen om in te tekenen op dit proefproject, de middelen werden toegewezen aan twee districten louter op hun vraag.
Deze handelswijze benadeelt het district Borgerhout en alle andere districten die deze dotatie niet krijgen.
Het districtsbestuur benadrukt verder dat het hier gaat om sluipende besluitvorming die de binnengemeentelijke decentralisatie in zijn kern aantast en het district Borgerhout op concrete wijze benadeelt.
Het districtsbestuur verzoekt u om de beslissing om de dotaties voor de tuinstraten op te nemen in de meerjarenplanning op te schorten en een standpunt in te nemen over de wettelijkheid en de strijdigheid met het algemeen belang van de toekenning van deze dotaties.
Met een collegiale brief wordt het standpunt van de stad toegelicht.
Artikel 254 §2 van het Gemeentedecreet bepaalt dat de toezichthoudende overheid bij ontvangst van een klacht het besluit en het bijhorende dossier opvraagt bij de gemeenteoverheid.
Het college keurt de collegiale brief aan de gouverneur met toelichting over de investeringstoelage voor tuinstraten aan districten Berchem en Antwerpen naar aanleiding van een klacht van het districtscollege Borgerhout goed.