Terug

2015_CBS_10859 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Vleeswarenfabriek Jac Michiels nv, Middelmolenlaan 139, 2100 Deurne - Antwerpen. Dossiernummer MV2015/399/IB - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
wo 30/12/2015 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Sven Cauwelier, waarnemend stadssecretaris

Afwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Secretaris

Sven Cauwelier, waarnemend stadssecretaris
2015_CBS_10859 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Vleeswarenfabriek Jac Michiels nv, Middelmolenlaan 139, 2100 Deurne - Antwerpen. Dossiernummer MV2015/399/IB - Goedkeuring 2015_CBS_10859 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Vleeswarenfabriek Jac Michiels nv, Middelmolenlaan 139, 2100 Deurne - Antwerpen. Dossiernummer MV2015/399/IB - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager(s): Vleeswarenfabriek Jac Michiels nv - Middelmolenlaan 139, 2100 Deurne -Antwerpen. De aanvraag omvat de exploitatie van een vleeswarenfabriek.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Vleeswaren Jac Michiels nv, Middelmolenlaan 139, 2100 Deurne-Antwerpen voor de inrichting gelegen op het zelfde adres. De vergunning heeft als voorwerp het exploiteren van een vleeswarenfabriek.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

Algemene en sectorale milieuvoorwaarden

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

bedrijfsafvalwaters

afdeling 5.3.2 + bijlage 5.3.2, afdeling 51,b);

brandstofverdeelinstallaties

afdeling 5.6.1;

elektriciteit

hoofdstuk 5.12;

garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen

hoofdstuk 5.15;

behandelen van gassen - gemeenschappelijke bepalingen

Afdeling 5.16.1;

fysisch behandelen van gassen

afdeling 5.16.3;

opslag van gevaarlijke producten – gemeenschappelijke bepalingen

afdeling 5.17.1;

gevaarlijke vaste stoffen en vloeistoffen – algemene bepalingen

afdeling 5.17.4.1;

gevaarlijke vloeistoffen – opslag in ondergrondse houders

afdeling 5.17.4.2;

gevaarlijke vloeistoffen – opslag in bovengrondse houders

afdeling 5.17.4.3;

stoomtoestellen

hoofdstuk 5.39;

niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - algemene bepalingen en immissiecontroleprocedures

afdeling 5.43.1 + 5.43.4;

niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - stookinstallaties, met uitzondering van gasturbines en stoom- en gasturbine-installaties – kleine stookinstallaties (300 kW – 5 MW)

subafdeling 5.43.2.3;

slachthuizen en uitsnijderijen

afdeling 5.45.2 en 5.45.2bis.

Artikel 3

Het college wijst erop dat de volgende bijzondere voorwaarde en brandweervoorwaarden van toepassing zijn:

1. Bijzondere voorwaarde:

  • aangezien het bedrijfsafvalwater concentraties fosfor bevat die hoger zijn dan het indelingscriterium, is de rubriek 3.4.1.b) van toepassing. De exploitant zal hiervoor een uitbreiding van zijn vergunning moeten aanvragen binnen de 3 maanden na deze beslissing.
 
2. Brandweervoorwaarden:

B1

Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiernavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst.

 H1

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.

Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.

De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.

De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.

De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.

De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.

H3

Eén bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm Ø dient voorzien.

De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt.

De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.

S1

Er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur6 kgpoeder type ABC - gelijkmatig verdeeld over de inrichting, te worden aangebracht.

S2

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kgpoeder type ABC - dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte). Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

S9

Een snelblustoestel van 5 kg CO2 - ½ bluseenheid conform NBN EN 3-7 - dient aangebracht nabij de toegang tot de hoogspanningscabine.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 30 december 2015 en eindigt op 30 december 2035.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.