Terug

2015_CBS_10007 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Med Repair nv, Muisbroeklaan 61, 2030 Antwerpen, Dossiernummer MV2015/331/BDH - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 04/12/2015 - 09:00 collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_10007 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Med Repair nv, Muisbroeklaan 61, 2030 Antwerpen, Dossiernummer MV2015/331/BDH - Goedkeuring 2015_CBS_10007 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Med Repair nv, Muisbroeklaan 61, 2030 Antwerpen, Dossiernummer MV2015/331/BDH - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager(s): Med Repair nv - Antwerpsebaan 35 - 2040 Antwerpen. De aanvraag omvat het herstellen, onderhouden, ombouwen en verbouwen van containers.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Med Repair nv, Antwerpsebaan 35, 2040 Antwerpen, om op de percelen gelegen te 2030 Antwerpen, Muisbroeklaan 61, een inrichting voor het herstellen, onderhouden, ombouwen en verbouwen van containers te exploiteren.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale milieuvoorwaarden van toepassing zijn:

Algemene milieuvoorwaarden:

algemene milieuvoorwaarden – hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden, geluid – hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2,4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden, oppervlaktewater – hoofdstuk 4.2. en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarde, lucht – hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1. tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

algemene milieuvoorwaarden, licht – hoofdstuk 4.6.

Sectorale milieuvoorwaarden:

garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen hoofdstuk 5.15;

behandelen van gassen - gemeenschappelijke bepalingen hoofdstuk 5.16.1;

fysisch behandelen van gassen hoofdstuk 5.16.3;

brandbare vloeistoffen hoofdstuk 5.6.1;

opslag van gevaarlijke producten – gemeenschappelijke bepalingen hoofdstuk 5.17.1;

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen hoofdstuk 5.17.3 en bijlage 5.17.1 en 5.17.5;

gevaarlijke vaste stoffen en vloeistoffen – algemene bepalingen hoofdstuk 5.17.4.1;

gevaarlijke vloeistoffen – opslag in ondergrondse houders hoofdstuk 5.17.4.2;

gevaarlijke vloeistoffen – opslag in bovengrondse houders hoofdstuk 5.17.4.3;

hout – algemeen hoofdstuk 5.19.1;

metalen hoofdstuk 5.29.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere en brandweervoorwaarden dient na te leven:

Bijzondere milieuvoorwaarden:

  • Het bedrijfsafvalwater, afkomstig van het afstomen van de containers, dient, zoals aangegeven in het aanvraagdossier, te worden afgevoerd naar een extern verwerker;
  • De afvoerleidingen van de opvangput voor het bedrijfsafvalwater dienen dichtgemaakt te worden zodat er geen lozing in oppervlaktewater gebeurt;
  • Recipiënten met olie, afvalolie en oliehoudend afval dienen op een lekbak geplaatst te worden;
  • Conform subafdeling 6.2.2.4 van Vlarem II moet de lozing van huishoudelijk afvalwater in het individueel te optimaliseren buitengebied gezuiverd worden door middel van een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater, waarvan de capaciteit is afgestemd op het aangesloten IE. Aan deze verplichting kan eveneens worden voldaan door het huishoudelijk afvalwater op te vangen en af te voeren naar een erkend afvalverwerker.

Brandweervoorwaarden:

Snelblustoestellen

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kilogram poeder type ABC - dienen goed verdeeld aangebracht in de gebouwen à rato van 1 toestel per 150 m2 (binnenruimte). Voor brandcompartimenten kleiner dan300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn. Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kilogram poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer opslagplaatsen, pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort. Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 4 december 2015 en eindigt op 4 december 2035.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.