Art. 285 van het Gemeentedecreet dat bepaalt dat de districtsraad een algemene adviesbevoegdheid heeft voor alle aangelegenheden die betrekking hebben op het district.
Op 30 oktober 2009 (jaarnummer 15377) keurde het college de opmaak van groenplannen goed. De opdracht omvat de opmaak van elf groenplannen, waaronder één (bovenlokaal) groenplan op stadsniveau en tien (lokale) groenplannen op niveau van de districten (negen districten en de haven apart). Het bovenlokaal groenplan focust op de districtsoverschrijdende sleutelkwesties en vormt een globaal stadsbreed beleidskader. De lokale groenplannen zijn hiervan een verfijning en omvatten richtlijnen voor groenprojecten.
De opmaak van het bovenlokaal groenplan startte in 2010. De eerste stap was een globale analyse van de situatie van het groenaanbod in Antwerpen. Dit resulteerde in zes thematische nota's (methodiek, ecologie, milieu, historiek, gebruik en flankerend groen) die op 19 april 2013 (jaarnummer 3880) door het college goedgekeurd werden.
Op 8 november 2013 (jaarnummer 11334) keurde het college de visienota voor het bovenlokaal groenplan goed. Daarin werden een basisambitie (streven naar maximale continuïteit) en vier concepten (beleefbaar en avontuurlijk, gezellige rust, biodiversiteit kan overal, structurerende accenten) vastgelegd. Deze vormen de bouwstenen waarmee de gewenste groenstructuur uitgewerkt wordt in het voorontwerp.
Op 26 juni 2015 (jaarnummer 5542) keurde het college het voorontwerp bovenlokaal groenplan 'Levendig Landschap' goed. Ook het informatie- en participatietraject werd goedgekeurd. Het college gaf ook de opdracht om de adviezen in te winnen over het voorontwerp.
Het voorontwerp bovenlokaal groenplan bestaat uit twee delen:
1) Selecties: In dit deel worden de groenelementen geselecteerd die op bovenlokaal stadsniveau een rol vervullen:
Deze elementen vormen samen de basiskaart voor de uitwerking van een gewenste groenstructuur. Per element worden een ambitie, doelstellingen en enkele generieke richtlijnen meegegeven.
2) Beelden: In dit deel wordt de basiskaart doorvertaald in een gebiedsgericht kader dat 14 landschappen omvat:
Elk landschap wordt gesitueerd in de stadsstructuur. Er wordt voor elk landschap aangegeven welke typische kenmerken het heeft en welke rol het vandaag in de stad opneemt. Aan de hand van concepten wordt uitgelegd hoe een landschap functioneert. Op basis daarvan wordt een focus bepaald, d.i. een aantal typische problemen en potenties waarvoor het groenplan vervolgens strategieën en een leidraad voor interventies aanreikt. Deze zijn gekoppeld aan een gewenste groenstructuur per landschap.
Verspreid over de verschillende landschappen werden 10 onderzoekscases opgenomen. De cases zijn plekken die op dit ogenblik een strategisch belang hebben voor de versterking van de stedelijke groenstructuur. Elke case spitst zich tevens toe op een welbepaalde kwestie:
De cases zijn illustratief voor deze kwesties en geven suggesties van mogelijke landschappelijke oplossingen. Vanuit elke case wordt aangegeven waar in de stad dezelfde kwesties optreden en dus een gelijkaardige benadering wenselijk is.
De 14 landschappen en alle casekwesties vormen samen een hypothesekaart voor de gewenste groenstructuur: het levendig landschap. Deze hypothesekaart wordt tijdens de zomer van 2015 aan een ruime consultatieronde onderworpen:
Voor het informatie- en participatietraject werd een voorstel uitgewerkt in samenwerking met Antwerpen aan het Woord, Stedelijk Wijkoverleg en Natuurpunt.
De samenwerking met Antwerpen aan het Woord kadert in de uitvoeringsovereenkomst 2015, tussen de vzw Antwerpen aan het Woord en de stad Antwerpen, goedgekeurd door het college op 13 februari 2015 (jaarnummer 1258).
Het informatieluik bestaat uit 14 infototems (één per landschap) die in de landschappen geplaatst worden tijdens de maanden juli, augustus en september. Elke totem geeft uitleg over het groenplan (als plandocument) en het betreffende landschap (vandaag en wensbeeld).
Het participatieluik bestaat enerzijds uit 14 begeleide wandelingen (één per landschap) tijdens de maand augustus en anderzijds een debatmoment begin oktober. Tijdens elke wandeling wordt niet alleen de uitleg vanuit het groenplan over het betreffende landschap gegeven, maar wordt door Antwerpen aan het Woord op een aantal plekken een mogelijkheid voorzien om mee na te denken over bepaalde problematieken en oplossingen. Antwerpen aan het Woord bundelt de reacties tijdens deze momenten en bereidt vervolgens daarmee een debatmoment voor. Op dit debatmoment buigen bevoorrechte wandelaars en enkele externe groenexperten zich over de input die uit de wandelingen komt en wordt een aanbeveling gemaakt hoe hiermee in het groenplan kan omgesprongen worden.
De districtsraad Antwerpen keurt met 28 stemmen voor en 1 onthouding het volgende besluit goed.
Voor: De Brie Paula, Wuyts Christophe, Boeckmans Adrjen, Van Winkel Cordula, De Vos Inneke, Struyf Paul, Ramachi Morad, Laenens Marco, Poppe Anne, Van den Borne Tom, Stallaert Lieve, Verstraeten Regina, Scheck Tatjana, De Wilde Nicolas, Schiltz Willem-Frederik, Kruyniers Jan, Bwatu Nkaya Annie, Van De Heyning Catherine, Geerts Anton, Peeters Nadine, Amaliki Karima, Van Looy Ilona, Demir Zuhal, Wuyts Marita, Anseeuw Chris, Cordy Paul, Ugurlu Sener, Markowitz Samuel
Onthouding: van Craenenbroeck Lutgard
De districtsraad geeft volgend advies op het voorontwerp bovenlokaal groenplan 'Levendig Landschap':
Bevoegdheid en samenwerking:
De districten zijn bevoegd voor lokaal publiek domein en het lokale groenbeleid. Bij de opmaak van dit bovenlokaal groenplan is het district Antwerpen op geen enkel moment actief betrokken. Enkel deze adviesronde volstaat niet om van samenwerking te kunnen spreken. Niettegenstaande doet dit bovenlokaal groenplan wel uitspraken over lokaal publiek domein en dus ook lokaal groenbeleid.
1. De delen van dit bovenlokaal groenplan die handelen over districtsbevoegdheden kunnen dan ook louter als adviserend worden beschouwd.
2. Voor die delen van dit groenplan die handelen over districtsbevoegdheden, wordt alsnog een effectieve samenwerking met het district opgezet alvorens tot een definitief groenplan te komen.
3. De opmaak van het lokaal groenplan voor het district Antwerpen volgt zo snel mogelijk en gebeurt vanaf het prille begin in samenwerking met het district.
Algemeen:
4. Het groen dat we nog hebben maximaal behouden, blijkt een van de doelstellingen van dit Groenplan te zijn. Een dichtbebouwde en -bewoonde stad heeft echter nood aan een ambitieuzere visie op het groen in de stad en streeft liefst naar uitbreiding. De realiteit is immers dat we zien dat er op verschillende plaatsen toch reeds geknaagd wordt aan groene gebieden.
5. Het actieplan en de financiering daarvan zijn essentieel om tot een effectieve advisering van het bovenlokaal groenplan te komen.
6. Het aantal evenementen in groenzones neemt toe en ook de omvang van die evenementen neemt toe. Een visie op evenementen in groenzones (afbakening van zones, bescherming van fauna en flora, draagkracht, inrichting …) dient opgemaakt te worden. (Kasteelparken, Zandvlakte,…)
7. Natuur- en recreatiezones horen voorzien te worden van toegankelijk sanitair, educatieve bezoekersinformatie en vuilniscontainers (bijvoorbeeld ook Muisbroek/Bospolder).
Landschappen en cases:
8. Landschap Scheldeland. uit dit plan volgt een sterkere vergroening van de Scheldekaaien op Rechteroever dan tot nu toe voorzien was in de plannen voor die kaaien.
9. Case Jachthavenslinger: vegetatie. Er zijn veel vragen te stellen over de bewering dat het duinenlandschap er de oorspronkelijke vegetatie zou uitmaken. Een harde omvorming naar een duinenlandschap is niet wenselijk, een zachte omvorming met extensiever onderhoud naar vegetatie die geschikter is voor de zandbodem valt wel te bestuderen.
10. Landschap Zandvlakte. De parkstrips vormen een goede toevoeging maar bevinden zicht grotendeels op lokaal publiek domein, bindende uitspraken hierover kunnen slechts in echte samenwerking met het district.
11. Linkeroever algemeen. Een aantal elementen van het huidige cultuurlandschap zijn beeldbepalend: de lange intacte laanbeplanting, de grote aanwezigheid van populieren, de treurwilgen aan Sint Anneke. Dit groenplan gaat daar compleet aan voorbij. Ook deze beeldbepalende elementen van het cultuurlandschap horen opgenomen te worden.
12. Landschap Kasteelparken. Het opheffen van barrières (afrasteringen allerlei) en de ontsnippering(vermindering barrièrewerking lokale wegen) is belangrijk. Samenwerking met het district is ook hier essentieel.
13. Landschap Laagland + Wetlands + case Puihoek-Leugenberg: De groene zones van Rozemaai, Schoonbroek, Edisonwijk hebben een stevigere link nodig met de rest van het landschap Laagland, maar ook met de Wetlands die vlakbij liggen. Nieuwe groene en trage verbindingen dienen ook de Edisonwijk voor de bewoners dichter bij Schoonbroek en Ekeren te brengen.
14. Landschap Groene bedding. Een flink aantal maatregelen voor ontsnippering van de groene ruimte is hier nodig: van het compacter maken van de spaghettiknoop tot overkappingen.
15. Case Schijn-Scheldeverbinding + Case Spoor Oost: Mooi voorstel van aanpak van een groot stuk landschap, een concreet actieplan met financiering zijn hier essentieel.
Bovendien dient er bij de verdere uitwerking van het plan met de volgende voorwaarden rekening worden gehouden: