Nee.
Het college is bevoegd in het kader van de opmaak van het vergunningenregister en de actieve onderzoeksplicht (artikel 5.1.3 §§1 en 2, en artikel 7.6.2. §1, 5de en 6de lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening).
Op datum van 25 augustus 2015 vraagt Chara Brettler, Lamorinièrestraat 144, 2018 Antwerpen per e-mail om haar eigendom, gelegen De Vrièrestraat 41, district Antwerpen, op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning. Zij voegt hierbij foto’s, huurovereenkomsten, een schattingsverslag en oude plannen ter staving toe.
1. Bestaande juridische toestand:
Het pand, De Vrièrestraat 41 te Antwerpen, is kadastraal gekend als ‘huis’ met gegevens 11de afdeling, sectie L, nummer 11811. Volgens het kadaster is het perceel bebouwd in de periode 1900-1918.
In het archief van de stad Antwerpen zijn volgende bouwdossiers terug te vinden voor het huidige gebouw:
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het ruimtelijk uitvoeringsplan Binnenstad.
Het goed is volgens het laatstgenoemde plan gelegen in een zone voor wonen – Wo1.
2. Bestaande feitelijke toestand
Het gebouw telt drie bouwlagen onder zadeldak.
In het gebouw zijn drie woongelegen-heden ingericht.
Er zijn geen handhavingsdossiers gekend bij de stad Antwerpen.
Het voorwerp:
Uit de bijgevoegde bewijsmaterialen blijkt dat de drie wooneenheden in aanmerking komen voor opname in het vergunningenregister als vergund geacht.
De bewijsvoering:
De bouwdossiers uit het stadsarchief tonen aan dat het gebouw vóór 22 april 1962 werd opgericht.
De bouwdossiers uit het stadsarchief geven een doorsnede weer waarop een hoofdbouw van drie bouwlagen en een achterbouw van één bouwlaag plus twee entresols te zien zijn. Er wordt geen informatie gegeven over de bestemmingen maar het uitzicht van de voorgevel is dat van een typisch herenhuis uit die periode. Men kan er dus van uit gaan dat het volume en de voorgevel vergund zijn.
De bouwdossiers uit het stadsarchief geven ook geen informatie over het aantal woongelegenheden. De uittreksels van het bevolkingsregister leveren voldoende bewijs voor de aanwezigheid van meerdere woongelegenheden. Dit bewijs wordt bevestigt door de beschikbare huurovereenkomsten en een schattingsverslag, zodat het huidige aantal van drie woongelegenheden vergund geacht kan worden.
Conclusie:
Er wordt aan het college voorgesteld om, gelet op de aangehaalde argumenten, de drie wooneenheden op te nemen in het vergunningenregister als geacht vergund.
Iedere constructie waarvan bewezen is dat ze gebouwd werd voor 22 april 1962 (inwerkingtreding Wet op de Stedebouw) ofwel na die datum en voor de eerste inwerkingtreding van het gewestplan (vastgesteld op 3 oktober 1979, van kracht op 9 november 1979), dient te worden opgenomen in het vergunningenregister wegens een vermoeden van vergunning in toepassing van artikel 5.1.3. §1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
Het college neemt kennis van het feit dat het pand De Vrièrestraat 41, district Antwerpen, in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning, wordt opgenomen als gebouwd voor 22 april 1962.
Het college beslist dat in het gebouw drie woonentiteiten vergund geacht zijn.