Terug

2015_CBS_06725 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Ankerwijs vzw, Geluwestraat 4, 2600 Berchem-Antwerpen. Dossiernummer MV2015/161/PV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 14/08/2015 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Bart De Wever, burgemeester; Philip Heylen, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris
2015_CBS_06725 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Ankerwijs vzw, Geluwestraat 4, 2600 Berchem-Antwerpen. Dossiernummer MV2015/161/PV - Goedkeuring 2015_CBS_06725 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Ankerwijs vzw, Geluwestraat 4, 2600 Berchem-Antwerpen. Dossiernummer MV2015/161/PV - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager(s): Ankerwijs vzw - Dianalaan 151 - 2600 Berchem-Antwerpen. De aanvraag omvat de exploitatie van een kleuter- en lagere school.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd, en sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Ankerwijs vzw, Dianalaan 151, 2600 Berchem-Antwerpen, voor de inrichting gelegen aan de Geluwestraat 4, 2600 Berchem-Antwerpen. De vergunning heeft als voorwerp de exploitatie van een kleuter- en lagere school.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

opslag van gevaarlijke stoffen

afdeling 5.17.1 en bijlage 5.17.1;

opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders

afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7;

polyvalente zalen

afdelingen 5.32.3, 5.32.4 en 5.32.5;

niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - algemene bepalingen en immissiecontroleprocedures

afdeling 5.43.1 + 5.43.4;

niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - stookinstallaties, met uitzondering van gasturbines en stoom- en gasturbine-installaties – kleine stookinstallaties (300 kW – 5 MW)

subafdeling 5.43.2.3.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere- en brandweervoorwaarden dient na te leven:

Bijzondere voorwaarde:

  • om bodemverontreiniging te voorkomen dient de stookolietank zo snel mogelijk voorzien te worden van een inkuiping. De exploitant brengt hiervan een bewijs binnen bij dienst milieuvergunningen van stad Antwerpen (milieuvergunningen@stad.antwerpen.be of Stad Antwerpen – dienst Milieuvergunningen, Grote Markt 1, 2000 Antwerpen).

Brandweervoorwaarden:

  • onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiernavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:
  • snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort. In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn. Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 14 augustus 2015 en eindigt op 14 augustus 2035.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.