In het bestuursakkoord 2013-2018 (goedgekeurd door de gemeenteraad op 29 januari 2013 – jaarnummer 35) werd bepaald dat het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen in deze bestuursperiode zal worden geactualiseerd met recente ontwikkelingen en prioriteiten, afgestemd met de verschillende beleidsdomeinen, en dat de actualisatie van het mobiliteitsplan hierop zal worden afgestemd.
De economische onderbouw voor het nieuwe strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen wordt geleverd door middel van een beleidsnota detailhandel (goedgekeurd door de gemeenteraad op 23 september 2013 – jaarnummer 585), voorliggende beleidsnota industrie en logistiek en een beleidsnota kantoren (die eveneens ter goedkeuring wordt voorgelegd aan het college op 19 juni 2015).
Op 1 juli 2013 besliste het directiecomité van Werk en Economie een bestek in de markt te zetten voor het uitvoeren van een analyse van het aanbod aan industriële en logistieke ruimte in stad Antwerpen en een analyse van de vraag naar industriële en logistieke ruimte in stad Antwerpen met horizon 2020, voorafgaand aan de opmaak van de beleidsnota industrie en logistiek.
Op 23 september 2013 besliste het directiecomité van Werk en Economie de opdracht voor het uitvoeren van deze aanbods- en vraaganalyse te gunnen aan de tijdelijke handelsvereniging Arcadis Belgium – Buck Consultants International, voor een bedrag van 73.283,00 EUR exclusief btw of 88.672,43 EUR inclusief btw.
Op 7 april 2014 werd deze analyse en het eindrapport definitief opgeleverd.
Deze analyse werd vervolgens verder verwerkt en op basis hiervan werden beleidsmaatregelen opgesteld. Dit resulteerde in een ontwerpnota die op 7 november 2014 bezorgd werd aan stadsontwikkeling (in het bijzonder ruimte, mobiliteit, vergunningen), stadsbeheer, AG Vespa en Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen en die nadien ook mondeling aan deze stedelijke diensten werd toegelicht op 26 november 2014. De opmerkingen van deze stedelijke diensten werden vervolgens verwerkt. De herwerkte ontwerpnota werd opnieuw aan deze stedelijke diensten bezorgd op 30 maart 2015. Op 29 april 2015 werd de herwerkte ontwerpnota samen met de schepen voor stadsontwikkeling toegelicht aan de private partners van Antwerp Headquarters. Deze private partners kregen vervolgens tot 18 mei 2015 de tijd om te reageren op het ontwerp. Er werden geen reacties van de private partners ontvangen.
Doel
De beleidsnota industrie en logistiek vormt de economische onderbouw voor de herziening van het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen en vormt de basis voor het beleid omtrent industrie en logistiek, zowel wat betreft kleine en middelgrote als grote ondernemingen, in stad Antwerpen. Hiervoor is een sterke samenwerking met het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen en met de provincie onontbeerlijk. De beleidsnota industrie en logistiek is een document waaraan ruimtelijke en mobiliteitsplannen, adviezen, … worden afgetoetst. De nota biedt bovendien aan externen een duidelijk kader bij beslissingen rond bedrijfsvastgoed.
Analyse
In de beleidsnota industrie en logistiek wordt, na een korte situering en een analyse van het beleidskader, een analyse gegeven van het huidige aanbod aan ruimte voor industriële of logistieke ondernemingen, zowel kleine en middelgrote als grote ondernemingen, binnen het grondgebied van stad Antwerpen maar exclusief haven (de ruimte voor industriële investeringen en toekomstige ontwikkelingen in de haven wordt apart besproken in de beleidsnota). Uit deze analyse blijkt dat het totale aanbod aan ontwikkelde of mogelijk ontwikkelbare percelen gelegen binnen een zone met industrie/logistiek als hoofdbestemming in stad Antwerpen 752,22 ha bedraagt. Van deze oppervlakte is 108,05 ha onbenut. 56,80 ha hiervan is niet-uitgegeven (niet-uitgegeven terreinen zijn terreinen die in eigendom zijn van (aangrenzende) bedrijven maar die niet ontwikkeld worden omwille van de randvoorwaarden die gelden voor het terrein, of omdat het terrein als strategische reserve fungeert). Een groot deel van deze 56,80 ha niet-uitgegeven onbenutte oppervlakte betreft de zones op Blue Gate Antwerp die pas ontwikkeld zullen worden vanaf 2017 (volgens het masterplan zullen deze zones ontwikkeld worden voor industrie en logistiek voor 2035) en waarvoor strikte voorwaarden gelden met betrekking tot de types bedrijven die zich daar mogen vestigen. Indien deze oppervlakte van Blue Gate Antwerp niet wordt meegeteld, komt de niet-uitgegeven onbenutte perceeloppervlakte op 17,55 ha te liggen. Voor deze 17,55 ha gelden echter onder andere de volgende randvoorwaarden:
Dit brengt de voor 2020 beschikbare oppervlakte aan percelen gelegen binnen een zone met industrie/logistiek als hoofdbestemming op een netto oppervlakte van 8,12 ha.
Vervolgens wordt een analyse weergegeven van de verwachte vraag naar industriële of logistieke ruimte voor 2020. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de interne en externe vraag. De interne ruimtevraag is de vraag naar herlocatie die aanwezig is bij in Antwerpen gevestigde bedrijven. De externe ruimtevraag is de vraag naar vestigingsruimte door bedrijven van buiten Antwerpen.
Op basis van de geraamde ruimtebehoefte in het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen (2006) en de interne opname over de jaren 2011-2013 werd de interne ruimtevraag op 10 à 15 ha bruto oppervlakte geschat. Deze werd herleid tot een netto ruimtevraag van 8 à 12 ha. Voor de externe ruimtevraag werd uitgegaan van de fysieke logistieke sectoren en de industriële groeisectoren. Er werd een toekomstige externe ruimtevraag van 14 ha netto oppervlakte voor 2020 geraamd. Dit brengt de voor 2020 geschatte netto oppervlakte aan interne en externe vraag op 22 à 26 ha.
Uit de confrontatie van vraag (22-26 ha) en aanbod (8,12 ha) blijkt dus een nijpend tekort aan percelen voor industriële of logistieke activiteiten. Het aanbod aan op korte termijn beschikbare bedrijfspercelen blijkt bovendien te verspreid en te kleinschalig qua kavelgroottes om de benodigde IJzeren Voorraad (een buffersysteem waarbij er op ieder ogenblik een zekere hoeveelheid beschikbare (bouwrijpe) terreinen voorradig moet zijn om marktfricties te vermijden) volledig te kunnen invullen.
Visie en beleid
1. Beleid omtrent ruimte om te ondernemen
De beleidsmaatregelen in deze nota focussen in de eerste plaats op het creëren van ruimte om te ondernemen. Zuinig ruimtegebruik is hierbij het uitgangsprincipe. Zuinig ruimtegebruik dient zoveel mogelijk nagestreefd te worden, zeker in een verweven situatie tussen andere functies, maar ook waar mogelijk op bedrijventerreinen. Echter, op bedrijventerreinen dient dit principe soepel te worden toegepast zodat ook bedrijven die zich niet lenen tot zuinig ruimtegebruik kunnen worden opgevangen.
Verweving wordt gestimuleerd door te onderzoeken hoe de ruimte kan worden (her)ingericht om verweving te faciliteren en door bij elke locatie-aanvraag de verweefbaarheid na te gaan en hiervoor de nodige samenwerkingsverbanden op te zetten.
Aangezien niet alle bedrijven in een verweven situatie kunnen worden gehuisvest, is het belangrijk eveneens voldoende ruimte op bedrijventerreinen te voorzien. Dit krijgt vorm op drie vlakken:
a) de voor industrie en logistiek voorziene ruimte vrijwaren en optimaal benutten. Dit omvat vier zaken:
b) het onderzoeken van mogelijke locaties om bijkomende voor industrie en logistiek te ontwikkelen binnen de stad. Deze mogelijke locaties zijn echter zeer beperkt;
c) samenwerkingsverbanden opzetten met de haven en de buurgemeenten om de uitwisseling van locatiedossiers mogelijk te maken.
2. Mobiliteitsbeleid
Verder worden maatregelen met betrekking tot mobiliteit naar voren geschoven gericht op het vrijwaren van de bereikbaarheid, ook tijdens mobiliteitswerken.
3. Promotie- en communicatiebeleid
Ook worden maatregelen genomen betreffende de (inter)nationale promotie van en communicatie over de belangrijke bedrijfslocaties. (inter)nationale investeringspromotie door Antwerp Headquarters en de promotie van de belangrijke bedrijfslocaties bij bedrijven, bezoekers en brains door middel van sterke communicatie in het kader van (inter)nationale citymarketing.
4. Organisatorische maatregelen
De organisatorische beleidsmaatregelen betreffen het begeleiden van ondernemingen bij hun zoektocht naar de meest geschikte locatie, het opvolgen van de ontwikkelingen op de vastgoedmarkt door middel van een economische monitor, het behartigen van de economische belangen bij het opmaken van ruimtelijke dossiers, mobiliteitsplannen en vergunningen door overleg met de investdesk (een onderdeel van business en innovatie) in een economische toets, en het hanteren van de drie beleidsnota’s industrie en logistiek, kantoren en detailhandel als economische onderbouw voor het nieuwe strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen.
De gemeenteraad keurt de beleidsnota industrie en logistiek goed.