Terug

2015_RVBAGSO_00089 - Evaluatie leden directiecomité - Evaluatieprocedure leden directiecomité - Goedkeuring

Raad van Bestuur AG Stedelijk Onderwijs
vr 26/06/2015 - 16:00 Ijsbreker
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Freya Piryns; Fauzaya Talhaoui; Mie Branders; Peggy Pooters; Carine Leys; Lisa Geets; Bavo Smits; Alex Tanguy; Carine Sneyers

Afwezig

Claude Marinower; Gerda Van Staeyen; Ann Van Dyck

Verontschuldigd

Koen Daniëls; Koen Laenens; Leen Verbist

Secretaris

Carine Sneyers

Voorzitter

Bavo Smits
2015_RVBAGSO_00089 - Evaluatie leden directiecomité - Evaluatieprocedure leden directiecomité - Goedkeuring 2015_RVBAGSO_00089 - Evaluatie leden directiecomité - Evaluatieprocedure leden directiecomité - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

De raad van bestuur is bevoegd voor het opstellen van de aanvullende rechtspositieregeling van het personeel.

Inspraak

Syndicaal overleg

Het evaluatiereglement van de mandaathouders is van toepassing op zowel gesubsidieerde als niet-gesubsidieerde personeelsleden.

Voor de beide categorieën vormt dit een wijziging van de (aanvullende) rechtspositieregeling van het AGSO. Om die reden wordt het formeel onderhandeld in het BC/HOC en het ABC/AHOC. De onderhandeling vindt plaats op 23 juni 2015.

Resultaat van de onderhandelingen:

 

Bijzonder Comité/Hoog Overlegcomité

Het ACOD en ACV geven protocol van akkoord met volgende bemerkingen:

 

  • Het ACOD betreurt dat er geen interne beroepsprocedure is voorzien.
  • Het ACOD wenst dat de personeelsleden formeel worden gehoord in geval van een evaluatie onvoldoende.

 

Afzonderlijk Bijzonder comité / Afzonderlijk Hoog Overlegcomité

ACOD, COC-COV, VSOA geven een gemeenschappelijk protocol van niet-akkoord op basis van volgende argumenten. 

  1. De vakorganisaties wensen dat het personeelslid formeel gehoord wordt voordat een evaluatie onvoldoende wordt uitgesproken.

    Antwoord AGSO: het AGSO gaat akkoord met deze bemerking en voegt het hoorrecht formeel toe aan de procedure.

  2. De vakorganisaties betreuren dat er geen interne beroepsprocedure is voorzien.

    Antwoord AGSO: aangezien het hoogste orgaan van het AGSO de evaluatie uitspreekt is het aangeraden de beroepsinstantie buiten het AGSO te leggen. Het personeelslid kan tegen een evaluatie onvoldoende beroep aantekenen bij de Raad Van State. Het lijkt niet opportuun om een nieuw extern rechtscollege op te richten in functie van een mogelijke interne beroepsprocedure.

  3. De vakorganisaties (onderwijs) wensen dat de leden van het directiecomité een formeel signaal krijgen voorafgaand aan een definitieve evaluatie onvoldoende. De vakorganisaties (onderwijs) stellen voor dat het personeelslid bij een evaluatie onvoldoende een verbetertraject krijgt van X aantal tijd dat moet uitmonden in een nieuwe evaluatie. De eerste evaluatie fungeert hierbij als signaalfunctie maar heeft geen directe gevolgen voor de aanstelling van het betrokken personeelslid.

    Antwoord AGSO: Het AGSO is akkoord dat een evaluatie geen momentopname mag zijn en dat de uitspraak van een evaluatie onvoldoende voor het betrokken personeelslid geen verrassing mag zijn. Het AGSO meent dat de bedrijfsdirecteur hierbij een belangrijke signaalfunctie heeft. Van de bedrijfsdirecteur wordt verwacht dat zij de leden van het directiecomité op permanente basis feedback geeft met betrekking tot hun functioneren en het realiseren van de gestelde doelstellingen. Voor de evaluatie van de bedrijfsdirecteur ligt de signaalfunctie bij de voorzitter van de raad van bestuur.

    Het AGSO gaat ervan uit dat een evaluatie onvoldoende het resultaat is van een proces waarin coaching en bijsturing hebben plaatsgevonden. Het AGSO is dan ook van oordeel dat wanneer de Raad van Bestuur een gemotiveerde evaluatie onvoldoende uitspreekt, dit expliciet betekent dat het vertrouwen in het betrokken personeelslid wordt opgezegd. In deze context, waarin het betrokken personeelslid een grote verantwoordelijkheid draagt, is het niet wenselijk dat het personeelslid zijn mandaat nog langer blijft uitoefenen.

    Het staat de raad van bestuur vrij om een evaluatie voldoende uit te spreken met duidelijke aandachtspunten naar een volgende evaluatie. Op deze manier geeft de raad van bestuur ook een duidelijk signaal en wordt dezelfde doelstelling bereikt.     


Het directiecomité keurde de nieuwe evaluatieprocedure goed op 15 juni 2015.


 

Aanleiding en context

Bijsturing procedure Evaluatie mandaathouders

De huidige procedure voorziet dat de evaluatie van alle leden van het directiecomité op dezelfde wijze gebeurt. De evaluatieprocedure wordt uitgevoerd door een extern bureau. Dat baseert zich op een “360° evaluatie” van medewerkers (n-1) en 2 procesmanagers, een zelfevaluatie, een bevraging van de betrokken procesmanager en 2 andere leden van het directiecomité. De resultaten worden besproken met de leden van het HR-comité die op basis hiervan een voorstel doen aan de raad van bestuur.

De huidige procedure blijkt operationeel niet haalbaar om jaarlijks op een kwaliteitsvolle manier uit te voeren. Daarom wordt de procedure vereenvoudigd. Ook in de nieuwe procedure is de evaluatie geen momentopname maar een proces, waarbij het functioneren van de mandaathouder wordt bekeken op basis van resultaatsgerichte taakafspraken en waar nodig wordt begeleid en gecoacht.

Argumentatie

Om de leden van het directiecomité op een kwaliteitsvolle manier te laten waarderen door de Raad van Bestuur, is het noodzakelijk dat er een werkbare procedure wordt afgesproken waarbij op basis van resultaatsgerichte afspraken de geleverde realisaties kunnen worden gewaardeerd.

Juridische grond

De raad van bestuur is bevoegd voor het opstellen van de aanvullende rechtspositieregeling van het personeel.

Gesubsidieerd personeel

De nieuwe procedure vervangt hoofdstuk 4 van het PESPSO voor het gesubsidieerd personeel en de beslissing van 27 januari 2012 van de raad van bestuur over de evaluatie van de mandaathouders.

Niet-gesubsidieerd personeel

De nieuwe procedure vervangt de beslissing van 27 januari 2012 van de raad van bestuur over de evaluatie van de mandaathouders.


Fasering

Op het moment van goedkeuring door de raad van bestuur treedt de nieuwe procedure in werking.

De leden van het directiecomité zullen volgens de nieuwe procedure voor het eerst worden gewaardeerd in de periode december 2015 - maart 2016.

Besluit

De raad van bestuur ag stedelijk onderwijs beslist:

Artikel 1

De Raad van Bestuur van het Autonoom Gemeentebedrijf Stedelijk Onderwijs Antwerpen keurt de nieuwe evaluatieprocedure voor de leden van het directiecomité goed. 

Artikel 2

De Raad van Bestuur van het Autonoom Gemeentebedrijf Stedelijk Onderwijs Antwerpen beslist dat de bestaande procedure Evaluatie mandaathouders van 27/01/2012 wordt opgeheven.

Artikel 3

De Raad van Bestuur van het Autonoom Gemeentebedrijf Stedelijk Onderwijs Antwerpen beslist dat hoofdstuk 4 van het PEPSO wordt opgeheven. 

Artikel 4

De Raad van Bestuur van het Autonoom Gemeentebedrijf Stedelijk Onderwijs Antwerpen keurt goed dat de evaluatieprocedure voor de leden van het directiecomité in werking treedt op het moment van de goedkeuring.

Artikel 5

Uitvoering beslissing:

Taak Verantwoordelijke Timing
 Uitvoeren evaluatieprocedure  HR Dec 2015 - Q1 2016 


Communicatiestrategie:

Doelgroep Communicatiemiddel
 Niet van toepassing  

Artikel 6

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.