Terug

2015_DCAN_00527 - Bovenlokaal groenplan 'Levendig Landschap' - Voorontwerp. Advies - Goedkeuring

districtscollege Antwerpen
ma 28/09/2015 - 13:00 CC Nova
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Lieve Stallaert, districtsschepen; Paul Cordy, districtsschepen; Tom Van den Borne, districtsschepen; Melanie Vandecappelle, adjunct-districtssecretaris

Afwezig

Zuhal Demir, voorzitter districtscollege; Samuel Markowitz, districtsschepen; Herald Claeys, districtssecretaris

Secretaris

Melanie Vandecappelle, adjunct-districtssecretaris

Voorzitter

Lieve Stallaert, districtsschepen
2015_DCAN_00527 - Bovenlokaal groenplan 'Levendig Landschap' - Voorontwerp. Advies - Goedkeuring 2015_DCAN_00527 - Bovenlokaal groenplan 'Levendig Landschap' - Voorontwerp. Advies - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Art. 285 van het Gemeentedecreet dat bepaalt dat de districtsraad een algemene adviesbevoegdheid heeft voor alle aangelegenheden die betrekking hebben op het district.

Aanleiding en context

Op 30 oktober 2009 (jaarnummer 15377) keurde het college de opmaak van groenplannen goed. De opdracht omvat de opmaak van elf groenplannen, waaronder één (bovenlokaal) groenplan op stadsniveau en tien (lokale) groenplannen op niveau van de districten (negen districten en de haven apart). Het bovenlokaal groenplan focust op de districtsoverschrijdende sleutelkwesties en vormt een globaal stadsbreed beleidskader. De lokale groenplannen zijn hiervan een verfijning en omvatten richtlijnen voor groenprojecten.

De opmaak van het bovenlokaal groenplan startte in 2010. De eerste stap was een globale analyse van de situatie van het groenaanbod in Antwerpen. Dit resulteerde in zes thematische nota's (methodiek, ecologie, milieu, historiek, gebruik en flankerend groen) die op 19 april 2013 (jaarnummer 3880) door het college goedgekeurd werden.

Op 8 november 2013 (jaarnummer 11334) keurde het college de visienota voor het bovenlokaal groenplan goed. Daarin werden een basisambitie (streven naar maximale continuïteit) en vier concepten (beleefbaar en avontuurlijk, gezellige rust, biodiversiteit kan overal, structurerende accenten) vastgelegd. Deze vormen de bouwstenen waarmee de gewenste groenstructuur uitgewerkt wordt in het voorontwerp.

Op 26 juni 2015 (jaarnummer 5542) keurde het college het voorontwerp bovenlokaal groenplan 'Levendig Landschap' goed. Ook het informatie- en participatietraject werd goedgekeurd. Het college gaf ook de opdracht om de adviezen in te winnen over het voorontwerp.

Argumentatie

Het voorontwerp bovenlokaal groenplan bestaat uit twee delen:

1) Selecties: In dit deel worden de groenelementen geselecteerd die op bovenlokaal stadsniveau een rol vervullen:

  • robuuste ruimten;
  • groene linten;
  • thematische gebieden (Schelde-estuarium, waterrijke gebieden, relictenrijke gebieden, historische groengebieden en nieuwe groengebieden);
  • kerngebieden en ecologische verbindingen;
  • recreatieclusters.

Deze elementen vormen samen de basiskaart voor de uitwerking van een gewenste groenstructuur. Per element worden een ambitie, doelstellingen en enkele generieke richtlijnen meegegeven.

2) Beelden: In dit deel wordt de basiskaart doorvertaald in een gebiedsgericht kader dat 14 landschappen omvat:

  • Scheldeland;
  • Zandvlakte_Linkeroever;
  • Zuidelijke kamers;
  • Struisbeekvallei;
  • Kasteelparken;
  • Schijnvallei;
  • Glacis van Ertbrugge;
  • Laagland;
  • Polders van Stabroek;
  • Wetlands;
  • Opstalvallei;
  • Scheldepolders;
  • Noordelijk heideland;
  • Groene bedding.

Elk landschap wordt gesitueerd in de stadsstructuur. Er wordt voor elk landschap aangegeven welke typische kenmerken het heeft en welke rol het vandaag in de stad opneemt. Aan de hand van concepten wordt uitgelegd hoe een landschap functioneert. Op basis daarvan wordt een focus bepaald, d.i. een aantal typische problemen en potenties waarvoor het groenplan vervolgens strategieën en een leidraad voor interventies aanreikt. Deze zijn gekoppeld aan een gewenste groenstructuur per landschap.

Verspreid over de verschillende landschappen werden 10 onderzoekscases opgenomen. De cases zijn plekken die op dit ogenblik een strategisch belang hebben voor de versterking van de stedelijke groenstructuur. Elke case spitst zich tevens toe op een welbepaalde kwestie:

  • Jachthavenslinger: vegetatie;
  • Groenstraat: ontsnippering;
  • Terbeke: geo-logica;
  • Bloemenveld: klimaat;
  • Hoekakker-Laar: water;
  • Puihoek-Leugenberg: structuren;
  • Molenakker: beleving;
  • Hoefblad: edu-creatie;
  • SchijnSchelde-verbinding: reconversie;
  • Spoor-Oost: her-gebruik.

De cases zijn illustratief voor deze kwesties en geven suggesties van mogelijke landschappelijke oplossingen. Vanuit elke case wordt aangegeven waar in de stad dezelfde kwesties optreden en dus een gelijkaardige benadering wenselijk is.

De 14 landschappen en alle casekwesties vormen samen een hypothesekaart voor de gewenste groenstructuur: het levendig landschap. Deze hypothesekaart wordt tijdens de zomer van 2015 aan een ruime consultatieronde onderworpen:

  1. adviezen stadsdiensten;
  2. adviezen districtsbesturen;
  3. adviezen hogere overheid (Provincie en Vlaanderen);
  4. adviezen GECORO en Adoma;
  5. advies Natuurpunt;
  6. adviezen randgemeenten;
  7. informatie- en participatietraject bewoners/groengebruikers.

Voor het informatie- en participatietraject werd een voorstel uitgewerkt in samenwerking met Antwerpen aan het Woord, Stedelijk Wijkoverleg en Natuurpunt.
De samenwerking met Antwerpen aan het Woord kadert in de uitvoeringsovereenkomst 2015, tussen de vzw Antwerpen aan het Woord en de stad Antwerpen, goedgekeurd door het college op 13 februari 2015 (jaarnummer 1258).

Het informatieluik bestaat uit 14 infototems (één per landschap) die in de landschappen geplaatst worden tijdens de maanden juli, augustus en september. Elke totem geeft uitleg over het groenplan (als plandocument) en het betreffende landschap (vandaag en wensbeeld).

Het participatieluik bestaat enerzijds uit 14 begeleide wandelingen (één per landschap) tijdens de maand augustus en anderzijds een debatmoment begin oktober. Tijdens elke wandeling wordt niet alleen de uitleg vanuit het groenplan over het betreffende landschap gegeven, maar wordt door Antwerpen aan het Woord op een aantal plekken een mogelijkheid voorzien om mee na te denken over bepaalde problematieken en oplossingen. Antwerpen aan het Woord bundelt de reacties tijdens deze momenten en bereidt vervolgens daarmee een debatmoment voor. Op dit debatmoment buigen bevoorrechte wandelaars en enkele externe groenexperten zich over de input die uit de wandelingen komt en wordt een aanbeveling gemaakt hoe hiermee in het groenplan kan omgesprongen worden.

Besluit

Het districtscollege antwerpen legt het volgende voor aan de districtsraad antwerpen:

Artikel 1

De districtsraad geeft advies op het voorontwerp bovenlokaal groenplan 'Levendig Landschap'.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.