Terug

2015_DRWI_00081 - Bovenlokaal groenplan 'Levendig Landschap' - Voorontwerp. Advies - Kennisneming

districtsraad Wilrijk
do 03/09/2015 - 20:00 raadzaal districtshuis Wilrijk
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Kristof Bossuyt, voorzitter van de districtsraad; Linda Verlinden, districtsschepen; Robert Moens, districtsschepen; Hans Ides, districtsschepen; Werner Theuns, districtsschepen; Eric Huijbrechts, districtsraadslid; Viviane Wittock, districtsraadslid; Johan Peeters, districtsraadslid; Leopold Rouchet, districtraadslid; Christiana Matthijssens, districtsraadslid; Sophie Stukken, districtraadslid; Martine Depauw, districtsraadslid; Frieda De Wever, districtsraadslid; Sven Geysemans, districtsraadslid (ontslagnemend); Hicham El Mzairh, districtsraadslid; Alexandra D'Archambeau, districtsraadslid; Tom Verstraelen, districtsraadslid; Magda Biesemans, districtsraadslid; Karel Van den Brande, districtsraadslid; Lien Moens, districtsraadslid; Bart Vrints, districtssecretaris

Afwezig

Jef Eggermont, districtsraadslid (ontslagnemend); Tamara Coomans, districtsraadslid; Mouchi Mhaouchi, districtsraadslid; Danny Raets, waarnemend districtssecretaris

Secretaris

Bart Vrints, districtssecretaris

Voorzitter

Kristof Bossuyt, voorzitter van de districtsraad
2015_DRWI_00081 - Bovenlokaal groenplan 'Levendig Landschap' - Voorontwerp. Advies - Kennisneming 2015_DRWI_00081 - Bovenlokaal groenplan 'Levendig Landschap' - Voorontwerp. Advies - Kennisneming

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Art. 285 van het Gemeentedecreet dat bepaalt dat de districtsraad een algemene adviesbevoegdheid heeft voor alle aangelegenheden die betrekking hebben op het district.

Aanleiding en context

Op 30 oktober 2009 (jaarnummer 15377) keurde het college de opmaak van groenplannen goed. De opdracht omvat de opmaak van elf groenplannen, waaronder één (bovenlokaal) groenplan op stadsniveau en tien (lokale) groenplannen op niveau van de districten (negen districten en de haven apart). Het bovenlokaal groenplan focust op de districtsoverschrijdende sleutelkwesties en vormt een globaal stadsbreed beleidskader. De lokale groenplannen zijn hiervan een verfijning en omvatten richtlijnen voor groenprojecten.

De opmaak van het bovenlokaal groenplan startte in 2010. De eerste stap was een globale analyse van de situatie van het groenaanbod in de stad Antwerpen. Dit resulteerde in zes thematische nota's (methodiek, ecologie, milieu, historiek, gebruik en flankerend groen) die op 19 april 2013 (jaarnummer 3880) door het college goedgekeurd werden.

Op 8 november 2013 (jaarnummer 11334) keurde het college de visienota voor het bovenlokaal groenplan goed. Daarin werd een basisambitie (streven naar maximale continuïteit) en vier concepten (beleefbaar en avontuurlijk, gezellige rust, biodiversiteit kan overal, structurerende accenten) vastgelegd. Deze vormen de bouwstenen waarmee de gewenste groenstructuur uitgewerkt wordt in het voorontwerp.

Op 26 juni 2015 (jaarnummer 5542) keurde het college het voorontwerp bovenlokaal groenplan 'Levendig Landschap' goed.

Argumentatie

Het voorontwerp bovenlokaal groenplan bestaat uit twee delen:

1) Selecties: In dit deel worden de groenelementen geselecteerd die op bovenlokaal stadsniveau een rol vervullen:

  • robuuste ruimten;
  • groene linten;
  • thematische gebieden (Schelde-estuarium, waterrijke gebieden, relictenrijke gebieden, historische groengebieden en nieuwe groengebieden);
  • kerngebieden en ecologische verbindingen;
  • recreatieclusters.

Deze elementen vormen samen de basiskaart voor de uitwerking van een gewenste groenstructuur. Per element worden een ambitie, doelstellingen en enkele generieke richtlijnen meegegeven.

2) Beelden: In dit deel wordt de basiskaart doorvertaald in een gebiedsgericht kader dat 14 landschappen omvat:

  • Scheldeland;
  • Zandvlakte_Linkeroever;
  • Zuidelijke kamers;
  • Struisbeekvallei;
  • Kasteelparken;
  • Schijnvallei;
  • Glacis van Ertbrugge;
  • Laagland;
  • Polders van Stabroek;
  • Wetlands;
  • Opstalvallei;
  • Scheldepolders;
  • Noordelijk heideland;
  • Groene bedding.

Elk landschap wordt gesitueerd in de stadsstructuur. Er wordt voor elk landschap aangegeven welke typische kenmerken het heeft en welke rol het vandaag in de stad Antwerpen opneemt. Aan de hand van concepten wordt uitgelegd hoe een landschap functioneert. Op basis daarvan wordt een focus bepaald, dit is een aantal typische problemen en potenties waarvoor het groenplan vervolgens strategieën en een leidraad voor interventies aanreikt. Deze zijn gekoppeld aan een gewenste groenstructuur per landschap.

Verspreid over de verschillende landschappen werden 10 onderzoekscases opgenomen. De cases zijn plekken die op dit ogenblik een strategisch belang hebben voor de versterking van de stedelijke groenstructuur. Elke case spitst zich tevens toe op een welbepaalde kwestie:

  • Jachthavenslinger: vegetatie;
  • Groenstraat: ontsnippering;
  • Terbeke: geo-logica;
  • Bloemenveld: klimaat;
  • Hoekakker-Laar: water;
  • Puihoek-Leugenberg: structuren;
  • Molenakker: beleving;
  • Hoefblad: edu-creatie;
  • SchijnSchelde-verbinding: reconversie;
  • Spoor-Oost: her-gebruik.

De cases zijn illustratief voor deze kwesties en geven suggesties van mogelijke landschappelijke oplossingen. Vanuit elke case wordt aangegeven waar in de stad dezelfde kwesties optreden en dus een gelijkaardige benadering wenselijk is.

De 14 landschappen en alle casekwesties vormen samen een hypothesekaart voor de gewenste groenstructuur: het levendig landschap. Deze hypothesekaart wordt tijdens de zomer van 2015 aan een ruime consultatieronde onderworpen:

  1. adviezen stadsdiensten;
  2. adviezen districtsbesturen;
  3. adviezen hogere overheid (Provincie en Vlaanderen);
  4. adviezen GECORO en Adoma;
  5. advies Natuurpunt;
  6. adviezen randgemeenten;
  7. informatie- en participatietraject bewoners/groengebruikers.

Voor het informatie- en participatietraject werd een voorstel uitgewerkt in samenwerking met Antwerpen aan het Woord, Stedelijk Wijkoverleg en Natuurpunt.
De samenwerking met Antwerpen aan het Woord kadert in de uitvoeringsovereenkomst 2015, tussen de vzw Antwerpen aan het Woord en de stad Antwerpen, goedgekeurd door het college op 13 februari 2015 (jaarnummer 1258).

Het informatieluik bestaat uit 14 infototems (één per landschap) die in de landschappen geplaatst worden tijdens de maanden juli, augustus en september. Elke totem geeft uitleg over het groenplan (als plandocument) en het betreffende landschap (vandaag en wensbeeld).

Het participatieluik bestaat enerzijds uit 14 begeleide wandelingen (één per landschap) tijdens de maand augustus en anderzijds een debatmoment begin oktober. Tijdens elke wandeling wordt niet alleen de uitleg vanuit het groenplan over het betreffende landschap gegeven, maar wordt door Antwerpen aan het Woord op een aantal plekken een mogelijkheid voorzien om mee na te denken over bepaalde problematieken en oplossingen. Antwerpen aan het Woord bundelt de reacties tijdens deze momenten en bereidt vervolgens daarmee een debatmoment voor. Op dit debatmoment buigen bevoorrechte wandelaars en enkele externe groenexperten zich over de input die uit de wandelingen komt en wordt een aanbeveling gemaakt hoe hiermee in het groenplan kan omgesprongen worden.

Besluit

De districtsraad Wilrijk keurt eenparig het volgende advies goed.

De districtsraad wilrijk beslist:

Artikel 1

De districtsraad neemt kennis van het voorontwerp bovenlokaal groenplan 'Levendig Landschap' en formuleert volgend advies:

Het district Wilrijk is van mening dat er echt nood is aan een bovenlokaal groenplan en is dan ook verheugd met het initiatief van de stad Antwerpen. De Wilrijkse districtsraad adviseert positief met aan aantal opmerkingen. Belangrijke opmerkingen vanuit Wilrijk zijn:

1. In verband met het begraafpark aan de Jules Moretuslei / Kerkhofstraat met haar waardevolle graven en leilindendreven willen wij er sterk op aandringen om deze, voor Wilrijk waardevolle plek op te nemen in het bovenlokaal groenplan als waardevol funerair en landschappelijk erfgoed , inclusief het achterliggende gebied (het private bosgedeelte, de hondenweide, het sportpleintje t’ Molenveld en de bijhorende in het groen ingebedde speelruimte )

2. Met betrekking tot Terbekehof vragen we om een totale aanpak van de site, met aandacht voor water, groen en erfgoed. Dit in nauwe samenspraak met alle aanwezige actoren.

3. We adviseren om ook de achterkant van het Schoonselhof mee te nemen in het Groenplan. Belangrijk hier is het stuk tussen de Groenstraat en de Klaverbladdreef. Deze zone wordt als waardevol beschreven in de zin dat het de ambitie zou moeten zijn in de zuidelijke kamers om de verschillende waardevolle natuurelementen en open ruimtes met elkaar te verbinden. Het is voor ons van groot belang dat dit stuk groen dus zijn verbindende rol kan spelen.

4. Het Ferrarisbos. Het is goed dat in het groenplan duidelijk is opgenomen dat het Ferrarisbos een belangrijk stuk groen is en ook een belangrijke corridor naar andere stukken groen (Terbekehof en Struisbeekvallei). In een eerder unaniem standpunt van de districtsraad pleitten we al voor het behoud van deze zone. Graag steunen we op dit punt dus het groenplan en vragen we de juridische bescherming van het resterende Ferrarisbos zodat dit beschermd kan worden tegen een verdere boskap. Ook de waterhuishouding in heel dit gebied is van groot belang voor het district Wilrijk.

5. We achten het nu al belangrijk om aan te geven dat ook in het bovenlokaal Groenplan de groene stukken in de wijk Valaar worden meegenomen. Het hof van Mols en zeker ook de opwaardering van de hele Hollebeekvallei moeten mee in het plan opgenomen worden.

6. Fort 6 werd de voorbije jaren wat minder groen, maar is voor Wilrijk een belangrijke long, zeker in verbinding met de UA en de naburige weiden alsook verder naar Mariënborgh toe. Ook dit stuk moet opgenomen worden in het Groenplan en zo veel als mogelijk onverhard blijven.

7. Wilrijk vraagt om extra in te zetten op de doorwaadbaarheid van het groen. Vele hekken en omheiningen maken het nu niet altijd even gemakkelijk om te genieten van de Wilrijkse natuur bv. in de omgeving van het Rucaplein. De districtsraad meent dat de toegevoegde waarde van een gekoppelde en makkelijk doorwaadbare groene cluster rond Antwerpen (1+1 is hier veel meer dan 2) erg groot is. Wilrijk heeft de wil om mee te bouwen aan een echte groene gordel rond de stad Antwerpen met belangrijke duurzame positieve gevolgen voor vele toekomstige generaties op gebied van leefklimaat.

8. District Wilrijk is vragende partij om de toekomstige ondertunneling van de A12 op te nemen in het plan als belangrijke groene as of groene vinger richting stad, conform de visie op groene assen die vanuit de districten de stad binnenkomen. Het Middelheimpark op de Craeybeckxtunnel en op grondgebied Wilrijk is een prachtig voorbeeld van de winst aan groene ruimte die op deze manier kan gerealiseerd worden.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.