De gemeenteraad neemt kennis van de resultaten van het openbaar onderzoek.
Wettelijke bepalingen afhankelijk van de aanvraag
Artikel 3, § 4 van het besluit van 5 mei 2000 van de Vlaamse regering betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunningen en verkavelingsaanvragen, bepaalt dat verkavelingsaanvragen en aanvragen tot verkavelingswijziging worden onderworpen aan een openbaar onderzoek, behalve als voldaan is aan alle hieronder vermelde voorwaarden:
1° de kavels waarop de aanvraag betrekking heeft, liggen in een gebied waarvoor een goedgekeurd provinciaal of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan of een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg geldt;
2° de aanvraag is in overeenstemming met het voor de kavels geldende plan, vermeld in punt 1°;
3° het voor de kavels geldende plan, vermeld in punt 1°, bevat zowel bestemmingsvoorschriften als voorschriften voor de inplanting, de grootte en het uiterlijk van de constructies.
De aanvraag tot verkaveling werd openbaar gemaakt van 15 maart 2009 tot 14 april 2009 overeenkomstig de bepalingen van voornoemd besluit inzake openbaarmakingen.
Het proces-verbaal van openbaar onderzoek werd opgesteld op datum van 15 april 2009.
Inventaris van de bezwaarschriften
Naar aanleiding van het openbaar onderzoek werd één bezwaarschrift ingediend handelend over de invloed van de verkavelingsaanvraag op de bebouwbaarheid van het naastliggende perceel.
Bespreking van de bezwaarschriften
Het bezwaar heeft enkel betrekking op stedenbouwkundige aspecten en is van geen invloed op de nieuwe wegenis. Bijgevolg spreekt de gemeenteraad zich hier niet over uit.
Onderhavige beslissing kadert in artikel 4.2.25. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dat stelt dat, als de vergunningsaanvraag wegeniswerken omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, en het vergunningverlenende bestuursorgaan, in dit geval de deputatie, oordeelt dat de vergunning kan worden verleend, de gemeenteraad een beslissing over de zaak van de wegen neemt, alvorens het vergunningverlenende bestuursorgaan een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag.
Uit vaststaande rechtspraak van de Raad van State en de Raad voor Vergunningsbetwistingen (zie bijvoorbeeld Raad van State, nr. 189.415, 12 januari 2009) volgt dat deze exclusieve bevoegdheid over de zaak van de wegen betrekking heeft op het tracé van de wegenis en op de uitrusting ervan, inclusief de riolering.
Historiek van de vergunningsaanvragen
Dossier ME/1989/V/0200_198933
Op 1 juni 1988 werd voor de hierbij betreffende percelen aan de Laaglandlaan een eerste verkavelingsaanvraag ingediend voor een verkaveling met 9 kavels voor vrijstaande bebouwing met nieuwe wegenis.
In zitting van 5 oktober 1993 (jaarnummer 1474) hechtte de gemeenteraad zijn goedkeuring aan het tracé van de nieuwe wegenis en in zitting van 27 oktober 1993 (jaarnummer 1789) keurde de gemeenteraad het ingediende bestek 900911 goed.
Na het openbaar onderzoek, het advies van de gemachtigde ambtenaar en onderhandelingen met de stad Antwerpen omtrent de kosteloze grondafstand van het achterliggende gebied in de dagrecreatiezone (6.828 m²), hechtte de gemeenteraad in zitting van 25 juni 2007 (jaarnummer 1500) zijn goedkeuring aan het vernieuwde tracé op basis van aangepaste plannen en bestek (04/005301).
In zitting van 28 december 2007 (jaarnummer 17873) heeft het college de verkavelingsvergunning afgeleverd.
Op 12 maart 2008 werd de verkavelingsvergunning van 28 december 2007 echter geschorst door de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar en op 8 april 2008 door de minister vernietigd.
Dossier ME/2008/V/0001_200821
Een nieuwe verkavelingsaanvraag werd ingediend op 15 december 2008 maar op 22 december 2008 onvolledig verklaard.
Onderhavig dossier ME/2009/V/0004_20094
Op 23 februari 2009 werd een nieuwe verkavelingsvergunning aangevraagd voor 9 kavels met vrijstaande bebouwing en nieuwe weg door de bvba Terra Nova.
Het college weigerde op 17 juli 2009 (jaarnummer 10022) de verkavelingsvergunning en vroeg geen advies aan de gemeenteraad over de zaak van de wegen, nu het college van oordeel was dat de aanvraag niet voor vergunning in aanmerking kwam.
Tegen deze beslissing tekende de bvba Terra Nova op 31 augustus 2009 administratief beroep aan bij de deputatie. De deputatie besliste op 29 juli 2010 om het beroep in te willigen en de verkavelingsvergunning te verlenen. Om aan het ongunstig advies van RI-ANT tegemoet te komen werd in graad van beroep een bijkomend plan “wegen- en rioleringswerken, verkaveling Laaglandlaan te Merksem, Grondplan riolering + wegenis + inplanting verkaveling” toegevoegd aan het aanvraagdossier, waarbij de diameter van de DWA-leiding, de hellingsgraad ervan en het TAW-peil werden aangepast. Ook de afmetingen en de diepte van de pompput werden gewijzigd.
Tegen deze beslissing van de deputatie werd door het college van de stad Antwerpen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen een vordering ingesteld tot schorsing van tenuitvoerlegging en vernietiging van de vergunning.
Op 25 maart 2014 sprak de Raad zich ten gronde uit over het vernietigingsverzoek van het college en de stad Antwerpen en vernietigde de beslissing van de deputatie. Meer bepaald was de Raad voor Vergunningsbetwistingen onder meer van oordeel dat de deputatie niet zo maar kon steunen op de beslissing van de gemeenteraad van 25 juni 2007, genomen naar aanleiding van een eerdere aanvraag, zeker niet nu het in graad van beroep gewijzigd rioleringsplan de uitrusting van de wegenis betreft, en de gemeenteraad alleszins kennis had moeten kunnen nemen van dit gewijzigd plan en van de bezwaren die tijdens het openbaar onderzoek werden geformuleerd.
In zijn arrest van 25 maart 2014 legde de Raad de deputatie op om een nieuwe beslissing te nemen over het administratief beroep binnen een termijn van vijf maanden vanaf de betekening van het arrest.
De injunctie van de Raad voor Vergunningsbetwistingen luidde als volgt:
"E. Bevel conform artikel 4.8.3,§1, tweede lid VCRO
Het gewijzigde artikel 4.2.17 VCRO voorziet niet langer in een procedure waarbij de gouverneur de gemeenteraad samenroept indien er een beroep wordt ingesteld bij de Deputatie wanneer de gemeenteraad over de wegen geen beslissing heeft genomen of zich van de beslissing over de zaak van de wegen heeft onthouden.
Voorgaande vaststelling verhindert de verwerende partij echter niet om, alvorens een nieuwe beslissing te nemen over het administratief beroep van de tweede tussenkomende partij, de gemeenteraad van de tweede verzoekende partij in kennis te stellen van de resultaten van het openbaar onderzoek over de aanvraag die heeft geleid tot de thans bestreden beslissing.
De verwerende partij kan de gemeenteraad hierbij tevens verzoeken een uitdrukkelijk standpunt in te nemen omtrent de vraag of de beslissing van de gemeenteraad van 25 juni 2007, genomen naar aanleiding van een eerdere aanvraag, kan betrokken worden bij de beoordeling van het administratief beroep van de tweede tussenkomende partij, dan wel of de gemeenteraad een nieuwe beslissing omtrent de zaak van de wegen nodig acht."
Op 14 april 2014 ontving de gemeenteraad het aangetekend schrijven van de provincie waarbij de resultaten van het openbaar onderzoek aan de gemeenteraad werden bezorgd en waarbij de deputatie de gemeenteraad verzocht een uitdrukkelijk standpunt in te nemen omtrent de vraag of de beslissing van de gemeenteraad van 25 juni 2007, genomen naar aanleiding van een eerdere aanvraag, kan betrokken worden bij de beoordeling van het administratief beroep van de bvba Terra Nova, dan wel of de gemeenteraad een nieuwe beslissing omtrent de zaak van de wegen nodig acht.
In zitting van 23 juni 2014 (jaarnummer 563) besliste de gemeenteraad dat de deputatie de beslissing van de gemeenteraad van 25 juni 2007 (jaarnummer 1500), genomen naar aanleiding van een eerdere aanvraag, niet kan betrekken bij de beoordeling van het administratief beroep van Terra Nova bvba. De gemeenteraad zal zich opnieuw buigen over het dossier en het tracé van de wegen.
Feiten en context
Eigenaar: Vennootschap Terra Nova, p/a Schijnpoortweg 155, 2170 Merksem-Antwerpen.
Aanvrager: Kris Mintjes, Antwerpsesteenweg 243, 2390 Malle.
Ligging van het perceel: Laaglandlaan zn, Merksem (Antwerpen).
Kadastrale gegevens: 41e afdeling, sectie B, nummers 136/a en 137/a.
De aanvraag omvat: het verkavelen in 9 kavels voor vrijstaande eengezinswoningen met aanleg van nieuwe weg.
Ontvangst aanvraag: 23 februari 2009.
Dossiernummer: 20094 - ME/2009/V/0004.
Het in graad van beroep (deputatie) aangepaste grondplan ‘riolering + wegenis + inplanting verkaveling’ wordt in het kader van dit besluit mee behandeld.
Algemene omschrijving van de verkavelingsaanvraag
De verkavelingsaanvraag heeft betrekking op het verkavelen van een perceel bouwland met kadastraal gekende sectie B, nummers 136/a en 137/a, in negen loten voor open bebouwing. De oppervlakte van de percelen bedraagt respectievelijk 1.052,00 m² voor lot 1A, 1.000,00 m² voor loten 2A, 3A en 4A, 969,00 m² voor lot 5A, 902,00 m² voor lot 6A, 1.200,00 m² voor lot 7A, 1.268,00 m² voor lot 8A en 1.183,00 m² voor lot 9A. De totale oppervlakte van de projectzone bedraagt 17.459,00 m². De kaveldiepte bij alle loten varieert tussen de 50,00 en 60,00 m. Op de rooilijn hebben de loten een kavelbreedte van respectievelijk 19,00 m voor lot 1A, 20,00 m bij loten 2A, 3A, 4A, 7A en 8A, 23,00 m bij loten 5A en 6A en 38,00 m bij lot 9A.
De bebouwing op de loten worden opgericht met inachtneming van een voortuinstrook die varieert tussen 6,00 en 14,00 m.
Achter de normale bebouwing van 17,00 m diepte wordt een open tuinstrook met een minimale diepte van 17,00 m en een maximale diepte van 23,00 m gelaten.
Achter deze tuinstrook ligt een strook van 10,00 m die deel uitmaakt van de loten maar als bufferzone tussen het woongebied met landelijk karakter en de achterliggende recreatiezone dient aangelegd te worden. Binnen deze zone kunnen geen constructies opgericht worden.
Alle loten hebben een bouwvrije zijtuinstrook die minimaal 3,00 m bedraagt. Bij lot 9A wordt naast deze bouwvrije zijtuinstrook nog een zone van 4,00 m breedte vrij gehouden voor aanleg van wegenis om de achterliggende terreinen die binnen de zone voor dagrecreatie vallen te bereiken.
Volgens de gegevens van de verkavelaar wordt een deel van het perceel met een oppervlakte van 1.255,00 m² over gedragen aan het openbaar domein na aanleg van de wegenis. De achterliggende zone met een oppervlakte van 6.630,00 m² wordt eveneens afgestaan aan de stad Antwerpen met de bedoeling deze zone voor te behouden om sportactiviteiten mogelijk te maken.
Het gebied waarbinnen de verkavelingsaanvraag gelegen is wordt in hoofdzaak als ruraal landschap getypeerd dat quasi onbebouwd is gebleven met uitzondering van een boerderij aan de overzijde van de straat en wat lintbebouwing in het deel van de Laaglandlaan dat parallel loopt met de E 19 (woningen vanaf huisnummer 671).
De straat waaraan het project gelegen is, is van lokaal belang en heeft het statuut van een gemeenteweg. De Laaglandlaan werd uitgevoerd in asfalt en heeft buiten een rijbaan ook nog een fietspad en een plantsoen dat een geringe breedte heeft.
Tussen het eigendom van de verkavelaar en de Laaglandlaan ligt een gracht die deels aansluit op het gemengde stelsel in de Laaglandlaan en deels op de Laarsebeek.
Ontsluiting achterliggend perceel
Bij lot 9A wordt een stuk grond aangeduid als ontsluiting van het achterliggende perceel, doch zonder voorstel van kosteloze grondafstand aan de stad. Een aanpassing van de perceelsgrens dringt zich hier op waardoor het lot 9A kleiner wordt in oppervlakte. Deze toegangsweg met een breedte van 4,00 m dient overgedragen te worden aan de stad Antwerpen als volle eigendom en dient vrij te zijn van alle rechten.
Ontsluiting verkaveling
De kadastrale percelen 136/a en 137/a van de voorliggende verkavelingsaanvraag grenzen volledig aan de openbare weg maar zijn gedeeltelijk niet bereikbaar zonder aanleg van een nieuwe weg.
De loten 1A tot en met 6A worden bereikbaar gemaakt door de aanleg van een nieuwe weg die gedeeltelijk gelegen is op de kadasterpercelen 136/a en 137/a en waarvan de wegzate en infrastructuur kosteloos moeten worden over gedragen aan de stad Antwerpen.
De loten 7A, 8A en 9A liggen binnen de eigendomsgrens van de verkavelingsaanvraag en grenzen aan de bestaande openbare weg Laaglandlaan. Volgens het kadaster is er geen ander privaat domein van de stad aanwezig.
Parkeervoorzieningen
De nieuwe weg voorziet geen parkeerruimte voor de bezoekers zodat de gemeenteraad het ongunstige advies van bedrijf stadsontwikkeling/ ontwerp en uitvoering van 19 december 2014 volgt.
Uitrusting van de wegenis
Volgens het advies van de brandweer van 18 december 2014 zijn in het huidige ontwerp de woningen van kavels 7A, 8A en 9A niet bereikbaar met de autoladders van de brandweer. Met het oog op de openbare veiligheid dient ofwel de wegenis ofwel de inplanting van de woningen te worden aangepast. Zo kunnen opstelplaatsen voorzien worden, dan wel met een wegenisbreedte van 8,00 m.
De afwatering van het regenwater is strijdig met gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater (GSVHW). Er ontbreken collectieve voorzieningen voor infiltratie of buffering die voldoen aan de bepalingen van artikel 10 en 11. De afwatering van het regenwater kan niet rechtsstreeks in de baangracht gebeuren.
De overwelving van de baangracht langsheen de Laaglandlaan is strijdig met de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het overwelven of inbuizen van niet geklasseerde waterlopen en waterlopen van 3de categorie. Er is een te kleine buisdiameter van 500 mm voorzien. Volgens artikel 4 van voornoemde verordening is een minimale binnendiameter van 600 mm verplicht.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) en zijn uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Volgens artikel 2 en 42 §1 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 is de gemeenteraad bevoegd voor aangelegenheden van gemeentelijk belang.
Gemeentelijke verordeningen
De gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het overwelven of inbuizen van niet-geklasseerde waterlopen van 3de categorie, vastgesteld door de gemeenteraad op 26 januari 2009 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 1 oktober 2010.
Het ontwerp voldoet hieraan niet. De overwelving van de baangracht langsheen de Laaglandlaan is strijdig met artikel 4 dat een minimale binnendiameter van 600 mm verplicht. De aanvraag voorziet slechts een buisdiameter van 500 mm.
Gewestelijke verordeningen
Het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
Conform artikel 3 van het besluit moet de weg voor voetgangersverkeer bij een rooilijnbreedte van 10,00 m minstens 1,50 m bedragen. Het aan te leggen voetpad heeft slechts een breedte van 1,32 m.
Deze verordening is echter alleen van toepassing in de bebouwde kom. De bebouwde kom eindigt (verkeersbord F3) op de Laaglandlaan op ongeveer 50,00 m voorbij het kruispunt met de Michiel de Swaenstraat. De verkavelingsaanvraag is dus niet gelegen in de bebouwde kom. Gelet op de plaatselijke landelijke toestand en het beperkte gebruik, minder dan 10 woningen, volstaat een voetpadbreedte van 1,32 m.
Rooilijnen
Ter hoogte van de Laaglandlaan werden twee rooilijnen vastgesteld. Het Koninklijk Besluit van 18 oktober 1929 met plan_id_nummer 2.45_70024_00001 is door de aanleg van de E19 volledig achterhaald maar het Koninklijk Besluit werd niet afgeschaft. Het Koninklijk Besluit van 16 juni 1975 met plan_id_nummer 2.45_70024_00003 is nog rechtsgeldig maar heeft geen betrekking op het perceel zelf daar de rooilijn over een beperkte lengte vastgesteld wordt voor het stuk van de Laaglandlaan ten noorden van de Michiel De Swaenstraat en dit over een afstand van 380,00 m.
De gemeenteraad keurt eenparig het volgende besluit goed.
De gemeenteraad beslist het tracé en de uitrusting van de nieuwe weg te weigeren.