Terug

2015_CBS_04394 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Cadix Ontwikkeling thv, Kattendijkdok-Oostkaai 22, 2000 Antwerpen. Dossiernummer MV2015/044/PV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
do 28/05/2015 - 15:00 Digitale zitting
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_04394 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Cadix Ontwikkeling thv, Kattendijkdok-Oostkaai 22, 2000 Antwerpen. Dossiernummer MV2015/044/PV - Goedkeuring 2015_CBS_04394 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Cadix Ontwikkeling thv, Kattendijkdok-Oostkaai 22, 2000 Antwerpen. Dossiernummer MV2015/044/PV - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager(s): Cadix Ontwikkeling thv - Heistraat 71 - 2610 Wilrijk-Antwerpen. De aanvraag omvat nieuwe appartementen en sociale woningen.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Cadix Ontwikkeling thv, Heistraat 71, 2610 Wilrijk-Antwerpen, voor de inrichting gelegen te 2000 Antwerpen, Kattendijkdok-Oostkaai 22. De vergunning heeft als voorwerp het exploiteren van nieuwe appartementen en sociale woningen.

Artikel 2

Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

algemene milieuvoorwaarden – licht

hoofdstuk 4.6;

elektriciteit

hoofdstuk 5.12;

opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders

afdeling 5.17.1 en bijlage 5.17.1;

opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders

afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7;

motoren met inwendige verbranding

hoofdstuk 5.31.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere- en brandweervoorwaarden dient na te leven:

Bijzondere voorwaarden:

-       de exploitant stemt het aantal nuttige aftappunten van hemelwater af op de opslaghoeveelheden voorzien in de bouwvergunning. De aanpassingen en optimalisatie van het hemelwaterhergebruik worden aan de hand van een nota ontegensprekelijk aangetoond. De nota wordt overgemaakt aan het college (p/a dienst milieuvergunningen, Grote Markt 1, 2000 Antwerpen) vóór 29 november 2015;

-       de uitvoering van de dieselgroep wordt aangepast zodat deze voldoet aan de stedenbouwkundige vergunning. Een aangepast uitvoeringsplan wordt overgemaakt aan het college p/a dienst milieuvergunningen, Grote Markt 1 te 2000 Antwerpen of via milieuvergunningen@stad.antwerpen.be.

Brandweervoorwaarden:

onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiernavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:

er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - gelijkmatig verdeeld over de inrichting, te worden aangebracht;

snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden enzovoort. In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn. Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde;

een snelblustoestel van 5 kg CO2 – ½ bluseenheid conform NBN EN 3-7 – dient aangebracht nabij de toegang tot de hoogspanningscabine;

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt. De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer. De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 29 mei 2015 en eindigt op 29 mei 2035.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.