Terug

2015_CBS_04453 - Transitiefonds - Principes en werking - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 29/05/2015 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_04453 - Transitiefonds - Principes en werking - Goedkeuring 2015_CBS_04453 - Transitiefonds - Principes en werking - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

In de zitting van 13 maart 2015 (jaarnummer 2125) keurde het college het principe van een transitiefonds goed. Het college gaf daarbij opdracht om de principes en de werking ervan uit te werken en in mei terug voor te leggen.

Argumentatie

In het collegebesluit van 13 maart 2015 (jaarnummer 2125) zijn 3 manieren opgesomd waarop het transitiefonds gevoed zal worden. 

  1. Het deel van de budgettaire optimalisatie door het wegwerken van de onderbenutting op de algemene werkingsuitgaven dat niet nodig is voor de besparing van 8,2 miljoen euro wordt opgenomen in het transitiefonds. 
  2. Wanneer bijkomende besparingen gerealiseerd worden, zowel de reeds voorgestelde als toekomstige optimalisaties, komt 50% van de financiële baten in dit transitiefonds terecht. De overige 50% wordt als incentive ingezet  om nieuw beleid te creëren of bijkomende uitgaven te realiseren binnen de beleidsdoelstelling waar de optimalisatie werd gerealiseerd. 
  3. De gerealiseerde voordelen dankzij de inzet van het transitiefonds (exclusief eventuele verkopen van patrimonium) vloeien terug naar het transitiefonds.

In de praktische uitwerking wordt voorgesteld 2 categorieën in het transitiefonds te benoemen:

  • algemeen transitiefonds;
  • specifieke transitiefondsen.

ALGEMEEN TRANSITIEFONDS

Het algemeen transitiefonds wordt gevoed door:

 - het deel van de budgettaire optimalisatie door het wegwerken van de onderbenutting op de algemene werkingsuitgaven dat niet nodig is voor de besparing van 8,2 miljoen euro. Deze opname in het algemeen transitiefonds zal plaatsvinden bij budgetopmaak 2016;
- 50% van bijkomende besparingen op uitgaven gerealiseerd door reeds voorgestelde of toekomstige optimalisaties. Deze opname in het algemeen transitiefonds zal gebeuren:

  • voor de reeds goedgekeurde optimalisaties
  • voor toekomstige optimalisatievoorstellen na goedkeuring van het optimalisatievoorstel door managementteam en college.

- de gerealiseerde voordelen dankzij de inzet van het transitiefonds (exclusief eventuele verkopen van patrimonium);

- het voordeel dat gerealiseerd wordt ten gevolge van onderhandelingen door de gemeenschappelijke aankoopcentrale. Dit voordeel is het verschil tussen enerzijds de prijs van de raming of de offerte (de laagste van beide) en anderzijds de prijs na onderhandeling waarvoor wordt gegund;

- extra ontvangsten door tariefverhogingen. Geraamde extra ontvangsten worden opgenomen in het algemeen transitiefonds na het eerste jaar dat de ontvangsten effectief gerealiseerd zijn. 

Opname uit het algemeen transitiefonds is enkel mogelijk mits uitdrukkelijke goedkeuring van het college voor investeringsprojecten die toekomstige exploitatie doen dalen. Deze goedkeuring bestaat uit 2 onderdelen:
  • bij elk budgetproces zal er een lijst 'Verzoeken tot opname uit het transitiefonds' voorgelegd worden aan het budgetcollege waarin de beslissingen over de ingediende voorstellen worden genomen. Elk verzoek tot opname dient een eerste financieel overzicht te bevatten, inclusief het verwachte te realiseren voordeel met timing. Na goedkeuring van het budgetcollege worden de middelen in het budget op de relevante budgettaire dimensies geplaatst. De middelen uit het transitiefonds waarvoor nog geen bestemming door het college is beslist, worden opgenomen in een bestemd geld. 
  • Bij de eerste vastlegging van middelen voor het desbetreffende project, is een collegebesluit vereist waarin het verzoek wordt uitgewerkt. Dit besluit dient een gedetailleerd financieel overzicht te bevatten van het verwachte te realiseren voordeel, inclusief een timing vanaf wanneer dit voordeel gerealiseerd zal worden. 

SPECIFIEKE TRANSITIEFONDSEN

De specifieke transitiefondsen worden gevoed door 50% van bijkomende besparingen op uitgaven gerealiseerd door reeds voorgestelde of toekomstige optimalisaties. De opname in deze transitiefondsen zal gebeuren:

  • bij budgetopmaak 2016: voor de optimalisaties die reeds zijn goedkeurd hetzij bij budgetwijziging 2015 hetzij bij budgetopmaak 2016;
  • na goedkeuring van het optimalisatievoorstel door managementteam en college: voor toekomstige optimalisatievoorstellen.

Deze middelen kunnen ingezet worden om nieuw beleid te creëren of bijkomende uitgaven te realiseren binnen de beleidsdoelstellingen waar de optimalisatie werd gerealiseerd. Het nieuw beleid en/of de bijkomende uitgaven dienen het voorwerp uit te maken van een expliciete beslissing van het college. 

Het deel van een optimalisatie dat gerealiseerd wordt op het lopend jaar, mag niet gebruikt worden voor een recurrente verhoging of voor nieuw beleid dat recurrent is.

LEDEN VAN DE GROEP

Om de leden van de groep, meer bepaald de Autonome gemeentebedrijven (met uitzondering van het Havenbedrijf) en de EVA-vzw’s, ook te stimuleren om optimalisaties door te voeren, moeten de “restmiddelen” niet meer volledig terugvloeien naar de stad. 50% van de “restmiddelen” kan ingezet worden om nieuw beleid te creëren of bijkomende uitgaven te realiseren binnen de beleidsdoelstelling. Deze herbestemmingen worden wel nog ter goedkeuring aan het college voorgelegd. De overige 50% wordt toegevoegd aan het algemeen transitiefonds.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt goed dat in de uitwerking van het transitiefonds 2 categorieën worden benoemd:

  • algemeen transitiefonds;
  • specifieke transitiefondsen.

Artikel 2

Het college keurt goed dat het algemeen transitiefonds wordt gevoed door:

  • het deel van de budgettaire optimalisatie door het wegwerken van de onderbenutting op de algemene werkingsuitgaven dat niet nodig is voor de besparing van 8,2 miljoen euro;
  • 50% van bijkomende besparingen op uitgaven gerealiseerd door reeds voorgestelde of toekomstige optimalisaties;
  • de gerealiseerde voordelen dankzij de inzet van het transitiefonds (exclusief eventuele verkopen van patrimonium);
  • het voordeel dat gerealiseerd wordt ten gevolge van onderhandelingen door de gemeenschappelijke aankoopcentrale;
  • extra ontvangsten door tariefverhogingen.

Artikel 3

Het college keurt goed dat opname uit het algemeen transitiefonds enkel mogelijk is na uitdrukkelijke goedkeuring van het college. De goedkeuring bestaat uit 2 onderdelen:

  • goedkeuring van het verzoek tot opname en een eerste financieel overzicht bij een budgetproces;
  • goedkeuring bij de eerste vastlegging van middelen dat gepaard gaat met een gedetailleerd financieel overzicht.

Artikel 4

Het college keurt goed dat de specifieke transitiefondsen worden gevoed door 50% van bijkomende besparingen op uitgaven gerealiseerd door reeds voorgestelde of toekomstige optimalisaties.

Artikel 5

Het college keurt goed dat opname uit de specifieke transitiefondsen enkel mogelijk is na een expliciete beslissing van het college.

Artikel 6

Het college keurt goed dat de AG’s en EVA-vzw’s 50% van de “restmiddelen” kunnen inzetten voor nieuw beleid, mits goedkeuring van de herbestemming door het college. De overige 50% wordt toegevoegd aan het algemeen transitiefonds.

Artikel 7

Het college keurt goed dat de principes en de werking van het algemeen transitiefonds en de specifieke transitiefondsen gelden tot en met 31 december 2019.

Artikel 8

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.

Artikel 9

Het college geeft opdracht aan:

Financiën

Bij elk budgetproces een overzicht aan te leveren van alle bewegingen van het algemeen transitiefonds en de specifieke transitiefondsen.