Op 28 februari 2014 (jaarnummer 1906) besliste het college om principieel door te gaan met de uitbouw van een warmtenet op Luchtbal en hiervoor een plan van aanpak op te maken, opgenomen in de ruimere context van warmtenetten in Antwerpen Noord.
Op 8 mei 2014 ontving het college een schrijven van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen (hierna GHA) waarin het zijn principiële bereidheid herbevestigt om voor de ontwikkeling van een warmtenet op Luchtbal en de valorisatie van restwarmte samen met de stad Antwerpen en de provincie Antwerpen gesprekken te voeren met industriële en niet-industriële partners.
Het college keurde op 12 december 2014 (jaarnummer 12677) het plan van aanpak goed voor de ontwikkeling van warmtenetten in Antwerpen Noord. Dit plan gaat uit van een samenwerkingsmodel tussen sleutelpartijen (groot projectbelang en potentiële projectinvloed) en steunverleners ('coalition of the willing'). Samenwerking is noodzakelijk omdat de partijen op zichzelf en los van elkaar het projectdoel van stadsbrede warmtenetten onmogelijk kunnen realiseren.
Op 24 december 2014 ontving het college een intentieverklaring van IMEA die als belangrijke lokale partner mee in het project zal stappen voor de realisatie van het warmtenet in de wijk Luchtbal in het kader van het Europese projectvoorstel EASIER ('Energy-saving And Social Integration Enhances urban Refurbishment'). Daarop verstuurde het college op 23 januari 2015 (jaarnummer 450) een collegiale brief waarin vanuit de stad Antwerpen het engagement wordt uitgesproken om met IMEA samen te willen werken rond EASIER.
De samenwerking wordt vorm gegeven via afzonderlijke intentieovereenkomsten tussen de stad Antwerpen en Woonhaven Antwerpen, IMEA, IVEG en de provincie Antwerpen.
Het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen (GHA) wordt gezien als een belangrijke partner die in dit project een ondersteunende rol kan opnemen zonder dat hierover nu een afzonderlijke intentieovereenkomst wordt opgemaakt.
De stad integreert de contacten en intentieovereenkomsten tussen de verschillende meewerkende partners.
Operationele samenwerking
De intentieovereenkomsten voorzien in de oprichting van een projectgroep. De projectgroep wordt belast met de ontwikkeling van documenten zoals:
De projectgroep staat eveneens in voor de opmaak en regelmatige actualisatie van een werkprogramma.
Meerwaarde van de intentieovereenkomsten
De intentieovereenkomst tussen de stad Antwerpen en de provincie Antwerpen is relevant omdat beide besturen op deze manier efficiënter kennis kunnen opbouwen over warmtenetten. Daarnaast kan de provincie de stad Antwerpen, waar zinvol, ook bijstaan in het ontwikkelen van stadsregionale warmteprojecten.
De intentieovereenkomst tussen de stad Antwerpen en Woonhaven is relevant omdat Woonhaven beschikt over een uitgebreid patrimonium van gebouwen dat mee kan instaan voor de minimum warmtevraag die nodig is om een warmteproject haalbaar te maken. Daarnaast kan de stad Antwerpen in de opmaak van het zakelijk model mee de randvoorwaarden voor Woonhaven bewaken die ingevuld moeten worden opdat Woonhaven zou kunnen aansluiten op een warmtenet.
De intentieovereenkomst tussen de stad Antwerpen en IMEA en IVEG is relevant omdat beide distributienetbeheerders bestaande gasnetten op het Antwerps grondgebied hebben. Het zijn belangrijke partners waarvan wordt uitgegaan dat ze later kunnen instaan voor de realisatie van de warmtedistributienetten en de organisatie van het warmtetransportnet. Deze samenwerking tussen stad Antwerpen en IVEG en IMEA is mogelijk gezien de deelname van de stad Antwerpen in deze opdrachthoudende verenigingen. De ontwikkeling van warmtenetten is opgenomen in hun respectievelijke statuten.
Toepassingsgebied
Deze intentieovereenkomsten zijn in eerste instantie niet-limitatief bedoeld voor het warmteproject in het projectgebied Antwerpen Noord. De intentieovereenkomsten laten toe om, waar relevant, tussen de partijen ook andere gebieden in de stad te onderzoeken en te ontwikkelen voor de uitbouw van warmtenetten.
Intentieovereenkomst als opstap naar samenwerkingsovereenkomst
Deze intentieovereenkomst en de documenten die worden ontwikkeld in uitvoering van de intentieovereenkomst, kunnen niet gezien worden als een samenwerkingsovereenkomst in de zin van een overeenkomst die de partijen bindt tot de daadwerkelijke realisatie van een stadswarmteproject. Voor de realisatie van een warmteproject moet voorafgaand een aparte samenwerkingsovereenkomst worden afgesloten.
De partijen uiten wel de intentie om deze intentieovereenkomst als voorloper te laten gelden van een aparte samenwerkingsovereenkomst, gesloten in een latere fase tussen de partijen, ter realisatie van stadswarmteprojecten.
Strategische meerwaarde van intentieovereenkomsten
De intentieovereenkomsten laten toe om tussen de partijen op een formele basis een vertrouwensrelatie te creëren zonder dat daarbij op dit moment voorbarige engagementen moeten worden aangegaan.
Het sluiten van deze intentieovereenkomsten heeft een bovenlokale uitstralingswaarde om via samenwerking te komen tot warmtenetten in Antwerpen en in Vlaanderen.
De intentieovereenkomsten vormen een krachtige expressie om de Antwerpse energieambities waar te maken door het stedelijke warmtebeleid opnieuw naar een hoger niveau te tillen.
De intentieovereenkomsten gaan essentieel over het delen van kennis over warmtenetten en over de al dan niet projectmatige aanpak om ze te realiseren. Voor beide partijen gebeurt dit vanuit de reguliere werking.
De overeenkomsten bevatten geen beslissingen over goederen of wederzijdse betalingen.
Op basis van de artikelen 43 en 57 van het Gemeentedecreet behoort dit juridisch tot de bevoegdheid van het college.
Het college keurt de intentieovereenkomst tot samenwerking ter realisatie van duurzame warmteprojecten in Antwerpen met IMEA en IVEG goed.
Het college keurt de intentieovereenkomst tot samenwerking ter realisatie van duurzame warmteprojecten in Antwerpen met Woonhaven Antwerpen goed.
Het college keurt de intentieovereenkomst tot samenwerking aan een stadsregionaal Antwerps warmtebeleid met de provincie Antwerpen goed.
Het college geeft opdracht aan:
|
Dienst |
Taak |
|
SW/EMA |
Vertegenwoordiging namens de stad Antwerpen in de projectgroep die in het kader van de voorgenoemde intentieovereenkomsten wordt opgericht. |