Samenstelling
Aanwezig
Koen Kennis, schepen;
Philip Heylen, schepen;
Ludo Van Campenhout, schepen;
Claude Marinower, schepen;
Marc Van Peel, schepen;
Rob Van de Velde, schepen;
Nabilla Ait Daoud, schepen;
Fons Duchateau, schepen;
Roel Verhaert, stadssecretaris
Afwezig
Bart De Wever, burgemeester
Secretaris
Roel Verhaert, stadssecretaris
2015_CBS_04877 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Horeca - Laboservice Mariën nv, Overwinningstraat 20, 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer MV2015/114/AV - Goedkeuring
Motivering
Gekoppelde besluiten
Vlarem. District Wilrijk. Milieuvergunning klasse 2 aan Horeca-
Regelgeving: bevoegdheid
Artikel 36, 4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Aanleiding en context
Aanvrager(s): Horeca - Laboservice Mariën nv - Overwinningstraat 20 - 2610 Wilrijk-Antwerpen. De aanvraag omvat de exploitatie van een groothandel in hygiëneproducten.
Argumentatie
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.
Juridische grond
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.
Besluit
Het college van burgemeester en schepenen beslist:
Artikel 1
Het college beslist de milieuvergunning klasse 2, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Horeca-Laboservice Mariën nv, Overwinningstraat 20, 2610 Wilrijk-Antwerpen, voor de exploitatie van een groothandel in hygiëneproducten, gelegen op hetzelfde adres.
Artikel 2
Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
|
algemene milieuvoorwaarden – algemeen
|
hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;
|
|
algemene milieuvoorwaarden – geluid
|
hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;
|
|
algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater
|
hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;
|
|
algemene milieuvoorwaarden – lucht
|
hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;
|
|
algemene milieuvoorwaarden – licht
|
hoofdstuk 4.6.
|
|
opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders
|
hoofdstuk 5.17.1 en bijlage 5.17.1;
|
|
opslag van gevaarlijke stoffen: ondergrondse houders
|
hoofdstuk 5.17.2 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.7;
|
|
opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders
|
hoofdstuk 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7.
|
Artikel 3
Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere voorwaarde en brandweervoorwaarden dient na te leven:
- Bijzondere voorwaarde:
- de brandweervoorwaarden, opgelegd in het advies van de brandweer, dienen strikt gevolgd te worden. De inbreuken, vastgesteld door de brandweer, dienen zo snel mogelijk in orde gebracht te worden.
- Brandweervoorwaarden:
- Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:
- snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort. De aanwezige snelblustoestellen dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (magazijn en bureel);
- de inrichting (magazijn en bureel) dient uitgerust te worden met een algemene en automatische branddetectie installatie, aangevuld met een manueel systeem om ontruiming te bevelen. Het aantal, de aard en de plaatsing van de toestellen wordt bepaald door de afmetingen van de lokalen en het risico, de aard en hoeveelheid van de opgeslagen materialen in de lokalen. Het alarmsignaal dient bijkomend duidelijk hoorbaar te zijn (minimaal 85 dB(A)) in de boven het magazijn gelegen appartement van de exploitant;
- de inrichting (magazijn en bureel) moet voorzien worden van veiligheidsverlichting, die onmiddellijk en automatisch in dienst treedt bij het wegvallen van de spanning. Minimaal dienen armaturen aangebracht te worden boven elke uitgangsdeur, in alle evacuatiewegen (gangen en trappen), in de nabijheid van de brandbestrijdingsmiddelen en in alle lokalen die uitsluitend door kunstlicht bediend worden. De veiligheidsverlichting dient verder uitgebreid te worden zodanig dat de plaatsing en de verlichtingssterkte voldoende is om een gemakkelijke ontruiming te waarborgen. De veiligheidsverlichting moet tenminste gedurende 1 uur zonder onderbreking kunnen functioneren.
Artikel 4
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 12 juni 2015 en eindigt op 12 juni 2035.
Artikel 5
Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.