Terug

2015_CBS_03678 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Ancon nv, Blauwhoefstraat 604-610, 2040 Antwerpen, Dossiernummer MV2015/085/AVG - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 08/05/2015 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Koen Kennis, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_03678 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Ancon nv, Blauwhoefstraat 604-610, 2040 Antwerpen, Dossiernummer MV2015/085/AVG - Kennisneming 2015_CBS_03678 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Ancon nv, Blauwhoefstraat 604-610, 2040 Antwerpen, Dossiernummer MV2015/085/AVG - Kennisneming

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.

Aanleiding en context

Aanvrager(s): Ancon nv - Blauwhoefstraat 604-610 2040 Antwerpen. De aanvraag omvat: de exploitatie van een herstelplaats, opslagdepot en wasplaats van containers.

Argumentatie

De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningswaarden kunnen worden opgelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van de klasse 3-inrichting zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen als bijlage.

Artikel 2

Het college wijst erop dat volgende algemene en sectorale milieuvoorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1,   4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4,   4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en   4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

algemene milieuvoorwaarden – licht

hoofdstuk 4.6;

bedrijfsafvalwaters

hoofdstuk 5.3.2 en bijlage 5.3.2;

elektriciteit

hoofdstuk 5.12;

garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor   motorvoertuigen

hoofdstuk 5.15;

gassen – gemeenschappelijke bepalingen

hoofdstuk 5.16.1 en bijlage 5.16.5;

gassen – koelinrichtingen / compressoren

hoofdstuk 5.16.3;

gassen – opslagplaatsen in verplaatsbare recipiënten

hoofdstuk 5.16.5. en bijlagen 5.16.1 en 5.16.2;

opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en   bovengrondse houders

hoofdstuk 5.17.1 en bijlage 5.17.1;

opslag van gevaarlijke stoffen: ondergrondse houders

hoofdstuk 5.17.2 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.7;

opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders

hoofdstuk 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage   5.17.7;

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen

hoofdstuk 5.17.5;

metalen

hoofdstuk 5.29.

Artikel 3

Het college wijst erop dat de volgende bijzondere voorwaarden van toepassing zijn:

  • uiterlijk zes maanden na aktename door het college dient een analyse van het bedrijfsafvalwater overgemaakt te worden aan de dienst Milieuvergunningen van de stad Antwerpen, p/a Grote Markt 1, 2000 Antwerpen of via milieuvergunningen@stad.antwerpen.be. Hierbij dienen minstens volgende parameters onderzocht te worden: chloride, sulfaat, ammonium, nitriet, nitraat, totaal stikstof, totaal fosfor, arseen, barium, cadmium, chroom, ijzer, koper, kwik, lood, nikkel, seleen, zilver, zink, monocyclische aromatische koolwaterstoffen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen en organisch stofgehalte;
  • herstellingen waarbij gebruik gemaakt wordt van verf, dienen zoveel mogelijk onder afdak of in een werkplaats uitgevoerd te worden;
  • het wassen van de containers dient te gebeuren op een vloeistofdichte oppervlakte waarop de containers in hun geheel kunnen geplaatst worden;
  • uiterlijk zes maanden na aktename door het college dienen de prijsofferte voor het opvullen van de putten op het terrein en de beslissing hierover bezorgd te worden aan de dienst Milieuvergunningen van de stad Antwerpen, p/a Grote Markt 1, 2000 Antwerpen of via milieuvergunningen@stad.antwerpen.be;
  • conform artikel 6.2.2.4. (Vlarem II) moet de lozing van huishoudelijk afvalwater in het individueel te optimaliseren buitengebied gezuiverd worden door middel van een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater (IBA), waarvan de capaciteit is afgestemd op het aangesloten inwonersequivalenten (IE). Een bewijs van plaatsing van een IBA of van opvang en afhaling wordt binnen zes maanden na het verlenen van de milieuvergunning bezorgd aan het college, p/a dienst milieuvergunningen, Grote Markt 1, 2000 Antwerpen of via milieuvergunningen@stad.antwerpen.be.     

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.