Op de raadszitting van 30 maart 2015 deed zich een eigenaardig feit voor.
Een raadslid, ikzelf, werd er openlijk en onterecht van verdacht om beeld- en geluidsopnamen te maken van de zitting.
Intussen weet iedereen dat het loos alarm was.
Ik heb ook de moeite niet gedaan om na te kijken of dit reglementair al dan niet zou toegelaten zijn. Dit is wat mij betreft nu trouwens naast de kwestie.
Bij vele besturen worden de zittingen op geluids- en soms op beelddragers opgenomen.
Daardoor kan iedereen objectief kennis nemen van de inhoud van de volledige zitting.
De verslaggeving hangt dan niet af van de al dan niet volledige schriftelijke notulering of, erger nog, van de nadien door de tussenkomende partijen ingediende teksten. Zonder verdachtmaking, maar wie kan die nadien ingediende teksten nog controleren als zijnde een correcte weerslag van wat mondeling op de zitting voorgedragen werd ?
Ik denk dan ook dat we de gebeurtenis van de vorige zitting moeten aangrijpen om tot een verbetering van de verslaggeving te komen.
Mijn vraag :
Bent u bereid zo snel mogelijk over te gaan tot het maken van geluidsopnames van de zittingen van deze raad ?
Raadslid Patrick Van den Abbeele licht zijn interpellatie toe.
De voorzitter van de districtsraad licht het Gemeentedecreet en het reglement op de notulering toe.
De voorzitter van het districtscollege komt tussen.
Raadslid Patrick Van den Abbeele komt tussen.