Op 9 januari 2009 (jaarnumer 102) besliste het college om het Burgemeestersconvenant (Covenant of Mayors) te ondertekenen. Met deze overeenkomst engageert de stad Antwerpen zich om, in lijn met de Europese doelstellingen, minstens 20% minder CO2 uit te stoten tegen 2020. Voor de eigen stedelijke werking stelt de stad Antwerpen zich het doel om tegen 2020 de CO2-uitstoot te reduceren met 50%. Tegen 2050 wil de stad CO2-neutraal zijn. Hoe de stad dit zal realiseren werd uitgewerkt in een klimaatplan voor Antwerpen, goedgekeurd door de gemeenteraad op 27 juni 2011 (jaarnummer 920).
Het proces voor de actualisatie van het klimaatplan werd goedgekeurd door het college op 24 januari 2014 (jaarnummer 709) en 13 juni 2014 (jaarnummer 6306). Het college nam op 6 juni 2014 (jaarnummer 6029) kennis van de resultaten van de emissie-inventaris 2012. Op 13 juni 2014 (jaarnummer 6306) nam het college kennis van de evaluatie van het klimaatactieplan 2010-2013 en van de oplevering van het klimaatmaatregeleninstrument als flankerend beleidsinstrument ter voorbereiding van de actualisatie van het stedelijke klimaatbeleid.
Op 22 mei 2015 (jaarnummer 4294) besliste het college om:
Doel
De doelstelling van het klimaatplan is om klimaatverandering te voorkomen (mitigatie) en maatregelen te nemen ter beheersing van de negatieve effecten van klimaatverandering (adaptatie). Met het klimaatplan positioneert Antwerpen zich als voorbeeldstad op het vlak van klimaat.
Structuur en opbouw
Het geactualiseerde klimaatplan begint met een korte evaluatie van de inspanningen en acties betreffende mitigatie van de voorbije vijf jaar voor de verschillende sectoren: huishoudens, tertiaire sector en niet-ETS industrie, mobiliteit, lokale energieproductie en stedelijke organisatie. De belangrijkste conclusies op basis van de CO2-cijfers uit de emissie-inventaris worden in beeld gebracht.
In het hoofdstuk Aanpak mitigatie 2015-2020 wordt stilgestaan bij de uitgangspunten en principes die de basis vormen van dit klimaatplan. Ook het instrumentarium voor de planning, opvolging en financiering van het klimaatbeleid wordt toegelicht. Het belang van samenwerking en participatie wordt onderstreept.
De acties in het hoofdstuk Maatregelen mitigatie 2015-2020 bouwen voort op wat succesvol was en sturen bij waar nodig. De impact die de stad van deze maatregelen verwacht, wordt beschreven, gevolgd door een overzicht per doelgroep. Een nieuw luik aan het stedelijk klimaatbeleid wordt de uitwerking van een strategie voor klimaatadaptatie. Het hoofdstuk geeft een stand van zaken betreffende klimaatadaptatie en beschrijft welke strategie Antwerpen de komende jaren zal volgen om de stad voor te bereiden op de voorspelde klimaatveranderingen. Tot slot wordt een apart hoofdstuk gewijd aan mitigatie en adaptatie in stadsontwikkeling omwille van het belang van het ruimtelijk beleid en stadsontwikkelingsprojecten als strategische instrumenten voor klimaatadaptatie en -mitigatie.
Volgende bijlagen horen bij het klimaatactieplan:
Overzicht aanpassingen ontwerp klimaatplan 2015-2020
Het college keurde op 22 mei 2015 het ontwerp geactualiseerd klimaatplan goed. Sindsdien werden nog een beperkt aantal wijzigingen, voornamelijk aanvullingen en verduidelijkingen, in het ontwerpplan aangebracht.
De Adoma gaf een advies. Het advies, een samenvatting er van, alsook het gevolg dat eraan werd gegeven, is als bijlage bij dit collegebesluit opgenomen.
Met de verzelfstandigde entiteiten van de stad (Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen, OCMW, Zorgbedrijf, autonoom gemeentebedrijf Kinderopvang) werd samengezeten om bijkomende maatregelen uit te werken zodat de groepsdoelstelling van 50% CO2-reductie tegen 2020 behaald wordt. 47% van de CO2-reductie is op basis van beslist beleid. 3% van de CO2-reductie heeft betrekking op maatregelen die momenteel verder uitgewerkt worden met de verzelfstandigde entiteiten:
Te verwachten resultaten
Het klimaatplan 2011 legde de focus vooral op de stad als goede voorbeeld en op de doelgroep inwoners, met maatregelen en veelal kleinere projecten rond wonen en mobiliteit. Deze inspanningen werpen hun vruchten af en worden maximaal verdergezet. Het geactualiseerde klimaatplan 2015-2020 streeft bijkomend naar de uitbreiding van de doelgroep naar de tertiaire sector, de niet-ETS industrie en de sector mobiliteit. Ook wordt ingezet op de opschaling van de acties naar collectief niveau (bouwblokken, appartementsblokken, wijkontwikkelingen, stadsverwarming).
Mits uitvoering van de maatregelen zoals opgesomd in het geactualiseerde klimaatplan zijn volgende algemene resultaten realistisch:
| indicator | doelstelling 2020 (%) | verwacht 2020 (%) |
| daling CO2 stedelijk grondgebied | -20 | -21 |
| daling CO2 eigen werking stedelijke kernadministratie | -50 | -60 |
| daling CO2 eigen werking stedelijke groep | -50 | -50 |
| aandeel hernieuwbare energie | 13 | 10 |
| daling elektriciteits- en gasverbruik stedelijk grondgebied | -20 | -15 |
| daling elektriciteits- en gasverbruik eigen werking stedelijke kernadministratie | -20 | -30 |
| daling elektriciteits- en gasverbruik eigen werking stedelijke groep | -20 | -24 |
Na uitvoering van alle maatregelen wordt verwacht dat de stadsgemeenschap in 2020 en vergeleken met 2005 in totaal 21% minder CO2 zal uitstoten in plaats van de beoogde 20%. Voor wat betreft de eigen werking haalt de stedelijke kernadministratie een daling van 60%, de hele ‘groep stad’ (dus inclusief dochters, OCMW, politie ...) haalt een daling van 50%. Deze 50% is opgebouwd uit 47% reductie op basis van beslist beleid en 3% reductie op basis van maatregelen die momenteel nog verder uitgewerkt worden.
Op vlak van energie-efficiëntie zal de stadsgemeenschap op een besparing van ongeveer 15% afsluiten in plaats van de beoogde 20%. Voor wat betreft de eigen werking haalt de administratie een energiebesparing van 30% en de groep stad haalt een daling van 24%. De doelstelling voor hernieuwbare energie wordt nog niet gehaald. De stad zal op ongeveer 10% eindigen in plaats van de vooropgestelde 13%. Algemeen, met de voorgestelde maatregelen landt de stad in 2020 op 2.729 kton CO2 tegenover 3.451 kton CO2 in 2005.
Indien de procentuele evolutie per sector bekeken wordt dan zijn de huishoudens met een daling van 31% goed voor een aandeel van maar liefst 47% in de totale reductie. De uitstoot in de tertiaire sector daalt met 19%, wat goed is voor een aandeel van 21% in de totale reductie. Mobiliteit en (niet-ETS) industrie dragen minder bij aan het doelbereik, met dalingen van respectievelijk 8% en 6% en aandelen in de totale reductie van 11% en 2%. De verwachte daling is het scherpst in de sector lokale energieproductie die met 53% minder CO2-uitstoot een aandeel heeft van 19% in de totale reductie.
| evolutie per sector 2005 - 2020 (%) | bijdrage aan doelbereik (%) | |
| huishoudens | -31 | 47 |
| tertiair | -19 | 21 |
| industrie (niet-ETS) | -6 | 2 |
| mobiliteit | -8 | 11 |
| energie (niet ETS) | -53 | 19 |
Het klimaatplan bestaat uit flink wat maatregelen die samen zorgen voor de realisatie van de doelstellingen. Sommige maatregelen wegen zwaarder door dan andere. De tien belangrijkste maatregelen zorgen in de periode 2005-2020 voor een CO2-reductie van ruim 80%.
| code | omschrijving | status |
| ME.04 | bouwen van windmolenpark op rechteroever | intensifiëren |
| MH.10 | plaatsen van dakisolatie bij bestaande woningen | intensifiëren |
| MH.33 | verhogen van energie-efficiëntie bij sociale huisvesting | intensifiëren |
| MT.01 | CO2-reductie stedelijke administratie (-50%) | lopend |
| MH.30 | stimuleren van energiezuinig gedrag (energiegebruik 'geaggregeerde buurman') | nieuw |
| MT.11 | monitoring en bijsturen van energieverbruik bij handelspanden | nieuw |
| MH.11 | plaatsen van muurisolatie bij bestaande woningen | lopend |
| MH.31 | aanleggen van een warmtenet op Nieuw Zuid | lopend |
| MH.13 | plaatsen van superisolerend glas bij bestaande woningen | lopend |
| MT.09 | stimuleren van totaalrenovatie bij handel en diensten | nieuw |
De maatregelen die het zwaarst doorwegen, zijn de uitbouw van een windturbinepark (ME.04), verbeteringen van dakisolatie bij bestaande woningen (MH.10) en collectieve renovatie van sociale woningen (MH.33). Antwerpen zet volop in op de ondersteuning van deze maatregelen.
Drie nieuwe kostenefficiënte maatregelen zijn het bekendmaken van het energieverbruik van een geaggregeerde fictieve buur, bijvoorbeeld via een maandelijkse gepersonaliseerd schrijven (MH.30), het stimuleren van totaalrenovatie bij handel en diensten (MT.09) en de monitoring en bijsturing van het energieverbruik in de tertiaire sector en industrie (MT.11). Met betrekking tot deze laatste maatregel zal de stad een specifiek stakeholderoverleg organiseren met de betrokken sectoren om een ondersteunend instrumentarium te ontwikkelen.
Na 2020
Het klimaatbeleid stopt niet in 2020, integendeel. De EU-lidstaten kwamen op 24 oktober 2014 tot een overeenstemming over nieuwe doelstellingen voor het Europese klimaat- en energiebeleid waarbij de reductie van de CO2-uitstoot met minstens 40% tegen 2030 daalt. In het najaar is er de 21e Conference of Parties (COP21) van de VN met als doel een nieuw wereldwijd akkoord over klimaatdoelstellingen te sluiten. Ook de stad zelf heeft zich reeds verder geëngageerd met de doelstelling om te streven naar klimaatneutraliteit tegen 2050.
Het klimaatplan bevat maatregelen met groot potentieel voor verdere uitrol na 2020, zoals bijvoorbeeld de verdere ontwikkeling van windenergie en warmtenetten, het opschalen van energierenovatie en het uitbouwen van een financieel instrumentarium. Tegelijk zullen in de volgende jaren bijkomende maatregelen gedefinieerd moeten worden, inspelend op nieuwe beleidsmatige, maatschappelijke en technologische evoluties. Nog tijdens deze legislatuur doet de stad voorbereidend werk om het pad naar 2050 uit te tekenen. Hierbij wordt tegen 2030 een CO2-reductie tussen 40 en 50% en tegen 2040 een reductie tussen 70 en 80% beoogd, om zo tegen 2050 richting klimaatneutraliteit te gaan.
Opvolging
Het opvolgen van het klimaatplan, luik mitigatie, vereist een goede monitoring en goede opvolgingsstructuur:
| wie? | wat? |
| SW/EMA | algemene coördinatie van het klimaatplan en opvolging |
| EcoHuis | coördinatie en opvolging van maatregelen gericht naar inwoners |
| werkgroep 'klimaatplatform' | opvolging van alle maatregelen met betrekking tot de eigen werking |
| werkgroep 'mobiliteit en milieu' | opvolging mobiliteitsmaatregelen |
| te creëren helpdesk | opvolging van maatregelen gericht naar handel en diensten |
Verder streeft de afdeling energie en milieu Antwerpen ernaar om, waar mogelijk, de periodieke resultaten van de individuele maatregelen op basis van de indicatoren te integreren in het klimaatmaatregeleninstrument. Dit instrument voorziet reeds in een monitoring, gebaseerd op welbepaalde indicatoren. Het instrument wordt in het najaar 2015 geïntegreerd in de ‘business intelligence’ software die de stad nu al gebruikt. Aansluitend plant de stad Antwerpen de opmaak van een jaarlijkse emissie-inventaris voor het Burgemeestersconvenant en een tweejaarlijkse voor de rapportering van de evolutie van de CO2-uitstoot van de ETS-bedrijven. Daarnaast wordt onderzocht hoe de resultaten optimaal wervend naar de doelgroepen kunnen ontsloten worden.
Communicatie
Een communicatiebureau vertaalt het klimaatplan in een aantrekkelijke, aansprekende en laagdrempelige online brochure en passende infographic. Op middellange termijn wordt de communicatie over de maatregelen uit het klimaatplan én het klimaat een onderdeel van de ‘Stad van Morgen’-communicatie. Hierdoor wordt het klimaatbewustzijn stapsgewijs verankerd.
De gemeenteraad keurt het geactualiseerd klimaatplan 2015-2020 goed.