Terug

2015_CBS_08066 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Transport Joosen nv, Ordamstraat zonder nummer (zn), 2030 Antwerpen. Dossiernummer MV2015/348/BDH - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 02/10/2015 - 09:00 collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_08066 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Transport Joosen nv, Ordamstraat zonder nummer (zn), 2030 Antwerpen. Dossiernummer MV2015/348/BDH - Goedkeuring 2015_CBS_08066 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Transport Joosen nv, Ordamstraat zonder nummer (zn), 2030 Antwerpen. Dossiernummer MV2015/348/BDH - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager(s): Transport Joosen nv - Ordamstraat Z/N 2030 Antwerpen. De aanvraag omvat: een hernieuwing, een uitbreiding en wijziging van de bestaande milieuvergunning voor een transportbedrijf.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Transport Joosen nv, Ordamstraat zonder nummer (z/n), 2030 Antwerpen, om op de percelen gelegen te 2030 Antwerpen, Ordamstraatr zn en Bellestraat 3 een transportbedrijf te hernieuwen, uit te breiden, te wijzigen en een kadastraal perceel toe te voegen.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale milieuvoorwaarden van toepassing zijn:

 Algemene milieuvoorwaarden:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen – hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid – hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater – hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden – lucht – hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

algemene milieuvoorwaarden – licht – hoofdstuk 4.6.

 

Sectorale milieuvoorwaarden:

brandbare vloeistoffen – afdeling 5.6.1;

Brandstofverdeelinstallaties – afdeling 5.6.1;

Elektriciteit – hoofdstuk 5.12;

garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen – hoofdstuk 5.15;

behandelen van gassen - gemeenschappelijke bepalingen – Afdeling 5.16.1;

fysisch behandelen van gassen – afdeling 5.16.3;

opslag van gevaarlijke producten – gemeenschappelijke bepalingen – afdeling 5.17.1;

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen – afdeling 5.17.3 en bijlage 5.17.1 en 5.17.5;

gevaarlijke vaste stoffen en vloeistoffen – algemene bepalingen – afdeling 5.17.4.1;

gevaarlijke vloeistoffen – opslag in bovengrondse houders – afdeling 5.17.4.3;

Metalen – hoofdstuk 5.29;

Rubber – hoofdstuk 5.36;

doorvoeropslagplaatsen in zeehavengebieden – hoofdstuk 5.48.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere en brandweervoorwaarden dient na te leven:

Bijzondere milieuvoorwaarden:

  • er wordt aangeraden om voor de vrachtwagens met ADR-transport in de parking een aparte zone te voorzien die gemakkelijk te bereiken is voor de brandweer en die beschikt over een vloeistofdichte vloer en eigen afsluitbare rioleringssysteem. Geschikt interventie- en blusmateriaal dient in de buurt aanwezig te zijn;
  • het sporadisch stallen van vrachtwagens met ADR-goederen moet beperkt blijven tot de vrachtwagens die colli’s ADR-goederen bevatten. ADR-tankwagens en –trailers zijn niet toegelaten;
  • voor het wassen van de vrachtwagens dient zo veel mogelijk hemelwater ingeschakeld te worden;
  • het reinigingsmiddel, gebruikt bij het uitwendig reinigen van de vrachtwagens, moet biologisch afbreekbaar en kort-emulgerend zijn;
  • aangezien het afvalwater geloosd wordt in de dokken, moet er ook een coalescentiefilter voorzien worden. Het bewijs van de plaatsing wordt binnen de 3 maanden na het verlenen van de vergunning bezorgd aan dienst milieuvergunningen van stad Antwerpen (p/a Grote Markt 1, 2000 Antwerpen of milieuvergunningen@stad.antwerpen.be);
  • voor het lozen van het huishoudelijk afvalwater dienen nog IBA’s geplaatst te worden. De exploitant brengt binnen 6 maanden na het verlenen van de vergunning een bewijs van plaatsing binnen bij dienst Milieuvergunningen van stad Antwerpen.

Brandweervoorwaarden:

Snelblustoestellen

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kilogram poeder type ABC - dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte). Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde. 

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kilogram poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enz.

In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

Een snelblustoestel van 5 kilogram CO- ½ bluseenheid conform NBN EN 3-7 - dient aangebracht nabij de toegang tot de hoogspanningscabine.

Muurhaspels + muurhydrant

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) + muurhydrant (volgens de normNBN 571 en voorzien van vaste koppelstukken doormeter 45 millimeter volgens KB van 30 januari 1975) met gemeenschappelijke watertoevoer met een binnendiameter van tenminste 70 millimeter dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.

Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.

De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.

De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.

De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.

De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.

Bovengrondse hydrant

Eén bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 millimeter diameter dient voorzien.

De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 millimeter bedraagt.

De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.

De kosten voor de installatie, het onderhoud en de signalering van de BH100 is en blijft ten laste van de bouwheer/eigenaar en dit gedurende de levensduur van de inrichting.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 2 oktober 2015 en eindigt op 2 oktober 2035.

Artikel 5

De vergunde inrichting dient in gebruik genomen te worden binnen de 3 jaar vanaf de datum van deze vergunning, zoniet vervalt deze vergunning van rechtswege.

De besluiten met kenmerk AVG2011/149/AVG, AN2012/21/AVG, AN2012/703/AVG en AN2013/3076/AVG, die gelden tot 20 mei 2031, worden opgeheven bij de ingebruikname van deze vergunning.

Artikel 6

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.