Terug

2015_CBS_02714 - Stadsafvaardiging. Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn - Intergemeentelijke Begeleidingscommissie. Vervanging - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 03/04/2015 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_02714 - Stadsafvaardiging. Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn - Intergemeentelijke Begeleidingscommissie. Vervanging - Goedkeuring 2015_CBS_02714 - Stadsafvaardiging. Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn - Intergemeentelijke Begeleidingscommissie. Vervanging - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Volgens artikelen 9 en 10 van het besluit van de Vlaamse regering van 25 januari 2013 zijn de colleges van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeenten bevoegd om te beslissen over de instelling van een IGBC.

Aanleiding en context

Naast een Gemeentelijke Begeleidingscommissie (GBC), kunnen gemeenten of de Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn ook een Intergemeentelijke Begeleidingscommissie (IGBC) organiseren als de reikwijdte van een plan of project meerdere gemeenten betreft. De IGBC neemt voor dat specifieke plan of project de taken en verantwoordelijkheden van de GBC's over.

De Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn organiseert geregeld IGBC's omwille van de vaak gemeenteoverschrijdende exploitatie van bus- en tramlijnen. Een IGBC wordt samengesteld uit vertegenwoordigers van de GBC's van de lokale overheden.

In zitting van 27 mei 2013 (jaarnummer 348) keurde de gemeenteraad de oprichting en samenstelling van de Gemeentelijke Begeleidingscommissie goed.

In zitting van 20 september 2013 (jaarnummer 9278) keurde het college de samenstelling goed van de afvaardiging naar de IGBC van de Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn. Hierin werd Marc Elseviers afgevaardigd.

Op 1 februari 2015 nam de heer Marc Elseviers ontslag als districtsraadslid van het district Ekeren.

Argumentatie

De stad Antwerpen stelt een vaste afvaardiging samen voor deelname aan toekomstige IGBC's die de Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn zal organiseren. Deze afvaardiging bestaat uit:

  • de schepen bevoegd voor mobiliteit;
  • de districtsschepenen bevoegd voor mobiliteit;
  • een consulent mobiliteit van de dienst stadsontwikkeling/mobiliteit.

Er wordt aan het college voorgesteld om mevrouw Tamara Heynen af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de IGBC van de Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn, ter vervanging van Marc Elseviers.

Juridische grond

Het decreet van 20 maart 2009 betreffende het mobiliteitsbeleid bepaalt dat een gemeentelijke en intergemeentelijke begeleidingscommissie nodig zijn voor een duurzaam mobiliteitsbeleid. Per gemeente wordt een GBC opgericht. Het besluit van de Vlaamse regering van 25 januari 2013 bepaalt de organisatorische omkadering, de financiering en de samenwerking voor het mobiliteitsbeleid voor de gemeentelijke en intergemeentelijke begeleidingscommissie. De IGBC staat in voor de voorbereiding, de opmaak, de opvolging en, in voorkomend geval, de herziening van het intergemeentelijk mobiliteitsplan.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist om Tamara Heynen, of een door haar aangeduide vervanger, af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de Intergemeentelijke Begeleidingscommissie van de Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn, ter vervanging van Marc Elseviers, en dit tot het einde van de huidige legislatuur.

Artikel 2

Het college beslist dat de stadsafgevaardigde, bij het uitoefenen van de verplichtingen verbonden aan de afvaardiging, steeds het bestuursakkoord als uitgangspunt moet nemen en waar nodig dient te overleggen met het college.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.