Op 27 februari 2015 lanceerde Vlaams minister van steden Liesbeth Homans de (inmiddels) negende oproep Stadsvernieuwing. Stadsvernieuwingsprojecten worden gedefinieerd als innoverende projecten die een hefboomfunctie vervullen voor een stadsdeel en de algemene leefkwaliteit van het stadsdeel wezenlijk verhogen.
Net zoals bij de vorige oproepen kunnen er voorstellen worden ingediend voor projectsubsidies en conceptsubsidies. De projectsubsidie betreft een financiële bijdrage in de realisatie van ‘bijzondere’ stadsvernieuwingsprojecten (een investeringssubsidie van maximum 5.000.000,00 EUR), terwijl de conceptsubsidie bedoeld is voor de verdere begeleiding van projecten die in de conceptfase zitten (en dus nog niet voldoende rijp zijn voor een projectsubsidie). Het subsidiebedrag voor de conceptsubsidiëring werd bij deze oproep opgetrokken tot 90.000,00 EUR. In 2014 (achtste oproep) verwierf stad Antwerpen een projectsubsidie voor ‘Nieuw Zuid – Smart City District’ en een conceptsubsidie voor ‘Spoor Oost – Event-Park-ing’.
De indieningsperiode voor conceptsubsidies loopt tot en met 4 mei 2015, voor projectsubsidies tot en met 18 mei 2015. Een multidisciplinaire jury adviseert de minister bij de beoordeling van de dossiers en toetst de ingediende projecten op een aantal criteria. Voor de projectsubsidies zijn dit zowel uitsluitingscriteria (investeringsvolume van minimum 3.000.000,00 EUR en een private inbreng van minimum 30%) als kwaliteitscriteria (projectinzet, integrale duurzaamheid, coproductie, totaalkarakter, multifunctionaliteit en synergie, kwaliteitsvolle ruimtelijke planning en ontwerp, realiseerbaarheid en haalbaarheid). Voorstellen voor conceptsubsidies worden beoordeeld op de inzet, de onderzoeksvragen en de realiseerbaarheid.
Net zoals bij de vorige oproepen zorgt de dienst strategisch coördinator/fondsen voor ondersteuning en begeleiding bij de indiening van voorstellen. Op 2 maart 2015 werd een schrijven gericht aan de leden van het managementteam, OCMW, Zorgbedrijf en AG VESPA met de vraag om tegen 23 maart 2015 mogelijke voorstellen in te dienen.
De dienst strategisch coördinator/fondsen ontving in totaal zes voorstellen tot project- en conceptsubsidie die werden toegestuurd vanuit de bedrijfseenheid stadsontwikkeling en AG VESPA. Deze voorstellen werden uiteengezet in beknopte projectfiches. Op basis van de informatie in deze fiches werden de verschillende voorstellen door de dienst strategisch coördinator/fondsen getoetst aan de hierboven vermelde criteria. Het college wordt nu gevraagd te beslissen welke voorstellen ingediend worden bij de Vlaamse overheid. De geselecteerde voorstellen moeten vervolgens uitgeschreven worden in een volledig aanvraagdossier. De sjablonen zijn beschikbaar via de website van Thuis in de Stad. De uiteindelijke indiening van de dossiers dient te gebeuren tegen de deadline van 4 mei 2015 voor conceptsubsidies en 18 mei 2015 voor projectsubsidies. Voordien moeten deze dossiers namens het college van burgemeester en schepenen ondertekend worden door de burgemeester en stadssecretaris.
Op basis van een toetsing aan de beoordelingscriteria wordt voorgesteld om, mits inachtneming van de nodige randvoorwaarden, volgend voorstel te weerhouden voor een aanvraag tot projectsubsidie:
Centers Borgerhout - gebiedsontwikkeling
De omgeving van de stadswal (spoorwegberm) aan de Engelselei in het district Borgerhout heeft momenteel het imago van een 'achterkantgebied' van de stad Antwerpen. Het is de ambitie om deze omgeving te upgraden tot een dynamisch en kwaliteitsvol stadsdeel. Op verschillende fronten wordt ingegrepen: heraanleg van de Engelselei en opfrissing van de groenzone (gepland in 2017), vastgoedontwikkeling met 33 wooneenheden en 39 autostaanplaatsen in de Engelselei-Hogeweg (verkoopfase), vastgoedontwikkeling met vier wooneenheden in de Engelselei-Oudstrijdersstraat (start uitvoeringsfase), herontwikkeling van de AROP-site als een cluster van onderwijs, commerce en woningbouw (gepland vanaf 2017), en ten slotte, de ontwikkeling van de ruimtes onder de spoorwegberm (de zogenaamde 'centers'). AG VESPA engageert zich om de ontwikkeling van enkele 'testcenters' te faciliteren (door de nodige nutsleidingen te voorzien) en om twee 'kijkcenters' te renoveren tot showrooms. De renovatie van de in totaal 57 centers wordt geraamd op meer dan 4.000.000,00 EUR, waarvoor de middelen ontbreken en bij de Vlaamse overheid een projectsubsidie wordt aangevraagd.
Dit voorstel beantwoordt duidelijk aan de finaliteit van de oproep Stadsvernieuwing, want het zet volop in op de (sociaal-economische) opwaardering van een verloederd stadsdeel. Bovendien gebeurt dit op een innoverende wijze, door een invulling te geven aan de spoorwegcenters. Op die manier wordt tevens ingespeeld op de uitdaging van verdichting: de schaarse ruimte binnen de stad optimaal gebruiken. Het project kan bovendien voortbouwen op de resultaten uit de conceptstudie (in 2013, bij de zevende oproep Stadsvernieuwing, werd een conceptsubsidie toegekend aan het dossier 'Centers Borgerhout'). Randvoorwaarden voor indiening zijn: de focus niet enkel leggen op de centers maar het ganse stadsdeel beter naar voren schuiven als projectgebied waarin wordt ingegrepen (om op die manier de vastgoedontwikkeling in het projectgebied en de noodzakelijke private inbreng beter te kaderen); de beleidsvisie achter de renovatie van de spoorwegcenters beter motiveren (wat indien Stadsvernieuwing niet tot subsidiëring beslist); en ten slotte ook de nodige aandacht voorzien voor participatie van en coproductie met de buurtbewoners (op welke vraag/noden speelt de invulling van de centers in).
In het licht van een toetsing aan de uitsluitings- en kwaliteitscriteria wordt voorgesteld om volgend voorstel tot projectsubsidie niet te weerhouden:
Droogdokkenpark
Hoewel de ontwikkeling van het Droogdokkenpark kan uitgewerkt worden op basis van een goedgekeurd gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP) en een definitief ontwerp dat in opmaak is, voor een eerste fase reeds in de meerjarenbegroting opgenomen, en sterk scoort op verschillende kwaliteitscriteria (multifunctioneel karakter, ecologische en sociale duurzaamheid, timing en realiseerbaarheid), doorstaat het (momenteel) niet de toets van het publiek private samenwerkingscriterium. De ontwikkeling van de Siberiasite binnen het projectgebied is nog niet aan de orde en kan bijgevolg nog niet dienen als de vereiste private inbreng. Het projectgebied opentrekken naar de aanpalende Cadixwijk (onder andere vastgoedontwikkeling) is een te kunstmatige ingreep om aan de nodige 30% private inbreng te komen. Private inbreng is een uitsluitingscriterium, en om die reden wordt geadviseerd om het projectvoorstel niet in te dienen binnen de lopende oproep Stadsvernieuwing.
Op basis van een toetsing aan de beoordelingscriteria wordt voorgesteld om, mits inachtneming van de nodige randvoorwaarden, volgende voorstellen te weerhouden voor een aanvraag tot conceptsubsidie.
Parkeergebouwen Park&Rides Havana, Merksem en Linkeroever
Het voorzien van Park&Rides aan de rand van de stad is een uitdaging waarmee verschillende Vlaamse steden te kampen hebben, als één van de oplossingen om een mobiliteitsinfarct in het centrum van de stad te vermijden en aldus de leefkwaliteit in het stadscentrum te verhogen. Dat stad Antwerpen voorstelt om te investeren in parkeergebouwen, waarmee schaarse ruimte gespaard wordt en die moeten functioneren als een 'visitekaartje' voor de stad, is vernieuwend, en heeft de potentie om op Vlaams niveau een voorbeeldfunctie op te nemen. De strategische locaties voor de parkeergebouwen (met een gewenste capaciteit van 1200-1500 parkeerplaatsen) zijn: tramhalte Merksem-Fortsteenweg, halte Havanastraat in het noorden van Antwerpen, en halte Linkeroever Schep Vreugde. Drie uitdagingen staan centraal. Ten eerste moet ingezet worden op de kwaliteit van de bouwopgave (met nadruk op het comfort van de gebruiker bij de overstap) en de architectuur. Ten tweede moeten de Park&Rides gestoeld zijn op een kwaliteitsvol businessmodel. De opportuniteit bestaat er immers in om de parkeergebouwen te benaderen als 'lokale ontwikkelzone' met ruimte voor onder andere retail en horeca. Ten slotte moet een antwoord geboden worden op de vraag hoe de realisatie van parkeergebouwen aan de stadsrand een hefboom kan zijn voor de buurt zelf en voor de aansluiting tussen stad en rand. De bevordering van toegang tot aanpalende natuurgebieden is alvast een belangrijk aspect hiervan. Met behulp van een conceptsubsidie en het nodige studiewerk kan een antwoord geformuleerd worden op deze uiteenlopende uitdagingen.
Collectief beheer en buurtparticipatie binnen project Ter Hoogte
Het woonproject Ter Hoogte in Wilrijk aan de achterkant van de A12 bestaat erin een aantal actuele uitdagingen tegelijk aan te pakken: inspelen op de demografische groei door te verdichten op het niveau van bouwblokken, sleutelen aan verkeersinfrastructuur op maat van de buurt, innovatief omgaan met open ruimte, en voor gezinnen met kinderen te voorzien in een aanbod aan betaalbare woningen. Het project is in essentie multifunctioneel, en combineert woningaanbod, mobiliteit, ouderenzorg (integratie van serviceflats en een dienstencentrum in het project) en groenvoorziening.
De groene en open buitenruimte wordt opgedeeld in publiek, collectief en privatief domein. Hierin schuilt de innovatieve vraag voor de conceptsubsidie: wat zijn de geschikte modaliteiten (eigendomsrecht, afspraken, contracten en reglementen) voor de organisatie en het collectief gebruik en beheer van de gedeelde ruimte. Collectieve ruimte is een nieuw concept, dat onvoldoende is uitgewerkt, tegelijk zeer relevant is in het kader van verdichting, en daarom uitstekend in het opzet van de conceptsubsidie past. Gekoppeld aan de vraagstelling over de organisatie van het collectief gebruik en beheer, is de opdracht van participatie: een actief participatietraject moet de buurtbewoners vertrouwd maken met het project en overtuigen van de meerwaarde die ze zelf kunnen realiseren door zich actief te engageren. De input vanuit de buurt is onontbeerlijk voor het invullen van de functie, het statuut en de toegankelijkheid van de collectieve ruimte. Met behulp van de conceptsubsidie heeft het project Ter Hoogte de potentie om op Vlaams niveau een voorbeeldrol te spelen op vlak van omgaan met collectieve ruimte, alsook om het sociale en participatieve karakter van verdichtingsprojecten te versterken.
Maritiem Park
Op de droogdokkensite wordt de ontwikkeling van een Maritiek Park voor het havenerfgoed gepland, waar de stedelijke collectie van het Scheepvaartmuseum samen met de Doelse Kogge permanent tentoongesteld kunnen worden. De droogdokkensite wordt naar voren geschoven als plek bij uitstek om het maritiem erfgoed op aantrekkelijke wijze te ontsluiten voor een breed publiek. Hierbij wordt uitgegaan van een actief belevingsmuseum waarbij naast het tentoonstellen van maritiem erfgoed ook de beleving van actieve scheepsherstelling en de zorg voor varend erfgoed centraal staat. Bedoeling is om de conceptsubsidie in te zetten ter voorbereiding van een duidelijke projectdefinitie voor een Maritiem Museum op de droogdokkensite. Volgende studievragen zijn aan de orde: inhoudelijk onderzoek naar een overtuigend museumconcept en een visie op de omvangrijke maritieme collectie; landschappelijke studie van de droogdokkensite als onderdeel van het Maritiem Park (met focus op beheer, toegankelijkheid en veiligheid); bouwhistorisch onderzoek van de gebouwen op de site Algemeen Werkhuis Noord (AWN), waar het Maritiem Museum gehuisvest zou worden; mobiliteitsstudie met focus op de ontsluiting van de site; en ten slotte een marktverkenning/bevraging en studie naar de ontwikkeling van mogelijke nevenfuncties (samenwerking met non-profit en sociale economie, culturele organisaties, en private partners voor horeca) op de site.
Het voorstel sluit aan bij de filosofie van de oproep Stadsvernieuwing: het Maritiem Park, met het Maritiem Museum als attractiepool, kan functioneren als hefboom voor de ontwikkeling van een nieuw stadsdeel. Bovendien wordt gevolg gegeven aan de oproep vanuit de Vlaamse Regering en specifiek het Vlaams erfgoedbeleid om de Doelse Kogge permanent tentoon te stellen. Bij de uitwerking van het aanvraagdossier moet wel voldoende gemotiveerd wat het complexe, bijzondere en innovatieve karakter van de vraag tot conceptsubsidie is, en waarom de ondersteuning vanuit Vlaanderen en een gemengd studieteam nodig zijn om de verschillende studievragen te beantwoorden. Stad Antwerpen heeft immers reeds de nodige ervaring opgebouwd met de ontwikkeling van de culturele as op het Eilandje. Ook moet beargumenteerd worden hoe dit project kan uitgroeien tot een 'bijzonder stadsvernieuwingsproject', dat naast multifunctionaliteit en ruimtelijke kwaliteit ook aandacht heeft voor de verschillende aspecten van duurzaamheid (ecologisch, sociaal en economisch) en inzet op participatie en coproductie.
Zuiderdokken
De 'Gedempte Zuiderdokken' worden vandaag gedomineerd door parkerende wagens en missen - als unieke open ruimte - de nodige uitstraling. Door de parkings ondergronds te brengen en de centrale pleinruimte te heraanleggen, moeten de Zuiderdokken opnieuw een aantrekkelijke plek in het stedelijk weefsel worden. Voor de realisatie van de ondergrondse parkings worden private partijen aangetrokken. Het bestek (vanaf midden 2015, via GAPA) zal een minimale set van ruimtelijke voorwaarden bevatten voor de inrichting van het 'dak van de parking'. De inrichting van de bovengrond van de parking moet passen binnen een totaalontwerp (gevel tot gevel) voor het ganse plein. De private partijen zullen instaan voor het ontwerp, de bouw, de financiering, het onderhoud en de exploitatie van de parking. De aanleg van het openbaar domein is op last van de stad Antwerpen. Een conceptsubsidie en het studie- en ontwerpwerk dat ermee gepaard gaat, kunnen de nodige inspiratie bieden voor de inrichting en de kwaliteit van het openbaar domein, en bepalend zijn voor de ruimtelijke voorwaarden die aan de ontwikkelaar(s) worden opgelegd. Randvoorwaarde voor indiening is evenwel om het innovatieve karakter van het project (wat is vernieuwend aan - in essentie - de aanleg van een plein) goed te beargumenteren. De jury Stadsvernieuwing wil immers enkel projecten subsidiëren die die potentie hebben om op Vlaams niveau een voorbeeldrol te spelen.
Met het oog op een tijdige indiening van de voorstellen worden de projectleiders verzocht om de volledige aanvraagdossiers voor conceptsubsidie tegen ten laatste 28 april 2015 en het volledige aanvraagdossier voor projectsubsidie tegen ten laatste 12 mei 2015 aan de dienst strategisch coördinator/fondsen te bezorgen. Hierbij wordt gevraagd om rekening te houden met bovenstaande toetsing. De dienst strategisch coördinator/fondsen zal de projectaanvragen verder begeleiden en een finale screening doorvoeren van de dossiers die tijdig worden aangeleverd. De dienst strategisch coördinator/fondsen zal tevens de handtekeningspagina's van de aanvraagdossiers ter ondertekening voorleggen aan de burgemeester en stadssecretaris, en de volledige dossiers indienen bij het Team Stedenbeleid van de Vlaamse overheid tegen de reeds vermelde indieningsdeadlines.
Het college neemt kennis van de projectaanvragen in het kader van de negende oproep Stadsvernieuwing.
Het college keurt de indiening van de weerhouden voorstellen tot project- en conceptsubsidie goed. De weerhouden voorstellen zijn: 'Centers Borgerhout - gebiedsontwikkeling', 'Parkeergebouwen Park&Rides Havana, Merksem en Linkeroever', 'Collectief beheer en buurtparticipatie binnen project Ter Hoogte', 'Maritiem Park' en 'Zuiderdokken'.