Samenstelling
Aanwezig
Bart De Wever, burgemeester;
Koen Kennis, schepen;
Philip Heylen, schepen;
Ludo Van Campenhout, schepen;
Claude Marinower, schepen;
Marc Van Peel, schepen;
Rob Van de Velde, schepen;
Nabilla Ait Daoud, schepen;
Fons Duchateau, schepen;
Roel Verhaert, stadssecretaris
Afwezig
Serge Muyters, korpschef
Secretaris
Roel Verhaert, stadssecretaris
Voorzitter
Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_02701 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - het houden van reptielen, Van den Hautelei 8, bus 1, 2100 Deurne-Antwerpen, Dossiernummer MV2015/007/JW - Kennisneming
Motivering
Regelgeving: bevoegdheid
Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.
Aanleiding en context
Meldingen van klasse 3-inrichtingen worden conform de wetgeving aan het college bekendgemaakt. De melding opgenomen als bijlage werd op de afdeling milieuvergunningen binnengebracht en geregistreerd.
Argumentatie
De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.
Juridische grond
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningswaarden kunnen worden opgelegd.
Besluit
Het college van burgemeester en schepenen beslist:
Artikel 1
Het college neemt akte van de klasse 3-inrichting zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen als bijlage.
Artikel 2
Het college neemt geen akte van de rubriek 9.2.2.d.1 voor de aanvraag van 14 Koningspythons zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen als bijlage.
Artikel 3
Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
|
algemene milieuvoorwaarden – algemeen
|
hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;
|
|
dieren
|
hoofdstuk 5.9 en bijlage 5.9.
|
Artikel 4
Het college beslist dat volgende bijzondere voorwaarden van toepassing zijn:
- voor de huisvesting van de dieren dient minimaal voldaan te worden aan de eisen gesteld in het KB van 27 april 2007 en voldoende garanties bieden dat het dier niet kan ontsnappen;
- vivaria voor amfibieën en reptielen worden verrijkt, naargelang de behoeften van de soort, met rotspartijen, takken, planten, en een waterpartij. Zij worden goed geventileerd en zijn uitgerust met een adequaat bevochtigings- en verwarmingssysteem naargelang de behoeften van de soort;
- de stekelstaartvaraan wordt beschermd door de CITES wetgeving: de dieren kunnen enkel gehouden worden met een factuur of overdrachtsverklaring (type CITES II,B). Deze moet te allen tijde kunnen worden voorgelegd. Ook alle eventuele nakweek moet worden verkocht met overdrachtsverklaring;
- er moet een identificatiefiche aanwezig zijn per dier. De dieren worden tweemaal per jaar onderzocht door een dierenarts, zijn bevindingen worden genoteerd in een logboek en ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar. Een regelmatige telling van de dieren wordt geregistreerd;
- indien levende dieren als voer gebruikt worden, worden ze gehouden in aangepaste recipiënten die het ontsnappen beletten. Als er levend voer gekweekt of bewaard wordt, gebeurt dit op een hygiënisch verantwoorde manier;
- alle afval moet op een milieuhygiënische manier verwijderd worden.
Artikel 5
Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.