Ja
Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.
| Aanvragers: | Gasthuis Zusters Antwerpen vzw |
| De aanvraag omvat: | uitbreiden WZC Sint-Camillus Lokkaardstraat 10 |
| Dossiernummer: | AN2/B/201533 |
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.
Er mag niet gegraven, gereden of gewerkt worden binnen de kroonprojectie, deze wordt waar mogelijk volledig afgeschermd met een vast hekwerk van 2 meter hoog. Binnen deze zone mag geen enkele werfactiviteit plaatsvinden, ook geen stockage van materialen.
Bij werken binnen de kroonprojectie wordt de boom alsnog beschermd door een kleinere oppervlakte of enkel de stam af te schermen
Bij grondwaterverlaging wordt een gepaste irrigatie voorzien in samenspraak met de boombeheerder
De vrije werkhoogte onder bomen is beperkt. Aangepast materiaal moet gebruikt worden. De takken mogen niet geraakt worden door bijvoorbeeld een kraanarm. Er mogen geen kabels door de kruin gespannen worden
Wortels die vrij komen te liggen worden onmiddellijk afgedekt met een 15 cm dikke laag humusrijke grond, geen zand of puin.
Terreinophogingen of –afgravingen binnen de kroonprojectie zijn enkel bij uitzondering toegestaan, en dan enkel indien voorgeschreven in het bestek.
Verdichting van de bodem moet zich beperken tot de op plan aangeduide zones, als er op het plan geen zones werden aangeduid mag er niet worden verdicht.
Wortels dikker dan enkele centimeters worden altijd gesnoeid met handgereedschap en dwars op de wortel. Dikkere wortels worden afgezaagd tot op een vertakking.
Gestelwortels mogen nooit afgestoken worden met de kraanbak.
Tijdelijke bouwwegen binnen de kroonprojectie zijn enkel toegelaten indien deze in het bestek werden voorgeschreven. In dat geval zijn rijplaten verplicht.
Bij beschadiging van wortels, takken en/of stam is de aannemer verplicht dit onmiddellijk aan de boombeheerder en de opdrachtgever te melden. Toegebrachte schade dient door de veroorzaker vergoed te worden.
Bomen mogen enkel worden gesnoeid in samenspraak met de opdrachtgever en uitgevoerd door een gediplomeerd boomverzorger;
1 Voorafgaand aan de realisatie van het project dient het hele terrein door een archeologische prospectie met ingreep in de bodem te worden onderzocht en dit in opdracht van de bouwheer die de financiėle lasten hiervoor draagt. Deze prospectie heeft als doel het terrein te screenen op aan- of afwezigheid van archeologisch erfgoed, om een ongedocumenteerde vernieling van waardevol archeologisch erfgoed te vermijden.
2 De archeologische prospectie met ingreep in de bodem houdt in dat er voorafgaand aan de werken op het terrein proefsleuven dienen te worden gegraven waarbij 12,5 % van het terrein wordt opengelegd.
3 De prospectie met ingreep in de bodem dient te worden uitgevoerd conform de bepalingen van het archeologiedecreet. Dit betekent onder meer dat de prospectie, inclusief de rapportage, wordt uitgevoerd door en onder leiding van een archeoloog. De archeoloog vraagt hiertoe een prospectievergunning aan bij het agentschap (Onroerend Erfgoed, Brussel, Back Office Beheer, Koning Albert II-laan 19, bus 5, 1210 Brussel). Aan deze vergunning worden bijzondere voorwaarden gehecht. De bouwheer kan deze bijzondere voorwaarden vooraf opvragen bij de provinciale dienst van het agentschap Onroerend Erfgoed (zie hoofding) om de aanbesteding van de archeologische prospectie vlot te laten verlopen.
4 De archeologische prospectie met ingreep in de bodem omvat eveneens de opmaak van een rapport. Dit rapport moet, conform de bijzondere voorwaarden, binnen een bepaalde termijn na het afronden van het onderzoek aan het agentschap Onroerend Erfgoed worden toegezonden. Pas na de ontvangst van het rapport kan het agentschap Onroerend Erfgoed beoordelen of de gronden kunnen worden vrijgegeven wegens een gebrek aan relevante archeologische sporen.
5 Indien wel relevante archeologische sporen aangetroffen worden, dient afgewogen te worden of behoud in situ mogelijk is. Kan dit niet, dan moet de bouwheer de nodige tijd én financiėle middelen voorzien voor een volwaardige archeologische opgraving voorafgaand aan de werken. Net als bij een prospectie wordt een opgraving uitgevoerd conform de bepalingen van het archeologiedecreet en onder leiding van een archeoloog. Deze archeoloog beschikt over een opgravingsvergunning waaraan bijzondere voorwaarden zijn gehecht.
Geen vergunning wordt verleend voor het wijzigen van de bestaande toestand achter de tuinen (ter hoogte van Lokkaardstraat 16 en 18), met name de grijs aangeduide zone op plan BA01/09.