Terug

2015_CBS_02689 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - DBP Plastics nv, Terbekehofdreef 25-29, 2610 Wilrijk-Antwerpen Dossiernummer MV2014/612/JW. - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 03/04/2015 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_02689 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - DBP Plastics nv, Terbekehofdreef 25-29, 2610 Wilrijk-Antwerpen Dossiernummer MV2014/612/JW. - Goedkeuring 2015_CBS_02689 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - DBP Plastics nv, Terbekehofdreef 25-29, 2610 Wilrijk-Antwerpen Dossiernummer MV2014/612/JW. - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager(s): DBP Plastics - Terbekehofdreef 25-29 - 2610 Wilrijk-Antwerpen. De aanvraag omvat: het verder exploiteren en veranderen door wijziging en uitbreiding van een inrichting voor de productie van kunststoffen voorwerpen.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan DBP Plastics nv, Terbekehofdreef 25-29, 2610 Wilrijk-Antwerpen, voor de inrichting gelegen op hetzelfde adres. De vergunning heeft als voorwerp het verder exploiteren en te veranderen door uitbreiding en wijziging van een inrichting voor de productie van kunststoffen.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden

hoofdstuk 4.1;

algemene milieuvoorwaarden, geluid

hoofdstuk 4.5;

algemene milieuvoorwaarden, oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2;

algemene milieuvoorwaarden, licht

hoofdstuk 4.6;

elektriciteit

hoofdstuk 5.12;

garages en parkeerplaatsen

hoofdstuk 5.15;

gassen, gemeenschappelijke bepalingen

hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.1;

gassen, compressoren en koelinrichtingen

hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.3;

gassen, opslagplaatsen verplaatsbare recipiënten

hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.5;

gevaarlijke producten, algemene bepalingen

hoofdstuk 5.17, afdeling 5.17.1;

gevaarlijke producten, opslag in bovengrondse houders

hoofdstuk 5.17, afdeling 5.17.3;

kunststoffen

hoofdstuk 5.23;

metalen

hoofdstuk 5.29;

motoren met inwendige verbranding

hoofdstuk 5.31;

verbrandingsinrichtingen – algemene bepalingen

hoofdstuk 5.43, afdelingen 5.43.1 en 5.43.4;

verbrandingsinrichtingen – kleine stookinstallaties

hoofdstuk 5.43, subafdeling 5.43.2.3.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere- en brandweer voorwaarden dient na te leven:

Bijzondere voorwaarden:

  • volgende bijzondere lozingsnormen moeten worden gerespecteerd:

parameter

norm

zink

1 000 microgram/liter

koper

500 microgram/liter

cadmium

8 microgram/liter

molybdeen

3 500 microgram/liter

titaan

250 microgram/liter

fosfor

10 000 microgram/liter

  • het verder gebruik van de bestaande koelgroepen is enkel toegestaan wanneer deze door een erkend technicus worden gevuld met een toegelaten koelmiddel.

Brandweervoorwaarden:

Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiernavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:

Snelblustoestellen

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte). Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enz.

In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

Een snelblustoestel van 5 kg CO2 - ½ bluseenheid conform NBN EN 3-7 - dient aangebracht nabij de toegang tot de hoogspanningscabine.

Muurhaspels

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.

Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.

De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.

De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.

De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.

De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.

Bovengrondse hydrant

Eén bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm Ø dient voorzien.

De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt.

De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 3 april 2015 en eindigt op 3 april 2035.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.