Met het besluit van de gemeenteraad van 20 maart 2000 (jaarnummer 619), aangepast bij het gemeenteraadsbesluit van 21 oktober 2002 (jaarnummer 2307), kregen de districten de bevoegdheid over het decentraal publiek domein, groenvoorziening en openbare werken.
Het jeugdcentrum Buurthuis ’t Pleintje bestaat uit een voormalige rijwoning waarvan het gelijkvloers in 2002 werd uitgebreid met een polyvalent activiteitenlokaal voor de plaatselijke pleinwerking. Door de gebrekkige veiligheid en toegankelijkheid zijn de verdiepingen van de voorbouw evenwel niet bruikbaar voor de jeugdwerking.
Er is een stedenbouwkundige vergunningsaanvraag vereist om de noodzakelijke bouwkundige verbeteringswerken uit te kunnen voeren.
In het kader van de verbetering van de veiligheid, de toegankelijkheid en de technische uitrusting van het jeugdhuis, wordt een nieuwe brandveilige traphal en evacuatieweg gerealiseerd, nieuwe geïsoleerde ramen geplaatst met veiligheidsborstwering, open gasconvectoren vervangen door centrale verwarming met radiatoren en er wordt een ventilatiesysteem, brandhaspels en een brandmeldingsalarm geïnstalleerd.
De gerichte aanpassingen voor de verbetering van de veiligheid die bijdragen tot duurzame energiebesparingen, worden aangevuld met de isolatie van het dak van de voorbouw.
Voor de integrale toegankelijkheid wordt de inkom aangepast met een toegangshelling en wordt het bestaande sanitair toegankelijk gemaakt voor andersvaliden. Met aanpassingen van de elektrische installatie worden de lokalen geschikt gemaakt voor de beoogde jeugdwerking.
In uitvoering van artikel 4.7.1.§1 en artikel 4.7.26.§1 van de ‘Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening’ worden de stedenbouwkundige vergunningen, voor handelingen van algemeen belang of voor aanvragen ingediend door publiekrechtelijke of semipublieke rechtspersonen, afgeleverd door de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar binnen de bijzondere procedure.
Artikel 4.7.1.§2 stelt dat in afwijking van artikel 4.7.1.§1 de Vlaamse Regering de handelingen kan aanwijzen, die omwille van hun beperkte ruimtelijke impact of eenvoud van het dossier, binnen de reguliere procedure worden behandeld en waarbij de stedenbouwkundige vergunning, conform artikel 4.7.12, door het college van burgemeester en schepenen wordt afgeleverd.
De werken vallen, in toepassing van artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 (en latere wijzigingen) tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.7.1§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, binnen de reguliere procedure.
Het college keurt goed dat de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning, voor het realiseren van veiligheidswerken in Buurthuis 't Pleintje in de Sint-Rochusstraat 48, wordt ingediend bij het college.