De geraamde uitgave ten bedrage van 675.000,00 EUR, inclusief 21% btw, voor de betaling van het ereloon met betrekking tot het voorontwerp aan de maatschap "Huis Van De Stad" in oprichting (HUB cvba, Origin cvba, Multiprofessionele Architectenvennootschap Bureau Bouwtechniek nv, Daidalos Peutz bvba, RCR bvba, BAS bvba en FPC nv) met ondernemingsnummer 0865.186.847 en rekeningnummer BE13 0688 8888 9839, zal verrekend worden op het investeringsbudget 2016. Er is voldoende budget beschikbaar. Er zullen geen uitgaven zijn in 2015 voor de betaling van het ereloon met betrekking tot het voorontwerp.
Artikel 57 §3,4° van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor het voeren van de gunningsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten.
| Fase | Bestuursorgaan | Datum | Jaarnummer |
| goedkeuring voorbereiding masterplan en principebeslissing | college | 17 januari 2014 | 455 |
| goedkeuring samenwerkingsprotocol en mandatering Vlaams Bouwmeester voor procedure Open Oproep |
college | 28 mei 2014 | 5730 |
| goedkeuring publicatietekst voor Open Oproep | college | 20 juni 2014 | 6583 |
| goedkeuring selectie 5 kandidaten | college | 10 oktober 2014 | 10407 |
| goedkeuring projectdefinitie, overeenkomst en bestek P0466820 voor studieopdracht restauratie en herinrichting stadhuis |
college | 10 oktober 2014 | 10360 |
| goedkeuring gunning bestek P0466820 aan thv HUB cvba_Origin cvba_Bureau Bouwtechniek nv_Daidalos Peutz bvba_RCR bvba_BAS bvba_FPC nv |
college | 13 maart 2015 | 2090 |
| sluiting studieopdracht voor de restauratie en herinrichting van het Antwerpse stadhuis en opmaak schetsontwerp |
college | 3 april 2015 | 2845 |
Het college heeft de opdracht gegeven aan HUB cvba, Origin cvba, Multiprofessionele Architectenvennootschap Bureau Bouwtechniek nv, Daidalos Peutz bvba, RCR bvba, BAS bvba en FPC nv, om het schetsontwerp op te maken voor de restauratie en herinrichting van het stadhuis (fase 1 van de architectenovereenkomst).
Het schetsontwerp werd ingediend door het ontwerpteam HUB cvba, Origin cvba, Multiprofessionele Architectenvennootschap Bureau Bouwtechniek nv, Daidalos Peutz bvba, RCR bvba, BAS bvba en FPC nv.
Tijdens de fase van het schetsontwerp en vertrekkend vanuit het wedstrijdontwerp uit de Open Oproep procedure met het team Vlaams Bouwmeester werd vanuit het ontwerpteam uitvoerig overlegd met de opdrachtgever, de gebruikers, de dienst stadsontwikkeling/onroerend erfgoed/monumentenzorg, het Agentschap Onroerend Erfgoed Antwerpen, het aanspreekpunt voor UNESCO Werelderfgoed van de Vlaamse overheid, de brandweer stad Antwerpen en de politie stad Antwerpen zodat het programma van eisen op functioneel en technisch vlak verder kon worden uitgediept.
Voor de opmaak van het schetsontwerp werd verder gewerkt op het concept dat het gebouw zelf aangeeft wat het nodig heeft en dat de antwoorden op nieuwe vragen al liggen in de historische structuur. Er worden bepaalde elementen die door het ontwerpteam vanuit hun erfgoedbenadering als storend ervaren worden, aangepast of verwijderd, maar ook andere niet storende elementen zullen verwijderd worden wanneer blijkt dat deze nodig zijn in functie van het grotere geheel. Het wegbreken van niet storende elementen zal tijdens de voorontwerpfase verder worden onderbouwd en verantwoord. De hoofdtoegang wordt terug naar de zijde Grote Markt gebracht. De ontpitte centrale ruimtes nemen hier de rol van foyer op. Het ontwerpteam ziet het gebruik van verdieping +2 als beleidsruimte als dé grote transitie van de geplande restauratie en herinrichting waarbij er een correlatie wordt gelegd tussen de uitstraling van deze ‘nieuwe’ verdieping +2 en de onderliggende bouwlagen (’t Schoon Verdiep en verdieping +1).
In de zoektocht naar het creëren van een vormelijk en mentaal evenwaardige kwaliteit en identiteit, stelt het ontwerpteam voor om langs weerszijden van de centrale koepel een dubbelhoge vestibule te creëren. Deze vestibules vormen een verderzetting van de centrale open ruimtes op ’t Schoon Verdiep en verdieping +1. Op deze manier wil het ontwerpteam verdieping +2 dezelfde waarde meegeven als de andere bouwlagen door gebruik te maken van een gelijkaardige geleding en materialiteit. De dubbelhoge ruimtes zorgen ervoor dat zeer veel daglicht toetreedt en dat de omliggende daken en de campaniletoren visueel ervaren worden. De verrières op verdieping +2 worden toegelegd. De functie van lichtinval wordt door de vestibules overgenomen. Het ontwerp voorziet een nieuwe centrale koepel die dicht bovenop de historische koepel wordt geplaatst. Hierdoor worden de historische gevels, hun kroonlijsten en de campaniletoren terug volledig zichtbaar. Het ontwerpteam ziet hier de mogelijkheid tot kunstintegratie.
Tijdens de schetsontwerpfase werden verschillende onderzoeken uitgevoerd en ontwerpthema’s uitgewerkt om het technisch en bouwfysisch programma van eisen met het te verwachten kwaliteitsniveau op punt te stellen, het vlekkenplan uit te werken, de restauratievisie en bijkomende wensen van de opdrachtgever vast te leggen.
Ruimtelijke indeling
De belangrijkste ingrepen per verdieping zijn:
kelder:
gelijkvloers:
‘t Schoon Verdiep:
verdieping +1:
verdieping +2:
zolder:
Het schetsontwerp kent een aantal wijzigingen op het programma van eisen ten aanzien van het wedstrijdontwerp. Deze wijzigingen komen beknopt neer op:
kelder:
gelijkvloers:
‘t Schoon Verdiep:
verdieping +1 en +2:
zolder:
Restauratie
De erfgoedkundige waardenstelling uit de bouwhistorische nota vormt het vertrekpunt voor een algemene restauratievisie.
De bouwhistoriek van het stadhuis van Antwerpen is een complexe en gedetailleerde materie. Als basis werd de uitgebreide bouwhistorische studie gebruikt die werd uitgevoerd door Maclot, De Clercq en Van Ginneken in 2012.
De historische studie geeft een chronologisch overzicht van de verschillende bouwfases en ingrepen aan het stadhuis, al dan niet met informatie over de sociaal-politieke omstandigheden waarin de ingrepen zich voltrokken.
De geschiedenis van het stadhuis kent enkele ijkpunten: de bouw in 1560-1565, de herbouw in 1579-1583 na een grote brand tijdens de Spaanse Furie in 1576, verschillende aanpassingen, toevoegingen en decoraties uit de 17de en 18de eeuw, verschillende belangrijke aanpassingen in de 19de eeuw en enkele toevoegingen in de 20ste eeuw.
Van groot belang voor het huidige uitzicht van het interieur, het bijzonder waardevolle ‘t Schoon Verdiep en verdieping +1, is de overkapping van de binnenkoer.
Dit idee ontstaat in 1820 onder stadsbouwmeester Pierre Bourla, maar het is uiteindelijk wachten tot 1881-1884 tot de overkoepeling uiteindelijk gerealiseerd wordt onder stadsbouwmeester Pieter Dens.
Gekoppeld aan het historisch en materiaal-technisch onderzoek, stelden de historici een erfgoedkundige waardenbepaling van het gebouw op. Deze werd thematisch ingedeeld volgens de geveldelen en de verschillende niveaus.
Over het algemeen worden de 19de-eeuwse ingrepen positief gewaardeerd in de studie.
Naast deze grote architecturale en stilistische waarde, heeft het gebouw ook een erg belangrijke immateriële waarde: het stadhuis van Antwerpen was vermoedelijk de eerste in zijn soort en diende als inspiratie voor de bouw van talloze andere stadhuizen in de Lage Landen. Het feit dat dit gebouw al 450 jaar het stadsbestuur huisvest en volledig van deze functie is doordrongen, is zeer aanmerkelijk.
Deze erfgoedkundige waardenbepaling vormt de basis van het huidige restauratieconcept.
De bundel als bijlage bij dit besluit schetst een duidelijke visie op het exterieur (parament, dak, schrijnwerk, beeldhouwwerken) en het interieur van het stadhuis.
Uit deze waardenstelling blijkt duidelijk dat de toestand van 1884, na de overkoepeling van de binnenkoer, als vertrekpunt moet genomen worden. Het is niet de bedoeling het gebouw naar deze toestand terug te brengen, maar deze staat als ijkpunt te gebruiken waaraan de geplande interventies worden afgetoetst. Daarnaast wordt het behoud van de functionaliteit van het gebouw, als stadhuis en huis van bestuur als grote immateriële waarde ingeschat.
De restauratie-ingrepen van het stadhuis beoogt:
De renovatie-ingrepen hebben een verschillende oorsprong: integratie van het nieuwe programma, integratie van technieken, het verbeteren van het binnenklimaat en de energiehuishouding,… maar hebben allemaal één doel: het bestendigen van de huidige functie van het gebouw, volgens wat er vandaag van « een hedendaags huis van bestuur » verwacht wordt.
De stad Antwerpen vraagt een erfgoedpremie aan voor de restauratieve en subsidiabele werken aan het stadhuis. Het is aangewezen om met het oog op een vlot en transparant verloop van het uitvoeringstraject op flexibele wijze het totaalengagement van de Vlaamse overheid te kunnen matchen met het financieel engagement van de stad Antwerpen. Het afsluiten van een meerjarenpremieovereenkomst met de Vlaamse overheid is hiertoe een interessant instrument. In de projectplanning staat de indiening van het definitief voorontwerp volgens contractuele voorwaarden ingepland voor januari 2016. Tijdens de fase van de uitwerking van het voorontwerp van augustus 2015 tot januari 2016 kunnen de eerste gesprekken opstarten met de Vlaamse overheid in het licht van het afsluiten van een meerjarenpremieovereenkomst. Afhankelijk van deze gesprekken en het financieel engagement dat de Vlaamse overheid kan en wil nemen, zal het project al dan niet worden gefaseerd.
Naast het financieel engagement van de Vlaamse overheid dient het faseringsvoorstel van de werken ook rekening te houden met een zo kort mogelijke uithuizingstermijn tijdens de restauratiewerken.
Na goedkeuring van de fase van het schetsontwerp wordt een principenota met de intenties overgemaakt aan Unesco, als eerste kennisgeving en tot het bekomen van een principieel akkoord. Zo kan, indien nodig, tijdig worden bijgestuurd.
Stabiliteit
De bestaande structuur van het gebouw blijft bewaard, mits enkele plaatselijke ingrepen die zich situeren op gelijkvloerse verdieping en verdieping +2 en het daaraan gekoppelde dakvolume. De nieuwe ingrepen bouwen verder op de aanwezige draaglijnen. Op die manier worden de nieuwe lasten verticaal overgedragen volgens het krachtenverloop van de aanwezige structuur en zijn de ingrepen in de tijd reversibel.
Technieken
BREEAM/Bouwfysica
In overleg met het ontwerpteam werd een programma van eisen opgesteld waarin een voorstel werd geformuleerd voor de gewenste bouwfysische kwaliteitsniveaus: comfort, gezondheid en energieprestatie. Het energetisch programma van eisen werd besproken met de arbeidsgeneesheer, de facilitaire dienst en de ICT-diensten. Twee deelaspecten werden grondig uitgewerkt om het prestatieniveau te kunnen realiseren: een analyse van de energetische impact van ICT-apparatuur en een analyse van het gebruikersgedrag.
Bij de afstemming van gebruikstijden en bezetting werd rekening gehouden met een concessie voor de wandelzaal, een stijgend aantal gebruiksmomenten van de diverse zalen op ’t Schoon Verdiep en een mogelijke stijging van het aantal gebruiksmomenten. Ook de gebruikstijden en bezetting van de kantoorruimten werd vastgelegd volgens wat redelijkerwijze te verwachten is.
De maximale bezetting is de rekenwaarde die gehanteerd zal worden voor de dimensionering van de technische installaties; de bezettingsprofielen zullen worden gebruikt bij de berekening van het jaargemiddelde energieverbruik en bij de comfortanalyse.
Voor het thermisch comfort wordt klasse B als uitgangspunt gehanteerd. Deze klasse wordt beschouwd als een normaal niveau dat hoort bij standaardkantoren. Afhankelijk van de conservatierandvoorwaarden zal de haalbaarheid hiervan bekeken worden voor ‘t Schoon Verdiep en de eerste verdieping. Eventueel zal voor deze verdiepingen klasse C worden gehanteerd. Deze wordt beschouwd als een aanvaardbaar niveau dat kan gebruikt worden voor bestaande gebouwen. (Klasse A is voorbehouden voor gevoelige gebouwgebruikers met name zieke personen, kleine kinderen, oudere mensen of voor gebouwen waar extra hoge eisen aan luxe gesteld worden).
Voor de binnenluchtkwaliteit wordt binnenluchtkwaliteitsklasse B vooropgesteld voor de kantoren en klasse C voor de vergaderzalen, bijeenkomstzalen en bezoekers. Dit betekent dat de eisen van het ARAB net (klasse C) of ruimschoots (klasse B) worden gehaald. Om de binnenluchtkwaliteit op een energiezuinige manier te realiseren, wordt de ventilatie gestuurd via sensoren in de lokalen. Deze sensoren zijn gekoppeld via een domoticasysteem. Dit systeem werkt op laagspanning en vormt een communicatienetwerk tussen alle technische onderdelen. Bijkomend voordeel van een domoticasysteem is een verhoogd gebruikscomfort en flexibele uitbreidbaarheid naar de toekomst toe.
Ook voor de luchtvochtigheid wordt klasse B (30-60%) beoogd, met een verhoging van de ondergrens van 30% relatieve luchtvochtigheid naar 40% relatieve luchtvochtigheid voor de administratieve ruimten op ‘t Schoon Verdiep, eerste en tweede verdieping. In de andere ruimten wordt klasse C (30-70%) voorgesteld. Een uitzondering hierop is de ruimte met het goudlederbehang, waar klasse A wordt beoogd (40-50%).
Het ontwerp zal rekening houden met deze comforteisen evenals met de resultaten van de comfortenquête waarbij bijkomend specifieke pijnpunten aan het licht kunnen komen. In de enquête wordt gepolst naar 4 comfortparameters: thermisch comfort, luchtkwaliteit, visueel comfort en akoestisch comfort.
In deze fase wordt dezelfde score voor het BREEAM schema beoogd als in het wedstrijdontwerp. Dat betekent dat de score ‘Excellent’ nog tot de mogelijkheden behoort, terwijl in de opdracht gevraagd werd om een score van ‘Very Good’ te bekomen.
Om aan de BREEAM eisen te voldoen zal worden voorzien in aparte energiemeters voor verwarming, bevochtiging, koeling, belangrijke ventilatoren, verlichting en stopcontacten. De metering zal eveneens per verdieping en apart voor polyvalente en ceremoniële ruimten, publieke ruimte, keukens en stadswinkel per type ruimte worden voorzien.
Akoestiek
Ook voor de akoestische prestaties werd een programma van eisen opgesteld. Een eerste vergelijking van deze eisen met de resultaten van een uitgebreide meetcampagne geeft aan dat er op ‘t Schoon Verdiep en verdieping +1 een belangrijke kloof bestaat tussen norm en realiteit. Uit de confrontatie tussen de eisenniveaus, de metingen, de antwoorden op de akoestische vragen in de comfortenquête en de randvoorwaarden die door het monument worden gesteld, wordt er in de volgende fase een passend eisenniveau en ontwerpoplossing voorgesteld. Belangrijkste pijnpunten zijn de beperkte contact- en luchtgeluidisolatie van de vloer tussen ‘t Schoon Verdiep en verdieping +1, en de beperkte luchtgeluidisolatie van deuren tussen kabinetten onderling, en tussen kabinetten en de circulatieruimte.
Brandveiligheid
Rekening houdend met de beperkingen van het gebouw, dient de evacuatie verbeterd te worden. Hiertoe wordt één van de twee noodtrappen volledig gecompartimenteerd, de andere slechts op twee verdiepingen. Om het historisch karakter van ’t Schoon Verdiep en verdieping +1 te bewaren, wordt gekozen voor een rookgordijn in de vide te voorzien om een veilige evacuatieweg te garanderen. Bijkomend worden alle deuren die uitgeven op deze centrale ruimte zelfsluitend gemaakt. Deze historische deuren hebben voldoende dikte om beschouwd te kunnen worden als brandwerend.
De centrale koepel kan manueel (of automatisch op rookdetectie indien door de brandweer gewenst) geopend worden om de centrale ruimte te ontroken.
Verder wordt de bestaande compartimentering hersteld. Doorvoeringen worden brandwerend afgewerkt en zelfsluitende deuren worden hersteld.
Onderstaande tabel geeft een kwalitatief overzicht van de brandveiligheid van de huidige situatie en de situatie na implementatie van de aanbevelingen.
|
|
Huidige situatie |
Na aanpassingen |
|
preventie en noodplanning |
0 |
+ |
|
structuur en compartimentering |
- |
0 |
|
evacuatie |
-- |
+ |
|
detectie en alarmering |
+ |
++ |
|
ontroking |
-- |
0 |
|
brandblussing |
- |
0 |
- : gebreken vastgesteld
0 : situatie net aanvaardbaar
+ : een goed niveau van veiligheid
Het aantal toegelaten personen per verdieping na overleg met de brandweer stad Antwerpen en daarna afgestemd op het technisch kader:
De belangrijkste actiepunten voor verdere uitwerking in het voorontwerp zijn (niet limitatief):
Raming
De raming van het schetsontwerp (21.192.209,00 EUR exclusief btw, erelonen, indexering en vooronderzoeken) is een indicatie op de te verwachten bouwkosten. Tijdens de opstartfase van het project in september 2011 werd een raming vooropgesteld van 29.000.000,00 EUR, waarvan 26.000.000,00 EUR voor de werken en 3.000.000,00 EUR voor erelonen, exclusief indexering, verhuiskosten, ICT, stockagekosten roerend erfgoed, restauratie roerend erfgoed (schilderijen en meubilair) en communicatie.
Het ontwerpteam zal het voorontwerp verder uitwerken binnen het vooropgestelde budget van 29.000.000,00 EUR en bij overschrijding besparingsvoorstellen doen. Het bedrag van het voorontwerp wordt vastgeklikt en hierop zullen dan indexeringen worden toegepast. Een gedeelte zal gefinancierd worden met ingeschreven reguliere middelen in het meerjarenplan 2014-2019 van de bedrijfseenheid bestuurszaken.
1.686.000,00 EUR wordt op de reguliere begroting verrekend als volgt:
27.314.000,00 EUR dient met andere dan regulier in het meerjarenplan 2014-2019 ingeschreven middelen te worden bekostigd.
Ontvangsten uit de erfgoedpremie worden geraamd op 7.008.000,00 EUR. Rekening houdend met de geraamde ontvangsten uit de erfgoedpremie dient 27.314.000,00 EUR – 7.008.000,00 EUR = 20.306.000,00 EUR te worden gezocht voor de realisatie van het project.
Van de gevraagde extra 27.314.000,00 EUR wordt een bedrag van 14.989.000,00 EUR uitgegeven in 2017-2019 en 12.325.000,00 EUR uitgegeven in de periode 2020-2021.
Rekening houdend met de opmerkingen zoals hierboven geformuleerd, adviseert de bedrijfseenheid stadsbeheer om het schetsontwerp voor de restauratie en de herinrichting van het stadshuis goed te keuren en fase 2 van de architectenovereenkomst, met name de opmaak van het voorontwerp, te gunnen aan het ontwerpteam. Om deze dienstverlening te kunnen vergoeden dient een bedrag van 675.000,00 EUR, inclusief 21% btw, vastgelegd te worden in 2016.
Het college keurt het schetsontwerp goed voor de restauratie en herinrichting van het stadhuis van HUB cvba, Origin cvba, Multiprofessionele Architectenvennootschap Bureau Bouwtechniek nv, Daidalos Peutz bvba, RCR bvba, BAS bvba en FPC nv (fase 1 van de architectenovereenkomst).
Het college keurt goed om de gunningsbrief te verzenden voor de opmaak van het voorontwerp voor de restauratie en herinrichting van het stadhuis op te maken (fase 2 van de architectenovereenkomst) aan HUB cvba, Origin cvba, Multiprofessionele Architectenvennootschap Bureau Bouwtechniek nv, Daidalos Peutz bvba, RCR bvba, BAS bvba en FPC nv.
Het college beslist een bedrag van 675.000,00 EUR, inclusief 21% btw, vast te leggen op HUB cvba, Origin cvba, Multiprofessionele Architectenvennootschap Bureau Bouwtechniek nv, Daidalos Peutz bvba, RCR bvba, BAS bvba en FPC nv., Rijnkaai 22 bus 201, 2000 Antwerpen, ondernemingsnummer 0865.186.847, voor de betaling van het voorontwerp met betrekking tot de restauratie en herinrichting van het stadhuis.
De financieel beheerder verleent zijn visum en regelt de financiële aspecten als volgt:
| Omschrijving | Bedrag | Boekingsadres | Bestelbon |
|
P0466820 maatschap "Huis Van De Stad" in oprichting Rijnkaai 22 bus 201 |
675.000,00 EUR, inclusief 21% btw |
budgetplaats: 5322000000 budgetpositie: 221 functiegebied: 1SSB040101P04668 subsidie: SUB_NR fonds: INTERN begrotingsprogramma: 1SA070130 budgetperiode: 1600 vast-actiefnummer: 221000001421 |
4005137866 |