Terug

2015_CBS_05992 - Patrimonium bestuurszaken. Grote Markt 1, 2000 Antwerpen - Restauratie en herinrichting stadhuis. Toelichting schetsontwerp en gunning opmaak voorontwerp. Vastlegging ereloon - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 10/07/2015 - 09:00 collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_05992 - Patrimonium bestuurszaken. Grote Markt 1, 2000 Antwerpen - Restauratie en herinrichting stadhuis. Toelichting schetsontwerp en gunning opmaak voorontwerp. Vastlegging ereloon - Goedkeuring 2015_CBS_05992 - Patrimonium bestuurszaken. Grote Markt 1, 2000 Antwerpen - Restauratie en herinrichting stadhuis. Toelichting schetsontwerp en gunning opmaak voorontwerp. Vastlegging ereloon - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Algemene financiƫle opmerkingen

De geraamde uitgave ten bedrage van 675.000,00 EUR, inclusief 21% btw, voor de betaling van het ereloon met betrekking tot het voorontwerp aan de maatschap "Huis Van De Stad" in oprichting (HUB cvba, Origin cvba, Multiprofessionele Architectenvennootschap Bureau Bouwtechniek nv, Daidalos Peutz bvba, RCR bvba, BAS bvba en FPC nv) met ondernemingsnummer 0865.186.847 en rekeningnummer BE13 0688 8888 9839, zal verrekend worden op het investeringsbudget 2016. Er is voldoende budget beschikbaar. Er zullen geen uitgaven zijn in 2015 voor de betaling van het ereloon met betrekking tot het voorontwerp.

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 57 §3,4° van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor het voeren van de gunningsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten.

Aanleiding en context

Fase Bestuursorgaan Datum Jaarnummer
goedkeuring voorbereiding masterplan en principebeslissing college 17 januari 2014 455
goedkeuring samenwerkingsprotocol en mandatering
Vlaams Bouwmeester voor procedure Open Oproep
college 28 mei 2014 5730
goedkeuring publicatietekst voor Open Oproep college 20 juni 2014 6583
goedkeuring selectie 5 kandidaten college 10 oktober 2014 10407
goedkeuring projectdefinitie, overeenkomst en
bestek P0466820 voor studieopdracht restauratie
en herinrichting stadhuis
college 10 oktober 2014 10360
goedkeuring gunning bestek P0466820 aan 
thv HUB cvba_Origin cvba_Bureau Bouwtechniek
nv_Daidalos Peutz bvba_RCR bvba_BAS bvba_FPC nv
college 13 maart 2015 2090
sluiting studieopdracht voor de restauratie en herinrichting
van het Antwerpse stadhuis en opmaak schetsontwerp
college 3 april 2015 2845


Het college heeft de opdracht gegeven aan HUB cvba, Origin cvba, Multiprofessionele Architectenvennootschap Bureau Bouwtechniek nv, Daidalos Peutz bvba, RCR bvba, BAS bvba en FPC nv, om het schetsontwerp op te maken voor de restauratie en herinrichting van het stadhuis (fase 1 van de architectenovereenkomst).

Argumentatie

Het schetsontwerp werd ingediend door het ontwerpteam HUB cvba, Origin cvba, Multiprofessionele Architectenvennootschap Bureau Bouwtechniek nv, Daidalos Peutz bvba, RCR bvba, BAS bvba en FPC nv. 

Tijdens de fase van het schetsontwerp en vertrekkend vanuit het wedstrijdontwerp uit de Open Oproep procedure met het team Vlaams Bouwmeester werd vanuit het ontwerpteam uitvoerig overlegd met de opdrachtgever, de gebruikers, de dienst stadsontwikkeling/onroerend erfgoed/monumentenzorg, het Agentschap Onroerend Erfgoed Antwerpen, het aanspreekpunt voor UNESCO Werelderfgoed van de Vlaamse overheid, de brandweer stad Antwerpen en de politie stad Antwerpen zodat het programma van eisen op functioneel en technisch vlak verder kon worden uitgediept.

Voor de opmaak van het schetsontwerp werd verder gewerkt op het concept dat het gebouw zelf aangeeft wat het nodig heeft en dat de antwoorden op nieuwe vragen al liggen in de historische structuur. Er worden bepaalde elementen die door het ontwerpteam vanuit hun erfgoedbenadering als storend ervaren worden, aangepast of verwijderd, maar ook andere niet storende elementen zullen verwijderd worden wanneer blijkt dat deze nodig zijn in functie van het grotere geheel. Het wegbreken van niet storende elementen zal tijdens de voorontwerpfase verder worden onderbouwd en verantwoord. De hoofdtoegang wordt terug naar de zijde Grote Markt gebracht. De ontpitte centrale ruimtes nemen hier de rol van foyer op. Het ontwerpteam ziet het gebruik van verdieping +2 als beleidsruimte als dé grote transitie van de geplande restauratie en herinrichting waarbij er een correlatie wordt gelegd tussen de uitstraling van deze ‘nieuwe’ verdieping +2 en de onderliggende bouwlagen (’t Schoon Verdiep en verdieping +1).

In de zoektocht naar het creëren van een vormelijk en mentaal evenwaardige kwaliteit en identiteit, stelt het ontwerpteam voor om langs weerszijden van de centrale koepel een dubbelhoge vestibule te creëren. Deze vestibules vormen een verderzetting van de centrale open ruimtes op ’t Schoon Verdiep en verdieping +1. Op deze manier wil het ontwerpteam verdieping +2 dezelfde waarde meegeven als de andere bouwlagen door gebruik te maken van een gelijkaardige geleding en materialiteit. De dubbelhoge ruimtes zorgen ervoor dat zeer veel daglicht toetreedt en dat de omliggende daken en de campaniletoren visueel ervaren worden. De verrières op verdieping +2 worden toegelegd. De functie van lichtinval wordt door de vestibules overgenomen. Het ontwerp voorziet een nieuwe centrale koepel die dicht bovenop de historische koepel wordt geplaatst. Hierdoor worden de historische gevels, hun kroonlijsten en de campaniletoren terug volledig zichtbaar. Het ontwerpteam ziet hier de mogelijkheid tot kunstintegratie.

Tijdens de schetsontwerpfase werden verschillende onderzoeken uitgevoerd en ontwerpthema’s uitgewerkt om het technisch en bouwfysisch programma van eisen met het te verwachten kwaliteitsniveau op punt te stellen, het vlekkenplan uit te werken, de restauratievisie en bijkomende wensen van de opdrachtgever vast te leggen. 

Ruimtelijke indeling
De belangrijkste ingrepen per verdieping zijn:

kelder:

  • oorspronkelijke historische structuur beter leesbaar maken;
  • hoofdstijgpunten doortrekken tot in de kelder;
  • nieuwe goederenlift verbindt de kelder met het gelijkvloers;
  • kelder voor ondersteunend en publiek programma;
  • bomkelder blijft behouden in functie van de erfgoedwaarde en de stabiliteit van de eretrap.

gelijkvloers:

  • ontpitten van centrale ruimtes;
  • herstellen en flexibiliseren oorspronkelijke structuur;
  • nieuw centraal onthaal aan de Grote Markt;
  • nieuwe goederenlift verbindt het gelijkvloers met de kelder;
  • nieuwe lift met een capaciteit van 26 personen;
  • maximaliseren ruimten voor exploitatie;
  • vervanging trap Suikerrui naast lift tussen gelijkvloers en ‘t Schoon Verdiep.

‘t Schoon Verdiep:

  • maximaal behoud van lokalen op historische posities;
  • inrichting in functie van meervoudig (publiek) ruimtegebruik;
  • trap burgemeester van ‘t Schoon Verdiep naar het gelijkvloers blijft behouden omwille van de erfgoedwaarde (19de-eeuwse ingreep) en aspect veiligheid.

verdieping +1:

  • herverdeling van de kabinetten op basis van 100% bezetting (10+1);
  • centrale kitchenettes en printerlokalen (2 per verdieping);
  • ruimte vrijgemaakt voor flexibele vergaderzalen;
  • noordelijke trap tussen verdieping +1 en +2 wordt vernieuwd.

verdieping +2:

  • wijziging circulatie in functie van heldere ruimtelijkheid;
  • vervanging centrale dakstructuur in functie van daglichtinval en creëren centrale vestibules;
  • herverdeling van de kabinetten op basis van 100% bezetting (10+1);
  • centrale kitchenettes en printerlokalen (2 per verdieping);
  • ruimte vrijgemaakt voor flexibele vergaderzalen;
  • noordelijke trap tussen verdiepingen +1 en +2 wordt vernieuwd;
  • de polyvalente ruimte onder de campanile heeft een multifunctioneel gebruik (eetruimte, bibliotheek, loungeplekken voor informele gesprekken);
  • behoud van de duplexruimte onder de campanile;
  • openmaken campaniletoren voor doorzicht en extra lichtinval.

zolder:

  • vervanging centrale dakstructuur in fuctie van daglichtinval en creëren centrale vestibules op verdieping +2;
  • wegnemen en dichtleggen verrières in functie van technieken, brandweerstand en thermische isolatie;
  • de centrale dakkoepel wordt vervangen door een nieuwe koepel (kunstintegratie), vlak boven de 19e-eeuwse koepel. 

Het schetsontwerp kent een aantal wijzigingen op het programma van eisen ten aanzien van het wedstrijdontwerp. Deze wijzigingen komen beknopt neer op:

kelder:

  • een herschikking in de kelder om ruimte te maken voor publiek gebruik, een opwarmkeuken, bijkomende bergruimte, ruimte voor de chauffeurs en kleed- en doucheruimte. Bijkomend onderzoek naar de integratie van een grootkeuken in de kelder heeft uitgewezen dat deze functie de oppervlakte en erfgoedwaarde van de kelder en bovenliggende verdiepingen te zwaar belast;
  • de verplaatsing van de fietsenstalling van de kelder naar een locatie op een andere site;
  • een beperkte fitnessruimte in de kelder te voorzien;
  • een goederenlift te voorzien tussen de kelder en het gelijkvloers, in verbinding met de dienstingang aan de zijde van de Gildekamersstraat. De bestaande personenlift te vernieuwen naar een lift tot 26 personen en doorlopend tot in de kelder. Een trafiekstudie wijst uit dat de wachttijden met één ruime personenlift aanvaardbaar blijven en binnen de Vlaamse norm van wachttijden valt. Het plaatsen van twee liften vereist een zwaardere installatie- en onderhoudskost. Het overbruggingsniveau tot verdieping +2 is met een trap haalbaar;
  • een ruimte in de kelder te vrijwaren voor een mogelijke toekomstige doorsteek/aansluiting met de ruien.

gelijkvloers:

  • een herschikking van het gelijkvloers om zo veel mogelijk ruimte voor publiek gebruik vrij te maken. Enkel de noordwestelijke hoek van het gebouw wordt nog gebruikt voor de fracties en de facilitaire dienst (exacte locatie dient verder onderzocht te worden);
  • de ingang Zilversmidstraat verdwijnt, dit wordt een evacuatieweg;
  • de dienst externe relaties verdwijnt op termijn uit het stadhuis en verhuist naar Den Bell.

‘t Schoon Verdiep:

  • de herinrichting van het ‘t Schoon Verdiep teneinde alle ruimten - met uitzondering van het kabinet van de burgemeester - naast de beleidsfunctie in te kunnen zetten voor een maximale externe exploitatie;
  • het voorzien van bijkomende bergruimte om deze externe exploitatie te ondersteunen;
  • een nieuw interieur te ontwerpen voor de raadzaal, de indeling is zowel naar beleidsvoering als naar uitstraling verouderd en er is behoefte aan een meer flexibel gebruik van deze ruimte. Uit bijkomend onderzoek naar een andere locatie van de raadzaal in het stadhuis werd duidelijk dat het huidige lokaal zowel qua afmetingen, qua ligging, qua logistiek als qua historische waarde het meest geschikt blijft.
    De duplexruimte collegezaal is niet doorbreekbaar naar de raadzaal omwille van de erfgoedwaarde en functionaliteit. Wel zal in het ontwerp rekening worden gehouden met het samengebruik van beide zalen door middel van het openzetten van de dubbele deur tussen beide ruimten.

verdieping +1 en +2:

  • een 100% bezettingsgraad in de kantoren in plaats van het Bell-principe van 80%, waarbij wordt geteld met 11 kabinetten (inclusief kabinet burgemeester) en kantoor stadssecretaris. Hierdoor werden de kantoren voor de fracties verschoven naar de gelijkvloerse verdieping;
  • op verdiepingen +1 en +2 twee kitchenettes en twee printlokalen te integreren. Er worden geen bijkomende minikoelkasten voorzien in de kabinetten, dit gaat in tegen de duurzaamheidsprincipes en heeft een grote impact op de klimaatregeling in de kantoren. Enkel ruime koelkasten in de kitchenettes te voorzien;
  • de duplexruimte onder de campanile te behouden;
  • geen toegewezen flexplekken voor ‘externe’ gebruikers. Momenteel wordt er in het plan rekening gehouden met 11 kabinetten (inclusief kabinet burgemeester). Gezien de kans reëel is dat het maximum (decretaal voorziene) aantal kabinetten niet ingevuld zal worden, kunnen de vrijgekomen ruimten flexibel worden ingevuld met de op dat moment noodzakelijk geachte functies zoals extra vergaderruimten of flexplekken.

zolder:

  • de zolderruimte enkel te gebruiken voor de opstelling van technische installaties en voor het horizontale verloop van de ventilatiekanalen. Uit het onderzoek of de zolder kan gebruikt worden als kantoorruimte blijkt dit niet mogelijk omwille van de beperkte vrije hoogte en zeer beperkte bruikbare ruimte. Ook zou moeten voorzien worden in een verhoging van de vloer, noodzakelijke versteviging van de structuur met nieuwe extra spanten, noodzakelijke uitbreiding liftinstallatie die niet binnen het bestaande volume past en de noodzakelijke isolatie van het dak in plaats van de zoldervloer. Dit is technisch zeer moeilijk uit te voeren, het dakpakket wordt dikker en het historisch uitzicht verdwijnt. 

Restauratie
De erfgoedkundige waardenstelling uit de bouwhistorische nota vormt het vertrekpunt voor een algemene restauratievisie. 

De bouwhistoriek van het stadhuis van Antwerpen is een complexe en gedetailleerde materie. Als basis werd de uitgebreide bouwhistorische studie gebruikt die werd uitgevoerd door Maclot, De Clercq en Van Ginneken in 2012.
De historische studie geeft een chronologisch overzicht van de verschillende bouwfases en ingrepen aan het stadhuis, al dan niet met informatie over de sociaal-politieke omstandigheden waarin de ingrepen zich voltrokken.
De geschiedenis van het stadhuis kent enkele ijkpunten: de bouw in 1560-1565, de herbouw in 1579-1583 na een grote brand tijdens de Spaanse Furie in 1576, verschillende aanpassingen, toevoegingen en decoraties uit de 17de en 18de eeuw, verschillende belangrijke aanpassingen in de 19de eeuw en enkele toevoegingen in de 20ste eeuw.
Van groot belang voor het huidige uitzicht van het interieur, het bijzonder waardevolle ‘t Schoon Verdiep en verdieping +1, is de overkapping van de binnenkoer.
Dit idee ontstaat in 1820 onder stadsbouwmeester Pierre Bourla, maar het is uiteindelijk wachten tot 1881-1884 tot de overkoepeling uiteindelijk gerealiseerd wordt onder stadsbouwmeester Pieter Dens.
Gekoppeld aan het historisch en materiaal-technisch onderzoek, stelden de historici een erfgoedkundige waardenbepaling van het gebouw op. Deze werd thematisch ingedeeld volgens de geveldelen en de verschillende niveaus.
Over het algemeen worden de 19de-eeuwse ingrepen positief gewaardeerd in de studie.
Naast deze grote architecturale en stilistische waarde, heeft het gebouw ook een erg belangrijke immateriële waarde: het stadhuis van Antwerpen was vermoedelijk de eerste in zijn soort en diende als inspiratie voor de bouw van talloze andere stadhuizen in de Lage Landen. Het feit dat dit gebouw al 450 jaar het stadsbestuur huisvest en volledig van deze functie is doordrongen, is zeer aanmerkelijk.
Deze erfgoedkundige waardenbepaling vormt de basis van het huidige restauratieconcept.
De bundel als bijlage bij dit besluit schetst een duidelijke visie op het exterieur (parament, dak, schrijnwerk, beeldhouwwerken) en het interieur van het stadhuis. 

Uit deze waardenstelling blijkt duidelijk dat de toestand van 1884, na de overkoepeling van de binnenkoer, als vertrekpunt moet genomen worden. Het is niet de bedoeling het gebouw naar deze toestand terug te brengen, maar deze staat als ijkpunt te gebruiken waaraan de geplande interventies worden afgetoetst. Daarnaast wordt het behoud van de functionaliteit van het gebouw, als stadhuis en huis van bestuur als grote immateriële waarde ingeschat.
De restauratie-ingrepen van het stadhuis beoogt:

  • het herwaarderen van waardevolle elementen door een restauratie met behoud van patina;
  • het wegnemen van storende elementen die afdoen aan de erfgoedwaarde van het geheel, gekoppeld aan vernieuwing of reconstructie;
  • het bestendigen van de functionaliteit van het gebouw door het toevoegen van een nieuwe laag, die zich inpast in het verhaal van stedelijke representatie en zorgvuldig ontwerp.

De renovatie-ingrepen hebben een verschillende oorsprong: integratie van het nieuwe programma, integratie van technieken, het verbeteren van het binnenklimaat en de energiehuishouding,… maar hebben allemaal één doel: het bestendigen van de huidige functie van het gebouw, volgens wat er vandaag van « een hedendaags huis van bestuur » verwacht wordt. 

De stad Antwerpen vraagt een erfgoedpremie aan voor de restauratieve en subsidiabele werken aan het stadhuis. Het is aangewezen om met het oog op een vlot en transparant verloop van het uitvoeringstraject op flexibele wijze het totaalengagement van de Vlaamse overheid te kunnen matchen met het financieel engagement van de stad Antwerpen. Het afsluiten van een meerjarenpremieovereenkomst met de Vlaamse overheid is hiertoe een interessant instrument. In de projectplanning staat de indiening van het definitief voorontwerp volgens contractuele voorwaarden ingepland voor januari 2016. Tijdens de fase van de uitwerking van het voorontwerp van augustus 2015 tot januari 2016 kunnen de eerste gesprekken opstarten met de Vlaamse overheid in het licht van het afsluiten van een meerjarenpremieovereenkomst. Afhankelijk van deze gesprekken en het financieel engagement dat de Vlaamse overheid kan en wil nemen, zal het project al dan niet worden gefaseerd.
Naast het financieel engagement van de Vlaamse overheid dient het faseringsvoorstel van de werken ook rekening te houden met een zo kort mogelijke uithuizingstermijn tijdens de restauratiewerken. 

Na goedkeuring van de fase van het schetsontwerp wordt een principenota met de intenties overgemaakt aan Unesco, als eerste kennisgeving en tot het bekomen van een principieel akkoord. Zo kan, indien nodig, tijdig worden bijgestuurd.

Stabiliteit
De bestaande structuur van het gebouw blijft bewaard, mits enkele plaatselijke ingrepen die zich situeren op gelijkvloerse verdieping en verdieping +2 en het daaraan gekoppelde dakvolume. De nieuwe ingrepen bouwen verder op de aanwezige draaglijnen. Op die manier worden de nieuwe lasten verticaal overgedragen volgens het krachtenverloop van de aanwezige structuur en zijn de ingrepen in de tijd reversibel.

Technieken

  • Integratie van technische installaties in een historisch gebouw:
    de historische context en het monumentale karakter van het stadhuis vragen een bijzondere aanpak voor de conceptuele opvatting en integratie van de technische installaties. Enerzijds zijn fijngevoelige oplossingen nodig voor de integratie van nieuwe eindelementen (ventilatieroosters, contactdozen) en kanalen en leidingen in de beschermde waardevolle interieurs (vloeren, wanden en plafonds). Anderzijds biedt de typische opbouw van gebouwen uit deze periode ook mogelijkheden. De aanwezigheid van kelders en zolders creëert ruimte om technische installaties in onder te brengen en langs te verdelen.
    Ook de reeds aanwezige (recente en minder recente) technieken bieden kansen tot hergebruik. De radiatornissen en schouwkanalen spelen een sleutelrol in het concept van de nieuwe HVAC-installatie. Verder onderzoek moet aantonen in welke mate ze deze rol ook kunnen vervullen. In de waardevolle lokalen van het ‘t Schoon Verdiep kunnen goed geïntegreerde radiatoren en wandcontactdozen opnieuw gebruikt worden als hun toestand en de uitvoeringspraktijk het toelaten.
  • Moeilijk bruikbare ruimtes inschakelen als technische lokalen of kokers:
    zowel de kelder als de zolder hebben een beperkte vrije hoogte door de gewelven en spanten. Hoewel ze moeilijk om te vormen zijn tot gebruiksruimte kunnen ze dienst doen als technische lokalen. Platte luchtgroepen laten zich relatief eenvoudig inpassen in deze ruimtes. Kanalen kunnen in de zones met beperkte hoogte verlopen naar de verticale stijgpunten.
  • Gebruik van bestaande of nieuwe holle ruimtes:
    de schoorstenen gaan opnieuw een rol spelen in het comfort in de lokalen. De holle ruimte in de schouwen wordt gebruikt om de lucht af te zuigen.
    Ook de radiatornissen worden technisch opgewaardeerd. Ze blijven nog steeds ruimte bieden aan de verwarmingselementen (radiatoren, of indien nodig voor het binnenklimaat ventiloconvectoren), maar krijgen daarnaast ook een rol als pulsierooster voor de ventilatie. Om deze functies te vervullen wordt waar nodig de bestaande afkasting aangepast.
    De holle ruimte onder de bestaande parketvloeren op ’t Schoon Verdiep en verdieping +1 wordt momenteel al benut voor het verloop van de elektrische en verwarmingsleidingen. Voor de nieuwe vloer van verdieping +2 wordt deze holle ruimte in de vloer extra groot gemaakt opdat hier ook de ventilatiekanalen in passen. Tevens kan in deze extra hoogte de versteviging van de bestaande vloerconstructie opgelost worden.
  • Maximale integratie van technieken in nieuwe elementen.
    De verhoogde vloer van verdieping +2 is zoals hierboven geschetst een voorbeeld van één element waarmee 2 problemen worden opgelost.
    Op het gelijkvloers worden de ventilatiekanalen dragers voor de andere technieken. Verlichting, kabelgoten en leidingen worden samen met de kanalen gegroepeerd tot een geheel dat één nieuw technisch element vormt in de bestaande gewelfde ruimtes. 

BREEAM/Bouwfysica
In overleg met het ontwerpteam werd een programma van eisen opgesteld waarin een voorstel werd geformuleerd voor de gewenste bouwfysische kwaliteitsniveaus: comfort, gezondheid en energieprestatie. Het energetisch programma van eisen werd besproken met de arbeidsgeneesheer, de facilitaire dienst en de ICT-diensten. Twee deelaspecten werden grondig uitgewerkt om het prestatieniveau te kunnen realiseren: een analyse van de energetische impact van ICT-apparatuur en een analyse van het gebruikersgedrag.
Bij de afstemming van gebruikstijden en bezetting werd rekening gehouden met een concessie voor de wandelzaal, een stijgend aantal gebruiksmomenten van de diverse zalen op ’t Schoon Verdiep en een mogelijke stijging van het aantal gebruiksmomenten. Ook de gebruikstijden en bezetting van de kantoorruimten werd vastgelegd volgens wat redelijkerwijze te verwachten is.
De maximale bezetting is de rekenwaarde die gehanteerd zal worden voor de dimensionering van de technische installaties; de bezettingsprofielen zullen worden gebruikt bij de berekening van het jaargemiddelde energieverbruik en bij de comfortanalyse.
Voor het thermisch comfort wordt klasse B als uitgangspunt gehanteerd. Deze klasse wordt beschouwd als een normaal niveau dat hoort bij standaardkantoren. Afhankelijk van de conservatierandvoorwaarden zal de haalbaarheid hiervan bekeken worden voor ‘t Schoon Verdiep en de eerste verdieping. Eventueel zal voor deze verdiepingen klasse C worden gehanteerd. Deze wordt beschouwd als een aanvaardbaar niveau dat kan gebruikt worden voor bestaande gebouwen. (Klasse A is voorbehouden voor gevoelige gebouwgebruikers met name zieke personen, kleine kinderen, oudere mensen of voor gebouwen waar extra hoge eisen aan luxe gesteld worden).
Voor de binnenluchtkwaliteit wordt binnenluchtkwaliteitsklasse B vooropgesteld voor de kantoren en klasse C voor de vergaderzalen, bijeenkomstzalen en bezoekers. Dit betekent dat de eisen van het ARAB net (klasse C) of ruimschoots (klasse B) worden gehaald. Om de binnenluchtkwaliteit op een energiezuinige manier te realiseren, wordt de ventilatie gestuurd via sensoren in de lokalen. Deze sensoren zijn gekoppeld via een domoticasysteem. Dit systeem werkt op laagspanning en vormt een communicatienetwerk tussen alle technische onderdelen. Bijkomend voordeel van een domoticasysteem is een verhoogd gebruikscomfort en flexibele uitbreidbaarheid naar de toekomst toe.
Ook voor de luchtvochtigheid wordt klasse B (30-60%) beoogd, met een verhoging van de ondergrens van 30% relatieve luchtvochtigheid naar 40% relatieve luchtvochtigheid voor de administratieve ruimten op ‘t Schoon Verdiep, eerste en tweede verdieping. In de andere ruimten wordt klasse C (30-70%) voorgesteld. Een uitzondering hierop is de ruimte met het goudlederbehang, waar klasse A wordt beoogd (40-50%).
Het ontwerp zal rekening houden met deze comforteisen evenals met de resultaten van de comfortenquête waarbij bijkomend specifieke pijnpunten aan het licht kunnen komen. In de enquête wordt gepolst naar 4 comfortparameters: thermisch comfort, luchtkwaliteit, visueel comfort en akoestisch comfort.
In deze fase wordt dezelfde score voor het BREEAM schema beoogd als in het wedstrijdontwerp. Dat betekent dat de score ‘Excellent’ nog tot de mogelijkheden behoort, terwijl in de opdracht gevraagd werd om een score van ‘Very Good’ te bekomen.
Om aan de BREEAM eisen te voldoen zal worden voorzien in aparte energiemeters voor verwarming, bevochtiging, koeling, belangrijke ventilatoren, verlichting en stopcontacten. De metering zal eveneens per verdieping en apart voor polyvalente en ceremoniële ruimten, publieke ruimte, keukens en stadswinkel per type ruimte worden voorzien. 

Akoestiek
Ook voor de akoestische prestaties werd een programma van eisen opgesteld. Een eerste vergelijking van deze eisen met de resultaten van een uitgebreide meetcampagne geeft aan dat er op ‘t Schoon Verdiep en verdieping +1 een belangrijke kloof bestaat tussen norm en  realiteit. Uit de confrontatie tussen de eisenniveaus, de metingen, de antwoorden op de akoestische vragen in de comfortenquête en de randvoorwaarden die door het monument worden gesteld, wordt er in de volgende fase een passend eisenniveau en ontwerpoplossing voorgesteld. Belangrijkste pijnpunten zijn de beperkte contact- en luchtgeluidisolatie van de vloer tussen ‘t Schoon Verdiep en verdieping +1, en de beperkte luchtgeluidisolatie van deuren tussen kabinetten onderling, en tussen kabinetten en de circulatieruimte.

Brandveiligheid
Rekening houdend met de beperkingen van het gebouw, dient de evacuatie verbeterd te worden. Hiertoe wordt één van de twee noodtrappen volledig gecompartimenteerd, de andere slechts op twee verdiepingen. Om het historisch karakter van ’t Schoon Verdiep en verdieping +1 te bewaren, wordt gekozen voor een rookgordijn in de vide te voorzien om een veilige evacuatieweg te garanderen. Bijkomend worden alle deuren die uitgeven op deze centrale ruimte zelfsluitend gemaakt. Deze historische deuren hebben voldoende dikte om beschouwd te kunnen worden als brandwerend.
De centrale koepel kan manueel (of automatisch op rookdetectie indien door de brandweer gewenst) geopend worden om de centrale ruimte te ontroken.
Verder wordt de bestaande compartimentering hersteld. Doorvoeringen worden brandwerend afgewerkt en zelfsluitende deuren worden hersteld.
Onderstaande tabel geeft een kwalitatief overzicht van de brandveiligheid van de huidige situatie en de situatie na implementatie van de aanbevelingen.

 

Huidige situatie

Na aanpassingen

preventie en noodplanning

0

+

structuur en compartimentering

-

0

evacuatie

--

+

detectie en alarmering

+

++

ontroking

--

0

brandblussing

-

0

 - : gebreken vastgesteld
0 : situatie net aanvaardbaar
+ : een goed niveau van veiligheid

Het aantal toegelaten personen per verdieping na overleg met de brandweer stad Antwerpen en daarna afgestemd op het technisch kader:

  • verdieping +2: 150 personen;
  • verdieping +1: 150 personen;
  • ‘t Schoon Verdiep: 240 personen;
  • gelijkvloers: 455 personen;
  • kelder: 99 personen;
  • totaal: 1.094 personen.

De belangrijkste actiepunten voor verdere uitwerking in het voorontwerp zijn (niet limitatief):

  • kelder:
    • ruimtelijke configuratie in relatie tot tracés technieken;
    • configuratie sanitair;
    • impact en gebruik vergaderzaal / polyvalente ruimte;
    • aansluiting met de ruien;
    • onderzoek naar warmteproductie en elektriciteitsproductie;
    • plaats van regenwaterrecuperatie. In de huidige toestand komt op deze locatie bekabeling voor het cameranetwerk voor de politie toe, de technische haalbaarheid van verplaatsing bekabeling dient verder onderzocht te worden;
    • dienstlift/plateaulift: liftdeuren langs twee zijden te openen, waardoor de ruimte berging- containers kan vergroot worden;
    • verder onderzoek naar de noodzaak verplaatsing hoogspanningscabine;
    • het aantal voorziene datalokalen is onvoldoende, verder te onderzoeken of deze kunnen uitgebreid worden op de zolder;
    • verder onderzoek naar het gewenste klimaat in de kelder.
  • gelijkvloers:
    • indeling en gebruik foyers;
    • gedetailleerd beveiligingsconcept;
    • werking open poorten en 2de-gevellijn;
    • plaatsing facilitaire dienst, werking balie inkomzone en vestiaire;
    • bijkomende kitchenette voor intern gebruik met mogelijkheid om met zes personen te eten;
    • buitenaanleg: de blauwe hardstenen sokkel rond het stadhuis wordt als een integraal deel van het stadhuis beschouwd. De restauratie ervan is mee inbegrepen in de opdracht.
  • ‘t Schoon Verdiep:
    • nieuwe indeling en meubilair voor Raadzaal;
    • configuratie sanitair;
    • uitwerking extra voorzieningen voor exploitatie 't Schoon Verdiep;
    • indeling van de verschillende lokalen;
    • kitchenette te voorzien voor intern gebruik;
    • publieke exploitatie : afzetvlak catering te voorzien voor concessionaris ‘Open Stadhuis’. Casco inrichting met toevoer/afvoer water, afzuiging dampkap,…
  • verdieping +1:
    • configuratie sanitair;
    • indeling van verschillende lokalen.
  • verdieping +2:
    • configuratie sanitair;
    • indeling van verschillende lokalen;
    • uitwerking ruimte onder campanile in functie van programma, ruimtelijkheid, lichtinval en erfgoedwaarde;
    • kunstintegratie in ontwerp.
  • zolder:
    • uitwerking ruimte onder campanile in functie van programma, ruimtelijkheid, lichtinval en erfgoedwaarde.
  • restauratie :
    • verder onderzoek naar noodzaak van opgenomen wandopeningen, bestaande openingen dienen herbekeken te worden of deze naar flexibiliteit toch kunnen behouden blijven;
    • verder onderzoek per ruimte naar noodzaak van voorzetbeglazing;
    • het advies van de dienst stadsontwikkeling/onroerend erfgoed/monumentenzorg wordt in bijlage bij dit besluit toegevoegd.
  • bespreking met de dienst stadsontwikkeling/stedenbouwkundige vergunningen;
  • detailuitwerking printlokalen/kitchenettes naar grootte en functionaliteit;
  • verdere detaillering nieuwe koepel bovenop bestaande historische koepel: voorgestelde profielen ogen zeer zwaar;
  • grondig onderzoek akoestiek: tussen de verschillende bouwlagen (voorbeeld: kabinet burgemeester en verdieping +1), tussen de verschillende ruimten/lokalen onderling (voorbeeld: bureau stadssecretaris en kabinet 6);
  • verder onderzoek naar toegankelijkheid, beveiliging en bezoekersstromen doorheen het gebouw;
  • algemene uitrusting technieken dient verder onderzocht te worden;
  • verder onderzoek naar innovatieve technieken, materialen en toepassingen
  • raming: mogelijke besparingen onderzoeken en waar mogelijk bezuinigingsvoorstellen doorvoeren om de opdracht binnen het vooropgestelde budget te realiseren.

Raming
De raming van het schetsontwerp (21.192.209,00 EUR exclusief btw, erelonen, indexering en vooronderzoeken) is een indicatie op de te verwachten bouwkosten. Tijdens de opstartfase van het project in september 2011 werd een raming vooropgesteld van 29.000.000,00 EUR, waarvan 26.000.000,00 EUR voor de werken en 3.000.000,00 EUR voor erelonen, exclusief indexering, verhuiskosten, ICT, stockagekosten roerend erfgoed, restauratie roerend erfgoed (schilderijen en meubilair) en communicatie.

Het ontwerpteam zal het voorontwerp verder uitwerken binnen het vooropgestelde budget van 29.000.000,00 EUR en bij overschrijding besparingsvoorstellen doen. Het bedrag van het voorontwerp wordt vastgeklikt en hierop zullen dan indexeringen worden toegepast. Een gedeelte zal gefinancierd worden met ingeschreven reguliere middelen in het meerjarenplan 2014-2019 van de bedrijfseenheid bestuurszaken.

1.686.000,00 EUR wordt op de reguliere begroting verrekend als volgt:

  • 2015: 225.000,00 EUR;
  • 2016: 675.000,00 EUR;
  • 2017: 262.000,00 EUR;
  • 2018: 262.000,00 EUR;
  • 2019: 262.000,00 EUR.

27.314.000,00 EUR dient met andere dan regulier in het meerjarenplan 2014-2019 ingeschreven middelen te worden bekostigd.
Ontvangsten uit de erfgoedpremie worden geraamd op 7.008.000,00 EUR. Rekening houdend met de geraamde ontvangsten uit de erfgoedpremie dient 27.314.000,00 EUR – 7.008.000,00 EUR = 20.306.000,00 EUR te worden gezocht voor de realisatie van het project.
Van de gevraagde extra 27.314.000,00 EUR wordt een bedrag van 14.989.000,00 EUR uitgegeven in 2017-2019 en 12.325.000,00 EUR uitgegeven in de periode 2020-2021.

Rekening houdend met de opmerkingen zoals hierboven geformuleerd, adviseert de bedrijfseenheid stadsbeheer om het schetsontwerp voor de restauratie en de herinrichting van het stadshuis goed te keuren en fase 2 van de architectenovereenkomst, met name de opmaak van het voorontwerp, te gunnen aan het ontwerpteam. Om deze dienstverlening te kunnen vergoeden dient een bedrag van 675.000,00 EUR, inclusief 21% btw, vastgelegd te worden in 2016.

Beleidsdoelstellingen

7 - Sterk bestuurde stad
1SSB04 - De burgers, bezoekers en partners van Antwerpen genieten van een vereenvoudigde stedelijke administratie
1SSB0401 - De Antwerpenaar staat dicht bij een transparante administratie
1SSB040101 - De Antwerpenaar erkent het stadhuis als huis van de stad

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt het schetsontwerp goed voor de restauratie en herinrichting van het stadhuis van HUB cvba, Origin cvba, Multiprofessionele Architectenvennootschap Bureau Bouwtechniek nv, Daidalos Peutz bvba, RCR bvba, BAS bvba en FPC nv (fase 1 van de architectenovereenkomst).

Artikel 2

Het college keurt goed om de gunningsbrief te verzenden voor de opmaak van het voorontwerp voor de restauratie en herinrichting van het stadhuis op te maken (fase 2 van de architectenovereenkomst)  aan HUB cvba, Origin cvba, Multiprofessionele Architectenvennootschap Bureau Bouwtechniek nv, Daidalos Peutz bvba, RCR bvba, BAS bvba en FPC nv.

Artikel 3

Het college beslist een bedrag van 675.000,00 EUR, inclusief 21% btw, vast te leggen op HUB cvba, Origin cvba, Multiprofessionele Architectenvennootschap Bureau Bouwtechniek nv, Daidalos Peutz bvba, RCR bvba, BAS bvba en FPC nv., Rijnkaai 22 bus 201, 2000 Antwerpen, ondernemingsnummer 0865.186.847, voor de betaling van het voorontwerp met betrekking tot de restauratie en herinrichting van het stadhuis.

Artikel 4

De financieel beheerder verleent zijn visum en regelt de financiële aspecten als volgt:

Omschrijving Bedrag Boekingsadres Bestelbon

P0466820
ereloon voorontwerp restauratie en
herinrichting stadhuis

maatschap "Huis Van De Stad" in oprichting
(HUB cvba, Origin cvba, Multiprofessionele
Architectenvennootschap Bureau
Bouwtechniek nv, Daidalos Peutz bvba,
RCR bvba, BAS bvba en FPC nv)

Rijnkaai 22 bus 201
2000 Antwerpen
ondernemingsnummer: 0865.186.847
rekeningnummer: BE13 0688 8888 9839

675.000,00 EUR,
inclusief 21% btw
budgetplaats: 5322000000
budgetpositie: 221
functiegebied: 1SSB040101P04668
subsidie: SUB_NR
fonds: INTERN
begrotingsprogramma: 1SA070130
budgetperiode: 1600
vast-actiefnummer: 221000001421
4005137866

Bijlagen

  • antwerpen.localFTPSB_InternStadhuis.pdf