Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Aanvrager(s): Katholiek Onderwijs Regio Antwerpen Binnenstad vzw - Noorderlaan 108 - 2030 Antwerpen. De aanvraag omvat een nieuwe school voor secundair onderwijs.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.
Het college beslist de milieuvergunning klasse 2, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Katholiek Onderwijs Regio Antwerpen Binnenstad vzw, Noorderlaan 108, 2030 Antwerpen, voor de exploitatie van een nieuwe school voor secundair onderwijs, gelegen op het adres Pieter Van Hobokenstraat 9, 2000 Antwerpen.
Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
|
algemene milieuvoorwaarden |
hoofdstuk 4.1; |
|
algemene milieuvoorwaarden, geluid |
hoofdstuk 4.5; |
|
algemene milieuvoorwaarden, oppervlaktewater |
hoofdstuk 4.2; |
|
drukkerijen |
hoofdstuk 5.11; |
|
gassen, algemeen |
hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.1; |
|
gassen, compressoren, airco’s en koelinrichtingen |
hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.3; |
|
hout |
hoofdstuk 5.19; |
|
metalen |
hoofdstuk 5.29; |
|
ontspanningsinrichtingen |
hoofdstuk 5.32, afdeling 5.32.3; |
|
stookinstallaties |
hoofdstuk 5.43, afdelingen 5.43.1 en 5.43.4, subafdeling 5.43.2.3. |
Het college beslist dat de exploitant de volgende brandweervoorwaarden dient na te leven:
Brandweervoorwaarden
B1
Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiernavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:
S1
Er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC gelijkmatig verdeeld over de inrichting, te worden aangebracht.
S23
Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enz.
In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn.
Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.
Het college beslist dat de vergunde inrichting in gebruik moet genomen worden binnen de 3 jaar vanaf de startdatum van de vergunning, zoniet vervalt deze vergunning van rechtswege.
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 10 juli 2015 en eindigt op 10 juli 2035.