Nee
Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.
| Aanvragers: | Janssens-Keersmaekers |
| De aanvraag omvat: | opsplitsen van een gebouw in horeca en 2 appartementen |
| Dossiernummer: |
AN1/B/20151697 |
Dit besluit werd verdaagd in de zitting van 18 september 2015 (jaarnummer 7642).
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.
Het college is van oordeel dat het aangevraagde voldoende harmonie vertoont met de omgeving. Uit de adviezen van de dienst erfgoed blijkt dat het aangevraagde niet substantieel ingrijpt op de erfgoedwaarde van het pand en derhalve ook naar de omgeving het beeld van de straat niet fundamenteel wijzigt.
De kroonlijst wordt weliswaar onderbroken, doch dit betreft de kroonlijst aan de achterzijde van het gebouw, waardoor de ingreep geen invloed heeft op het straatbeeld.
Het terras op de achterbouw is slechts betreedbaar tot op de bouwdiepte van de rechtsaanpalende buur en voldoet derhalve aan de voorschriften van het RUP Binnenstad. Dit terras en het bijhorende groendak voldoen tevens aan de regels van het Burgerlijk Wetboek conform de aangeleverde tekeningen. De randen van het terras zijn tot op 1,90 m teruggetrokken ten opzichte van de perceelgrens.
De technische installaties kunnen gezien de erfgoedwaarde van het gebouw niet inwendig geplaatst worden. Het is niet te verwachten dat deze grote hinder of overlast zouden veroorzaken voor de omgeving.
De afval– en fietsenberging is niet voorzien, doch kan eveneens omwille van het erfgoedkarakter van het gebouw niet zonder buitensporige kosten voorzien worden. Om deze reden wordt een afwijking van de bouwcode op grond van artikel 3 verantwoord.
Wat betreft de beoordeling van het voorschrift uit artikel 24 van de bouwcode “minimale lichtinval en minimale luchttoevoer” stelt het college vast dat het leven onder een historische mansardedakkap met houten spanten voorzien van 5 dakvlakvensters in de mansardekap aan de straatzijde en 3 dakvlakvensters aan de achterzijde en een bijkomende transparante rookkoepel van 1 m² voldoende daglicht garandeert. De dakvlakvensters bevinden zich op 1,55 m [9,39 m-7,84 m=1,55 m] boven het loopvlak en zijn dus in overeenstemming met artikel 24 dat stelt dat deze dienen gelegen te zijn tussen de 1 m en de 2 m boven het loopvlak.