Terug

2015_CBS_03561 - Rechtspositieregeling - Wijziging - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 24/04/2015 - 09:30 Collegezaal, stadhuis
Ingetrokken
Dit besluit werd ingetrokken

Deze beslissing werd ingetrokken met het collegebesluit van 8 mei 2015 (jaarnummer 3983).

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_03561 - Rechtspositieregeling - Wijziging - Goedkeuring 2015_CBS_03561 - Rechtspositieregeling - Wijziging - Goedkeuring

Motivering

Algemene financiƫle opmerkingen

Een uitbetaling in één keer is voorlopig niet voorzien in het meerjarenplan. Onderstaand overzicht van de rekeningresultaten geeft aan dat bij de stad in 2013 en 2014 door de sterke en proactieve vte-reductie, bovenop de gebudgetteerde besparing, nog voldoende overschot (in totaal 19,5 mio euro) gegenereerd werd op de personeelslijn om het openstaand verlofrecht voor alle medewerkers van de stad uit te betalen. Belangrijk hierbij is wel een geharmoniseerde regeling met de andere entiteiten.

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 105 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat de gemeenteraad de rechtspositieregeling van het personeel vaststelt.

Aanleiding en context

Op 30 januari 2012 (jaarnummer 70) keurde de gemeenteraad de gecoördineerde versie van de rechtspositieregeling goed. Op 24 september 2012 (jaarnummer 881), 19 november 2012 (jaarnummer 1267), 24 juni 2013 (jaarnummer 471), 16 december 2013 (jaarnummer 758), 26 mei 2014 (jaarnummer 439), 23 juni 2014 (jaarnummer 509) en 22 september 2014 (jaarnummer) werden hierop een tussentijdse wijzigingen aangebracht.
Vervolgens dienen, onder andere omwille van gewijzigde wetgeving, een aantal wijzigingen aan de rechtspositieregeling doorgevoerd te worden.

Argumentatie

Deel

Titel

Artikel

Pagina

Argumentatie

6

6.1

5

55

In de meeste sectoren wordt het loon betaald nadat een medewerkers prestaties heeft geleverd. Dit principe passen we ook toe voor contractuelen. Voor statutairen wijken we hier om historische redenen vanaf. Vanaf 1 januari 2016 wil de stad het loon van statutaire personeelsleden voor geleverde prestaties op het einde van de maand betalen zodat deze werkwijze hetzelfde is als de betaling van het loon van contractuele personeelsleden.
Door de voorafbetaling kunnen we bij de loonberekening immers geen rekening houden met loonsturende evenementen die in de loop van de maand zullen gebeuren. Dit leidt onvermijdelijk tot herrekeningen bij statutairen met het loon van de maand er na. Hierdoor wordt het verband tussen de prestaties in een maand en het betaalde loon onduidelijk. Deze herrekeningen hebben een negatieve impact op de transparantie van de loonberekening en resulteren vaak in vragen van medewerkers. Veel voorkomende gevallen:

  • Wijziging in de werkplanning in de loop van de maand (bv wel/geen weekendwerk);
  • Onbetaalde afwezigheden: onbetaalde afwezigheden die niet aan het begin van de maand gekend zijn worden verrekend met de wedde van de maand erna (bijvoorbeeld onbetaald verlof, onbetaalde afwezigheid, staking, … );
  • Wachtgeld bij ziekte: langdurig zieke medewerkers krijgen een wachtwedde van 60% indien hun ziektekredietdagen opgebruikt zijn. Aan het begin van de maand waarin ze op 60% wachtgeld terugvallen, hebben betrokkenen reeds een volledige wedde ontvangen. Het te veel aan wedde wordt verrekend met de wedde van de daaropvolgende maand.

Voorafbetaling van het loon leidt bovendien onvermijdelijk tot veel vragen en bijkomende controles op negatieve herrekeningen. De wijziging naar een achterafbetaling resulteert in een structurele vte-besparing bij personeelsmanagement.

Bij de overgang van vooraf- naar achterafbetaling blijft de loonmassa van de statutairen éénmalig een maand lang ter beschikking. Dit resulteert in de een beperkte meerwaarde.

Het Besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 op de rechtspositieregeling van gemeentepersoneel voorziet dat statutaire personeelsleden vooruit betaald moeten worden. Het artikel 128 staat echter ook toe dat besturen die op moment van de inwerkingtreding van dit BVR hun statutaire personeelsleden al op het einde van de maand betaalden, deze werkwijze konden behouden. De administratieve vereenvoudiging voor stad en OCMW Antwerpen bij de betaling van het loon op hetzelfde moment als de contractuelen is voor de meer dan 7000 loondossiers echter zo groot, dat de stad zich wil beroepen op het feit dat de Vlaamse regering deze achterafbetaling niet als onwettig beschouwd, anders had ze ook de toenmalige besturen hun werkwijze niet laten behouden.

9

 

 

68

Deel 9 wordt geschrapt omwille van de uitkanteling van het brandweerpersoneel op basis van de wijziging van de wet civiele veiligheid.

10

10.1

2-5

69

In dit deel worden de nodige aanpassingen gedaan aan de procedures rond preventie van psychosociale risico's, conform de wijzigingen in de welzijnswet.

12

12.2

1

74

Bepaling van de inwerkingtredingsdatum op 1 juni 2015. Artikel 5 van titel 6.1 zal pas op 1 januari 2016 in werking treden.

12

12.3

9bis

77

Wanneer het loon van de statutairen op het einde van de maand betaald zal worden (wijziging artikel 5 van hoofdstuk 6.1), is er bij deze omschakeling een periode van iets minder dan 2 maanden waarin statutairen geen loon krijgen. Om deze kloof te dichten kan in dat tussenliggend moment, het verlofgeld dat opgebouwd werd in 2012 uitbetaald worden.

De laatste zin van dit artikel kan geschrapt worden vermits dit geen toepassing meer kent.

Juridische grond

Artikel 105 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat de gemeenteraad de rechtspositieregeling van het personeel vaststelt. De minimale voorwaarden voor de rechtspositieregeling werden door de Vlaamse Regering vastgesteld in het uitvoeringsbesluit van 7 december 2007 en latere wijzigingen.

Fasering

Dit besluit moet worden onderhandeld met de representatieve vakbondsorganisaties en wordt op het hoog overlegcomité voorgelegd, ter afsluit van een protocol.
Dit besluit werd eveneens overlegd met de OCMW-administratie en er wordt advies gevraagd aan de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende de wijzigingen opgenomen in dit besluit.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt de wijzigingen aan de rechtspositieregeling goed, nadat hierover onderhandeld werd met de representatieve vakbonden en onder voorbehoud van gunstig advies van de raad voor maatschappelijk welzijn.

Artikel 2

Het college beslist advies te vragen aan de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende de wijzigingen aan de rechtspositieregeling van de stad Antwerpen.

Artikel 3

De financieel beheerder verleent zijn visum en regelt de financiële aspecten als volgt:

Omschrijving Bedrag Boekingsadres Bestelbon
Loonkost betalingverlofgeld 2012 13.719.657,00
euro

Budgetplaats: diverse
Budgetpositie: 6201 /6202
Functiegebied: diverse
Subsidie: sub_nr
Fonds: intern
Begrotingsprogramma:
diverse
Budgetperiode: 1600

Niet van toepassing - via
payroll