Terug

2015_CBS_03240 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 2015504 - district Ekeren - Moeder SAROV-straat ZN - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
do 30/04/2015 - 09:00 digitaal/enkel stedenbouwkundige vergunningen
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_03240 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 2015504 - district Ekeren - Moeder SAROV-straat ZN - Goedkeuring 2015_CBS_03240 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 2015504 - district Ekeren - Moeder SAROV-straat ZN - Goedkeuring

Motivering

Onderzoek

Nee

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.

Aanleiding en context

Aanvragers: Bouwwerken Versnel
De aanvraag omvat: bouwen van een eengezinswoning
Dossiernummer: NEK/B//2015504

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich deels aan bij:
  • het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
  • dit met uitzondering van volgende:

             - de integrale parkeerparagraaf;
             - de argumentatie rond de strijdigheid met artikel 27 van de bouwcode;
             - de weigering tot het voorzien van een parkeerplaats in de voortuin.

Artikel 2

Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
  1. een lijstgoot met een oversteek van 0,50 meter te voorzien aan de voorgevel van het hoofdgebouw en één met een oversteek van 0,20 à 0,50 meter aan de achtergevel;
  2. de draadafsluiting in de voortuin te beperken tot een hoogte van maximaal 0,80 meter.

Artikel 3

De plaatsgesteldheid van de omgeving en het streven naar een goede ruimtelijke ordening geven aanleiding tot een afwijking op artikel 27 van de bouwcode zoals mogelijk in de bouwcode mits argumentatie.
Het parkeren in de voortuin is in deze specifieke verkaveling noodzakelijk omdat de straat voor het perceel is ingericht als woonerf waarop de parkeerbehoefte niet afgewikkeld kan worden en er tevens ook in de directe omgeving geen ruimte is op het openbaar domein om de parkeervraag van de nieuwe woonwijk op te vangen.

Artikel 4

De aangevraagde parkeerplaats in de voortuin wordt toegelaten mits deze enkel verhard wordt door karrensporen onder de rijloper van de wielen. Eén karrenspoor kan breder voorzien worden tbv. de toegang naar de voordeur.  Door het dubbelgebruiken van de verharding, en minimaliseren van de verharde oppervlakte van de oprit wordt het groene karakter gegarandeerd in de voortuin. Tevens is een gecombineerde oprit/pad naar ruimtebeslag zeer beperkt gelet op de lengte van de voortuin, zijnde 8lm. Er blijft ruim voldoende groene ruimte over.

Verder dient de vergroening zich met minsten struiken te voltrekken, en bij voorkeur met de aanplant van een hoogstammige boom en levendige hagen op de perceelgrenzen.

Andere verhardingen dan de oprit of het pad zijn niet toegelaten.

Artikel 5

De parkeerparagraaf te vervangen door:

Parkeerparagraaf

Het algemene principe is dat elke bouwaanvraag een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, is het de bedoeling om parkeren maximaal op eigen terrein te voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

De parkeernormen uit de bouwcode (tabel) worden de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen en vermeerderen en functiewijzigingen. Waar mogelijk om parking te bouwen dient dit maximaal te gebeuren. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 2 parkeerplaatsen
De plannen voorzien één nuttige autostal- en autoparkeerplaats.
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 1. De woning is gelegen in een doodlopend woonerf langsheen de Kapelsesteenweg. In het woonerf zijn slechts enkele parkeervakken afgebakend die dienen voor bezoekers van de verkaveling. Het parkeren dient op eigen terrein opgevangen te worden. De aanvraag kiest voor een groot levendig plint met inpandig op het gelijkvloers grote leefruimtes. Een parkeerplaats wordt voorzien in de voortuin. Het voorzien van een 2de parkeerplaats in de voortuin is niet gewenst gelet op het groene karakter van de voortuin en het straatbeeld te behouden. De 2de parkeerplaats kan niet gerealiseerd worden en vervalt aangezien het een eengezinswoning betreft.

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen met in deze de correctie aangezien het niet gewenst is 2 parkeerplaatsen in de voortuin te voorzien en het een eengezinswoning betreft.

Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus niet van toepassing.


Artikel 6

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.

Bijlagen